Thailand behoort tot de mooiste duikgebieden van Azië. Onder het heldere water van de Andamanse Zee en de Golf van Thailand liggen kleurrijke koraalriffen, granieten rotsformaties en scholen tropische vissen. Met een beetje geluk zwem je naast een schildpad, een mantarog of zelfs een walvishaai. Beginners halen hier voordelig hun duikbrevet, terwijl ervaren duikers zich vergapen aan steile rotswanden en bijzondere duikstekken. Wie de juiste maand kiest, ontdekt een onderwaterwereld die je niet snel vergeet.
Thailand onder water: waarom duikers en snorkelaars hier hun hart verliezen
Wie voor het eerst zijn hoofd onder water steekt in Thailand, begrijpt meteen waarom zoveel reizigers terugkeren met een snorkel of duikbril in de handbagage. Zodra je de oppervlakte doorbreekt, verandert de wereld om je heen. Het geluid van golven en motorboten verdwijnt en maakt plaats voor een stille, blauwe ruimte vol beweging. Scholen zilverkleurige vissen draaien rond als één geheel, een schildpad glijdt rustig langs een koraalblok en tussen de tentakels van een anemoon verstopt een oranje clownvis zich voor nieuwsgierige blikken. Het is een ervaring die je niet snel vergeet en die voor velen het begin vormt van een levenslange passie.
Thailand heeft het geluk aan twee totaal verschillende zeeën te grenzen. Aan de westkust ligt de Andamanse Zee, onderdeel van de Indische Oceaan. Hier vind je diepblauw water, imposante granieten rotsformaties en steile wanden die tientallen meters de diepte in lopen. Het zicht is in het droge seizoen vaak uitzonderlijk goed en kan oplopen tot dertig meter of meer. Aan de oostkust strekt de Golf van Thailand zich uit, een beschutte en ondiepere zee met een rustiger karakter. Rond eilanden als Koh Tao liggen koraaltuinen op geringe diepte, ideaal om ontspannen te verkennen. Omdat beide kusten op verschillende momenten van het jaar hun beste omstandigheden bieden, kun je in Thailand vrijwel altijd wel ergens terecht voor een mooie duik.
Wat beide zeeën gemeen hebben, is het aangename water. Met een temperatuur die meestal tussen de 27 en 30 graden ligt, heb je aan een dun wetsuit of zelfs een lycra shirt vaak al genoeg. Die warmte vormt samen met het zonlicht de basis voor een rijk ecosysteem. Harde en zachte koralen kleuren de riffen in tinten roze, paars en geel, terwijl gorgonen als enorme waaiers in de stroming bewegen. Daartussen leeft een indrukwekkende variatie aan zeeleven, van kleine naaktslakken en zeepaardjes tot murenen, barracuda's en rifhaaien.
Juist die afwisseling maakt Thailand geschikt voor iedereen. Snorkelaars kunnen vaak direct vanaf het strand het water in en zien binnen een paar slagen al kleurrijke vissen. Beginners volgen in rustig water hun eerste duikcursus onder begeleiding van ervaren instructeurs, tegen prijzen die elders moeilijk te evenaren zijn. Gevorderde duikers trekken naar afgelegen rotspieken in open zee, in de hoop daar een majestueuze mantarog voorbij te zien zweven of oog in oog te komen met de grootste vis ter wereld: de walvishaai.
De Similan-eilanden: het kroonjuweel van de Andamanse Zee
Zo'n zeventig kilometer voor de kust van Khao Lak rijzen de Similan-eilanden op uit de Andamanse Zee. De naam is afgeleid van het Maleisische woord voor negen, een verwijzing naar de negen eilanden die samen de kern van deze archipel vormen. Sinds 1982 is het gebied beschermd als nationaal park, en later werden ook de noordelijker gelegen eilanden Koh Bon en Koh Tachai aan het park toegevoegd. De eilanden zijn onbewoond, op een paar parkwachters en eenvoudige voorzieningen na, waardoor de natuur hier nog grotendeels haar gang kan gaan. Met een snelle boot ben je er vanaf het vasteland in ongeveer anderhalf uur, maar het voelt alsof je een andere wereld binnenvaart.
Het eerste wat opvalt, zijn de enorme granieten rotsblokken. Ze liggen opgestapeld langs de kusten alsof een reus ze daar achteloos heeft neergelegd, glad gesleten door wind en water. Op Koh Similan, het grootste eiland, staat de beroemde Sail Rock, een rotsformatie die je via een kort klimpad kunt beklimmen voor een adembenemend uitzicht over de baai. Daaronder liggen stranden met zand zo wit en fijn dat het bijna kraakt onder je voeten. Het water kleurt van helder turquoise bij de kust naar diepblauw verderop, en is zo transparant dat je vanaf de boot de bodem en de vissen al kunt zien.
Onder water zetten de rotsblokken hun verhaal voort. Ze vormen een spectaculair landschap van kloven, overhangen, tunnels en doorgangen waar duikers tussendoor kunnen zwemmen. Vooral de westkant van de eilanden staat bekend om dit ruige decor, terwijl de oostkant zacht aflopende hellingen vol hard koraal herbergt. Het zicht kan in de beste maanden oplopen tot dertig meter, waardoor je het volle formaat van dit onderwaterlandschap pas echt kunt bevatten.
Dat de Similan-eilanden regelmatig genoemd worden in lijstjes van de beste duikgebieden ter wereld, heeft meerdere oorzaken. Door hun ligging in open zee voeren stromingen voedselrijk water aan, wat zowel kleine rifbewoners als grote zeedieren aantrekt. Binnen een kleine afstand vind je een opvallende variatie aan duikstekken, van rustige koraaltuinen tot rotspieken met flinke stroming. Daarnaast zorgt de jaarlijkse sluiting van het park tijdens het regenseizoen, samen met een maximum aan het aantal bezoekers per dag, ervoor dat het rif tijd krijgt om te herstellen. Het resultaat is een bestemming waar schildpadden, luipaardhaaien, mantaroggen en zelfs walvishaaien geen uitzondering zijn.
Bekende duikstekken rond de Similan-eilanden
Wie de Similan-eilanden bezoekt, heeft de keuze uit tientallen duikstekken, elk met een eigen karakter. Sommige plekken zijn rustig en overzichtelijk, andere vragen om ervaring met stroming en diepte. Door vooraf te weten wat je kunt verwachten, kies je eenvoudig de duiken die passen bij jouw niveau en interesses.
Elephant Head Rock, in het Thai Hin Pusar genoemd, is misschien wel de bekendste duikstek van het park. De rots, die boven water vaag op de kop van een olifant lijkt, ligt tussen de eilanden 7 en 8 en verbergt onder water een indrukwekkend doolhof van enorme granieten blokken. Tussen de rotsen door lopen tunnels, bogen en doorgangen waar je doorheen kunt zwemmen, terwijl wolken glasvisjes, koraalduivels en zeebaarzen je omringen. Met een beetje geluk rust er een luipaardhaai op de zandbodem. Door de wisselende stromingen, de diepte en soms plotselinge temperatuurverschillen is deze plek het meest geschikt voor gevorderde duikers met een Advanced Open Water brevet of vergelijkbare ervaring.
Christmas Point ligt aan de noordwestkant van Koh Bangu, het meest noordelijke eiland van de oorspronkelijke negen. Ook hier bepalen grote rotsblokken het beeld, met brede bogen en doorgangen die begroeid zijn met zachte koralen en grote waaiervormige gorgonen. Je ziet er vaak scholen fuseliers, napoleonvissen en af en toe een witpuntrifhaai. De stroming is meestal matig, waardoor duikers met een Open Water brevet hier goed terechtkunnen, mits ze al een aantal duiken achter de rug hebben en hun drijfvermogen goed beheersen.
Aan weerszijden van Koh Payu, eiland 7, liggen twee duikstekken met een verwante naam maar een heel ander karakter. East of Eden is een zacht aflopende rifhelling aan de beschutte oostkant van het eiland, bedekt met harde en zachte koralen in alle kleuren. Halverwege de helling ligt een beroemde koraalkop waar het zeeleven zich concentreert, van naaktslakken en spookpijpvissen tot schildpadden en murenen. Door het rustige water en de geleidelijke diepte is dit een ideale plek voor beginnende duikers, en ook liefhebbers van kleine dieren komen hier volop aan hun trekken. West of Eden aan de andere kant van het eiland is ruiger, met granieten rotsen, kleine doorgangen en grote zeewaaiers. Omdat de stroming hier sterker kan zijn, past deze duik vooral bij duikers met wat meer ervaring.
Ten noorden van de hoofdgroep ligt Koh Bon, een eiland dat bij duikers vooral bekend is vanwege de mantaroggen. Langs een onderwaterrug aan de westkant van het eiland bevinden zich zogenaamde poetsstations, plekken waar mantaroggen zich laten schoonmaken door kleine vissen. Vooral tussen februari en april is de kans om deze sierlijke dieren te zien groot. De rug ligt open voor de stroming en loopt steil de diepte in, waardoor gevorderde duikers hier het meeste plezier van hebben. In de beschutte baai van het eiland is het water rustiger, zodat ook beginners en snorkelaars er een mooie kennismaking met het rif kunnen beleven.
Nog verder naar het noorden ligt Koh Tachai, met als hoogtepunt de Tachai Pinnacle, een rotspiek die vanuit de diepte tot zo'n twaalf meter onder het oppervlak reikt. De stromingen kunnen hier flink zijn, maar juist daardoor trekt deze plek grote vissen aan. Scholen barracuda's en horsmakrelen jagen langs de rotsen, vleermuisvissen hangen rustig in het blauw en luipaardhaaien, mantaroggen en soms zelfs walvishaaien worden hier gespot. Vaak wordt er direct afgedaald om niet door de stroming te worden meegevoerd. Koh Tachai is daarom alleen geschikt voor ervaren duikers die zich zeker voelen in sterke stroming.
Wie een liveaboard boekt, maakt vaak ook een uitstapje naar Richelieu Rock in het nabijgelegen nationaal park Mu Ko Surin. Deze hoefijzervormige rotspiek komt bij laagwater nauwelijks boven het oppervlak uit en is volledig bedekt met paarse zachte koralen en anemonen. Richelieu Rock staat te boek als een van de beste plekken in Thailand om walvishaaien te zien, vooral in de maanden februari tot en met april. Tegelijk is het een paradijs voor wie oog heeft voor detail: zeepaardjes, harlekijngarnalen, anglervissen en spookpijpvissen verstoppen zich tussen de koralen. Omdat je hier op verschillende dieptes kunt duiken en de stroming meestal beheersbaar is, is Richelieu Rock geschikt voor duikers van vrijwel elk niveau, al is enige ervaring met duiken in open zee wel aan te raden.
Liveaboard of dagtrip: zo bezoek je de Similan-eilanden
Voor een bezoek aan de Similan-eilanden heb je grofweg twee mogelijkheden: een dagtrip met een speedboot of een meerdaagse reis op een liveaboard. Welke keuze het beste bij je past, hangt af van je beschikbare tijd, je budget en de vraag of je vooral wilt snorkelen of juist zoveel mogelijk duiken wilt maken. Beide opties hebben hun eigen charme, en voor veel reizigers is de keuze daarom niet eenvoudig.
De meeste dagtrips vertrekken vanuit Khao Lak, meestal vanaf de pier van Tab Lamu. Een speedboot doet er ongeveer anderhalf uur over om de eilanden te bereiken, waardoor je ruim de tijd hebt om op verschillende plekken te snorkelen, over het witte strand te wandelen en de beroemde Sail Rock te beklimmen. Ook vanuit Phuket worden dagtrips aangeboden, maar houd er rekening mee dat de vaartijd dan langer is en je vroeg uit de veren moet. Vaak word je al in de ochtend bij je hotel opgehaald en ben je aan het einde van de middag weer terug. Een snorkeltrip kost doorgaans tussen de 2.500 en 4.000 baht per persoon, inclusief vervoer van en naar je hotel, lunch, drinken en snorkelmateriaal. Voor duikers bieden verschillende duikscholen dagtrips met twee of drie duiken aan, waarvoor je rekening moet houden met een prijs van zo'n 5.000 tot 7.500 baht. Een dagtrip is ideaal voor snorkelaars, gezinnen en duikers die maar beperkt tijd hebben, al is het rond de populaire snorkelplekken tegen het middaguur soms behoorlijk druk.
Wie het park echt goed wil leren kennen, kiest voor een liveaboard. Je verblijft dan drie tot vijf dagen aan boord van een duikschip en slaapt in een eigen hut of gedeelde kajuit. Het ritme aan boord draait helemaal om het duiken: eten, duiken, rusten en weer duiken, met tot vier duiken per dag, vaak inclusief een nachtduik waarbij je het rif in een heel ander licht ziet. Een groot voordeel is dat je de duikstekken kunt bezoeken voordat of nadat de dagboten er zijn, zodat je het onderwaterlandschap vaak bijna voor jezelf hebt. Bovendien kun je alleen met een liveaboard eenvoudig de verder gelegen plekken bereiken, zoals Koh Bon, Koh Tachai en Richelieu Rock. De prijzen lopen sterk uiteen, afhankelijk van de duur van de reis en het comfort van het schip. Voor een eenvoudige boot van vier dagen betaal je vanaf ongeveer 18.000 baht, terwijl een luxe schip met een eigen hut en airconditioning al snel 35.000 baht of meer kost. In de prijs zijn meestal de accommodatie, alle maaltijden, drinkwater, koffie en thee, de begeleiding van gidsen en de luchtflessen inbegrepen. Huurmateriaal, nitrox en alcoholische drankjes worden vaak apart berekend.
Bij beide opties komt de entree van het nationaal park erbovenop. Voor buitenlandse volwassenen bedraagt deze 500 baht en voor kinderen 300 baht, terwijl duikers daarnaast een kleine dagelijkse duikvergoeding betalen. Bij veel aanbieders is dit bedrag niet in de prijs opgenomen en reken je het contant aan boord af. Neem daarom voldoende contant geld mee, evenals je paspoort of een kopie ervan, omdat de parkautoriteiten de gegevens van bezoekers registreren. Om het kwetsbare ecosysteem te beschermen, geldt er een maximum aan het aantal bezoekers per dag en mag je sinds enkele jaren niet meer op de eilanden zelf overnachten. Vooral in het hoogseizoen raken de beschikbare plekken snel vol, dus het is verstandig om je trip ruim van tevoren te reserveren.
Bij het kiezen van een aanbieder loont het om goed op te letten. Lees recente beoordelingen van andere reizigers en controleer of de duikschool is aangesloten bij een erkende organisatie zoals PADI of SSI. Vraag naar de groepsgrootte, want kleine groepen met een vaste gids zorgen voor meer rust en veiligheid onder water. Informeer ook naar de staat van het materiaal, de aanwezigheid van zuurstof en een EHBO-set aan boord en de talen die de instructeurs spreken. Een betrouwbare aanbieder vertelt je bovendien eerlijk welke duikstekken bij jouw ervaring passen en houdt zich aan de regels van het park, zodat je met een gerust gevoel kunt genieten van een van de mooiste duikgebieden ter wereld.
Snorkelen bij de Similan-eilanden
Je hoeft geen duikbrevet te hebben om de onderwaterwereld van de Similan-eilanden te bewonderen. Doordat het water zo helder is en veel riffen vlak onder het oppervlak liggen, zie je met alleen een duikbril, snorkel en vinnen al ontzettend veel. Bijna alle dagtrips zijn speciaal afgestemd op snorkelaars en doen meerdere plekken aan, zodat je op één dag verschillende baaien en riffen kunt verkennen. Ook voor gezinnen met kinderen is dit een prachtige manier om kennis te maken met het rijke zeeleven van de Andamanse Zee.
Koh Similan, eiland 8, is voor veel bezoekers het hoogtepunt van de dag. De boten meren meestal aan in de baai die bekendstaat als Donald Duck Bay, genoemd naar de rotsformatie die vanaf een bepaalde hoek op de bekende eend lijkt. Boven de baai torent Sail Rock uit, de granieten rots waar je via een kort maar steil pad naartoe klimt voor het meest gefotografeerde uitzicht van het park. Na de klim is een duik in het turquoise water een welkome verkoeling. Langs de rotsen aan de randen van de baai groeien koralen en zwemmen talloze vissen, en het water is hier vaak zo kalm dat ook minder ervaren zwemmers zich op hun gemak voelen.
Koh Miang, eiland 4, is het eiland waar het hoofdkwartier van het nationaal park is gevestigd. Rond het eiland liggen verschillende baaien waar je direct vanaf het strand of vanaf de boot het water in kunt. Het rif loopt hier geleidelijk af, waardoor je eerst over ondiepe koraalvelden zwemt voordat de bodem langzaam in de diepte verdwijnt. Vooral in de ochtend, voordat de meeste dagboten arriveren, is het hier heerlijk rustig. Veel trips combineren deze eilanden met snorkelplekken bij Koh Payu of Koh Huyong, of in de zuidelijke baaien van Koh Similan, waar de kans op schildpadden bijzonder groot is.
Wat je onder water ziet, is minstens zo indrukwekkend als het uitzicht erboven. Zeeschildpadden grazen rustig op het koraal en laten zich vaak van dichtbij bekijken, zolang je voldoende afstand houdt en ze niet achterna zwemt. Papegaaivissen knabbelen hoorbaar aan de koraalblokken, terwijl anemoonvissen zich tussen de wuivende tentakels van hun anemoon verschuilen. Daarnaast spot je regelmatig keizersvissen, trompetvissen, kleurrijke koraalduivels en scholen fuseliers die als een zilveren wolk langs je heen trekken. Met een beetje geluk zie je zelfs een zwartpuntrifhaai over de zandbodem patrouilleren, een schuw dier dat voor mensen volkomen ongevaarlijk is.
Hoewel de meeste aanbieders snorkelmateriaal en een zwemvest verstrekken, is het verstandig om je eigen duikbril en snorkel mee te nemen. Een masker dat goed past, lekt minder en beslaat niet zo snel, wat het verschil kan maken tussen een frustrerende en een onvergetelijke snorkelsessie. Neem ook een anti-condensmiddel mee of spoel je masker vlak voor het snorkelen uit met zeewater. Bescherming tegen de zon is bovendien geen overbodige luxe, want op het water verbrand je sneller dan je denkt. Een lycra shirt met lange mouwen beschermt je rug en schouders tijdens het snorkelen, terwijl een pet en zonnebril aan boord goed van pas komen. Let bij het kopen van zonnebrandcrème op de ingrediënten: in de Thaise nationale parken is zonnebrand met stoffen als oxybenzone en octinoxaat verboden, dus kies voor een koraalvriendelijke variant en smeer je bij voorkeur ruim voor vertrek in, zodat de crème goed in je huid kan trekken.
Koh Tao: het duikparadijs van de Golf van Thailand
Midden in de Golf van Thailand, zo'n zeventig kilometer voor de kust van Chumphon, ligt Koh Tao. De naam betekent schildpaddeneiland, een verwijzing naar de vorm van het eiland en naar de zeeschildpadden die hier van oudsher hun eieren op de stranden leggen. Met een oppervlakte van ongeveer 21 vierkante kilometer is Koh Tao een stuk kleiner dan buureilanden als Koh Samui en Koh Phangan. Dichtbegroeide heuvels, kokospalmen en granieten rotsen wisselen elkaar af, en tussen de kapen liggen kleine baaien met helder water en koraal op een paar meter diepte. Nog niet zo lang geleden woonden hier vooral vissers en kokosboeren. Tegenwoordig draait het leven op het eiland grotendeels om de zee.
Wie op Koh Tao aankomt, merkt al snel dat het tempo hier lager ligt dan op het vasteland. Er zijn geen grote resorts met honderden kamers en geen hoogbouw. Smalle weggetjes kronkelen over de heuvels en de meeste mensen verplaatsen zich te voet, per scooter of met een pick-up taxi. Aan Sairee Beach, het langste strand van het eiland, liggen strandbars, kleine restaurants en tientallen duikscholen naast elkaar. Bij zonsondergang verzamelen duikers zich hier op het zand om de dag door te nemen, terwijl het water oranje kleurt. De sfeer is informeel en gemoedelijk, en het is heel gewoon om aan de bar een gesprek te beginnen met iemand die die ochtend ook onder water was.
Koh Tao telt meer dan vijftig duikscholen, en ieder jaar halen hier duizenden mensen hun eerste brevet. Het eiland behoort daarmee tot de plekken waar wereldwijd de meeste duikers worden opgeleid. Dat heeft alles te maken met de ideale omstandigheden voor beginners: het water is warm, de baaien zijn beschut en veel duikstekken liggen op korte afstand van de kust. Daarnaast is een duikcursus hier opvallend voordelig. Door de grote concurrentie tussen de scholen liggen de prijzen een stuk lager dan in Europa of Australië, en vaak krijg je tijdens je cursus korting op je accommodatie of overnacht je zelfs gratis. Voor veel reizigers is Koh Tao daarom de plek waar een eerste kennismaking met duiken uitgroeit tot een blijvende hobby.
Omdat Koh Tao geen vliegveld heeft, bereik je het eiland altijd per boot. De snelste route vanaf het vasteland loopt via Chumphon, waar snelle catamarans je in ongeveer twee uur naar de pier van Mae Haad brengen. Vanuit Bangkok kun je een gecombineerd ticket boeken voor bus of trein en boot, zodat je zonder gedoe in één keer naar het eiland reist. Ook vanuit Surat Thani vertrekken boten, waaronder een nachtboot waarop je op eenvoudige matrassen slaapt. Kom je al van een ander eiland, dan ben je met de snelboot vanuit Koh Phangan in ongeveer een uur op Koh Tao, en vanuit Koh Samui in anderhalf tot twee uur. Wie vliegt, kan landen op Koh Samui of in Chumphon en daar de boot nemen. Houd er rekening mee dat de zee in de regenperiode aan het einde van het jaar onstuimig kan zijn, waardoor overtochten soms worden aangepast of uitgesteld.
Het eiland trekt van oudsher veel backpackers, die afkomen op de betaalbare cursussen, de eenvoudige bungalows en het levendige avondleven rond Sairee Beach. Toch is Koh Tao allang niet meer alleen een bestemming voor jonge rugzakreizigers. Steeds meer gezinnen ontdekken de rustige baaien in het zuiden en oosten van het eiland, zoals Chalok Baan Kao, Tanote Bay en Shark Bay, waar je vanaf het strand kunt snorkelen in ondiep en kalm water. Kinderen vanaf acht jaar kunnen bij veel duikscholen deelnemen aan speciale introductieprogramma's, terwijl ouders in hun eigen tempo de onderwaterwereld verkennen. Ook het aanbod aan accommodatie is in de loop der jaren gegroeid, van eenvoudige hutjes aan het strand tot comfortabele villa's met uitzicht over zee, waardoor iedere reiziger op Koh Tao een plek vindt die bij hem past.
Je duikbrevet halen op Koh Tao
Op Koh Tao kun je kiezen uit een breed aanbod aan duikopleidingen, maar de meeste beginners starten met de Open Water cursus van PADI of SSI. Beide organisaties worden wereldwijd erkend, en een brevet van de een geeft je dezelfde mogelijkheden als een brevet van de ander. Na afloop mag je samen met een buddy zelfstandig duiken tot een diepte van achttien meter, waar ook ter wereld. Het brevet blijft je hele leven geldig, al is het verstandig om na een lange periode zonder duiken een korte opfrisduik te maken. Welke organisatie je kiest, maakt in de praktijk weinig uit. Belangrijker is de kwaliteit van de duikschool en de instructeur die je begeleidt.
Een Open Water cursus duurt op Koh Tao meestal drie tot vier dagen. Op de eerste dag maak je kennis met de theorie, bijvoorbeeld via video's en een handboek, en oefen je de basisvaardigheden in een zwembad of in een ondiepe, beschutte baai. Daarna volgen vier duiken in open water, waarbij je stap voor stap leert hoe je je masker leegblaast, je drijfvermogen regelt en in noodsituaties op je buddy kunt vertrouwen. De cursus sluit af met een kort theorie-examen. Wie tijd wil besparen, kan bij veel scholen de theorie al thuis via een online leeromgeving doorwerken, zodat je op het eiland meer tijd overhoudt voor het strand of extra duiken. Voor deelname moet je een medische vragenlijst invullen en laten zien dat je tweehonderd meter kunt zwemmen en tien minuten kunt watertrappelen. Kinderen vanaf tien jaar kunnen een Junior Open Water brevet halen.
Voor een Open Water cursus betaal je op Koh Tao gemiddeld tussen de 11.000 en 13.000 baht. In die prijs zijn vrijwel altijd het lesmateriaal, het huren van de volledige uitrusting, de begeleiding van een instructeur, de boottochten en de registratie van je brevet inbegrepen. Veel duikscholen hebben een eigen resort of werken samen met accommodaties in de buurt, waardoor je tijdens de cursus met flinke korting of zelfs gratis overnacht in een eenvoudige kamer. Smaakt het naar meer, dan kun je direct doorstromen naar de Advanced Open Water cursus. In twee dagen maak je vijf zogenaamde adventure dives, waaronder een diepe duik tot dertig meter en een navigatieduik, aangevuld met keuzeduiken zoals een nachtduik, een wrakduik of een duik gericht op onderwaterfotografie. Deze vervolgcursus kost meestal tussen de 10.000 en 12.000 baht, en wie beide cursussen in één keer boekt, krijgt vaak een pakketprijs.
Met zoveel duikscholen op één eiland is het de moeite waard om er even rustig voor te gaan zitten. Loop bij een paar scholen binnen, stel vragen en let op hoe je wordt ontvangen. De groepsgrootte is een van de belangrijkste factoren: in een groep van maximaal vier leerlingen per instructeur krijg je veel meer persoonlijke aandacht dan in een grote groep, wat zowel de veiligheid als je leerplezier ten goede komt. Vraag ook in welke taal de lessen worden gegeven. Op Koh Tao werken instructeurs uit de hele wereld, en bij verschillende scholen kun je de cursus zelfs in het Nederlands volgen, wat vooral bij de theorie en de veiligheidsuitleg een groot voordeel kan zijn. Bekijk daarnaast het materiaal. Goed onderhouden duikpakken, maskers die niet lekken en regulators die regelmatig worden gecontroleerd zijn een teken dat een school serieus omgaat met veiligheid. Recente beoordelingen van andere reizigers geven bovendien een goed beeld van de sfeer en de deskundigheid van het team.
Twijfel je nog of duiken iets voor je is, dan is een proefduik een prima manier om eerst te kennismaken. Bij deze introductie, bij PADI bekend als Discover Scuba Diving en bij SSI als Try Scuba, krijg je een korte uitleg en oefen je in ondiep water een paar basisvaardigheden. Daarna maak je onder directe begeleiding van een instructeur een duik tot maximaal twaalf meter diepte. Een proefduik neemt meestal een halve dag in beslag en kost ongeveer 2.500 tot 3.500 baht. Bevalt het je, dan kun je bij veel scholen de proefduik laten meetellen voor de Open Water cursus, zodat je meteen verder kunt met je opleiding zonder dubbel te betalen.
De mooiste duik- en snorkelplekken rond Koh Tao
Rond Koh Tao liggen meer dan twintig duikstekken, verspreid over de baaien, rotspunten en kleine eilandjes rondom het eiland. De meeste zijn binnen tien tot twintig minuten varen bereikbaar, waardoor duikscholen vaak twee duiken op één ochtend of middag maken. Snorkelaars hebben het nog makkelijker: in verschillende baaien loop je vanaf het strand zo het water in en zwem je binnen een paar meter boven het koraal.
Chumphon Pinnacle geldt als de bekendste duikstek van Koh Tao. Deze granieten rotspiek ligt zo'n elf kilometer ten noordwesten van het eiland en rijst op vanaf een zandbodem op ongeveer 36 meter diepte. De top reikt tot circa veertien meter onder het oppervlak en is bedekt met zee-anemonen, waartussen talloze anemoonvissen leven. Rond de rots trekken grote scholen barracuda's, horsmakrelen en vleermuisvissen voorbij, en tussen de spleten houden zich forse tandbaarzen schuil. Chumphon Pinnacle is ook een van de beste plekken in de Golf van Thailand om een walvishaai te zien, al blijft dat altijd een kwestie van geluk. Door de diepte en de stroming die hier kan staan, is deze duik vooral geschikt voor gevorderde duikers. Duikers met een Open Water brevet kunnen er met een ervaren gids terecht, mits ze op de bovenste delen van de rots blijven.
Halverwege Koh Tao en Koh Phangan steekt Sail Rock boven de zee uit, een rotspunt die vanaf een diepte van ongeveer veertig meter opstijgt. Omdat de rots midden in open water ligt, trekt hij veel grote vissen aan. Scholen barracuda's draaien hier als een spiraal rond, horsmakrelen jagen langs de wanden en ook hier worden regelmatig walvishaaien gespot, vooral in het voorjaar. Een bijzonder kenmerk is de zogenaamde chimney, een verticale doorgang in de rots waar je van ongeveer achttien meter diepte naar boven zwemt tot vlak onder het oppervlak. De vaartocht vanaf Koh Tao duurt ruim een uur, waardoor Sail Rock meestal als dagtrip met twee duiken wordt aangeboden. Op de ondiepere delen kunnen Open Water duikers goed uit de voeten, terwijl de diepere wanden en de chimney meer geschikt zijn voor duikers met wat ervaring.
Dichter bij huis liggen twee duikstekken die bij vrijwel elke duiker op het programma staan. Shark Island, aan de zuidoostkust van het eiland, dankt zijn naam aan de rots die boven water op de rugvin van een haai lijkt. Haaien zie je hier overigens niet vaak, maar de zachte koralen, grote zeewaaiers, papegaaivissen en af en toe een schildpad maken de duik meer dan de moeite waard. Omdat de stroming hier kan toenemen, is enige ervaring prettig. White Rock, in het Thai Hin Khao genoemd, ligt tussen Sairee Beach en Koh Nang Yuan en is een van de populairste trainingslocaties van het eiland. Met een diepte van ongeveer zes tot twintig meter, rustig water en een rijke variatie aan zeeleven is het een ideale plek voor beginners. Je ziet er murenen, blauwgestippelde pijlstaartroggen en schildpadden, maar let goed op de grote trekkervissen die in het broedseizoen hun nest fel verdedigen. White Rock is bovendien een geliefde plek voor nachtduiken.
Wie houdt van wrakduiken, kan terecht bij de HTMS Sattakut. Dit landingsschip werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten gebouwd en diende daarna tientallen jaren bij de Thaise marine. In 2011 werd het schip bewust tot zinken gebracht voor de zuidwestkust van Koh Tao, in de buurt van de duikstek Hin Pee Wee. Het wrak staat rechtop op een zandbodem op ongeveer dertig meter diepte, met het dek op zo'n achttien tot twintig meter. De kanonnen op het voor- en achterdek zijn nog goed herkenbaar en het schip is inmiddels begroeid met koraal en een thuis voor tandbaarzen, vleermuisvissen en scholen kleine vissen. Vanwege de diepte is een Advanced Open Water brevet of vergelijkbare ervaring vereist. Veel scholen gebruiken het wrak als onderdeel van de diepe duik of wrakduik tijdens deze vervolgcursus.
Snorkelaars vinden een van de mooiste plekken bij Koh Nang Yuan, een groep van drie eilandjes die met elkaar verbonden zijn door een smalle zandbank. Vanaf Sairee Beach ben je er met een longtailboot in ongeveer een kwartier. Eenmaal op het eiland betaal je een kleine toegangsprijs en kun je direct vanaf het strand het water in. Aan de noordkant ligt Japanese Gardens, een ondiep rif vol harde en zachte koralen waar papegaaivissen, keizersvissen en scholen kleine rifvissen rondzwemmen. Het water is hier meestal kalm en helder, wat het een perfecte plek maakt voor beginners en kinderen. Houd er rekening mee dat het eiland rond het middaguur druk kan worden, en dat er strikte regels gelden om het eiland schoon te houden, zoals een verbod op het meenemen van plastic flessen. Na het snorkelen is de korte klim naar het uitkijkpunt een aanrader, met een prachtig uitzicht over de zandbank en de omliggende baaien.
Aan de oostkust van Koh Tao liggen enkele rustige baaien die je zonder boot kunt bereiken. Tanote Bay is een kleine, beschutte baai met een grote rots in het midden, waar avontuurlijke bezoekers vanaf springen. Je snorkelt hier direct vanaf het strand boven koraalblokken vol trekkervissen, papegaaivissen en anemoonvissen, en met geluk zie je een zwartpuntrifhaai. De weg naar Tanote Bay is steil en bochtig, dus neem bij twijfel liever een taxi dan een scooter. Iets zuidelijker ligt Aow Leuk, een baai met fijn zand en een rif dat al op enkele meters van de kust begint. Vooral in de vroege ochtend is de kans groot dat je hier jonge rifhaaien en schildpadden tegenkomt, terwijl het ondiepe water ook voor minder ervaren zwemmers prettig is.
Shark Bay, ook wel Thian Og Bay genoemd, aan de zuidkust is de plek bij uitstek voor wie graag een schildpad of haai van dichtbij wil zien. In de baai zwemmen regelmatig karetschildpadden en groene zeeschildpadden die rustig op het zeegras en koraal grazen. Zwartpuntrifhaaien patrouilleren vooral vroeg in de ochtend langs de rand van het rif. Deze schuwe dieren zijn voor mensen ongevaarlijk en zwemmen meestal snel weg zodra je in de buurt komt. Shark Bay is vanaf het land bereikbaar via een pad door een resort, waarvoor soms een kleine vergoeding wordt gevraagd, maar de baai wordt ook vaak aangedaan tijdens snorkeltochten per boot. Wie de dieren in alle rust wil zien, gaat het best vroeg op pad, voordat de eerste boten arriveren.
Ga je liever niet zelf op zoek, dan kun je een snorkeltocht rond het eiland boeken. Met een longtailboot of een grotere boot bezoek je op één dag meerdere baaien, waaronder plekken die alleen over water bereikbaar zijn, zoals Mango Bay aan de noordkust en de rotspartijen rond Shark Island. Zo combineer je de rustige strandbaaien van Tanote Bay, Aow Leuk en Shark Bay, die je ook op eigen gelegenheid kunt bezoeken, met de afgelegen riffen die alleen per boot te bereiken zijn. Voor duikers geldt dat vrijwel alle duikstekken per boot worden aangedaan, van White Rock en Shark Island vlak bij de kust tot Chumphon Pinnacle en Sail Rock verder op zee.
Andere aanraders voor duikers en snorkelaars in Thailand
Naast de Similan-eilanden en Koh Tao telt Thailand nog tal van plekken waar je prachtig kunt duiken en snorkelen. Elke bestemming heeft een eigen sfeer en onderwaterlandschap. Zo kun je een duikreis eenvoudig combineren met een strandvakantie, een eilandhoppingtocht of een bezoek aan een minder bekende hoek van het land.
Koh Lanta, aan de Andamanse kust ten zuiden van Krabi, is een relaxed eiland met lange stranden en een ontspannen ritme. Voor duikers is het vooral de uitvalsbasis voor Hin Daeng en Hin Muang, twee afgelegen rotspieken in open zee die tot de beste duikstekken van Thailand worden gerekend. Hin Daeng, de rode rots, dankt zijn naam aan de dieprode zachte koralen die de wanden bedekken. Hin Muang, de paarse rots, ligt volledig onder water en heeft een van de diepste verticale wanden van het land. Rond deze pieken zie je grijze rifhaaien en grote scholen vissen, en met geluk mantaroggen en walvishaaien. De boottocht duurt al gauw twee tot drie uur en de stroming kan stevig zijn. Deze duikstekken zijn daarom vooral geschikt voor ervaren duikers. Op het eiland zelf vinden gezinnen en rustzoekers volop ruimte om te ontspannen, terwijl beginners rond de nabijgelegen eilandjes zoals Koh Haa kunnen duiken in helder en rustiger water.
Koh Phi Phi is wereldberoemd om zijn spectaculaire kalkstenen rotswanden die steil uit het turquoise water oprijzen. Onder water zetten die wanden zich voort, met grotten, overhangen en riffen vol zachte koralen. Rond de eilandjes Bida Nok en Bida Nai zie je regelmatig luipaardhaaien, schildpadden en murenen, terwijl snorkelaars bij Bamboo Island en Mosquito Island vaak zwartpuntrifhaaien in het ondiepe water tegenkomen. Tussen Phi Phi en Phuket ligt bovendien het wrak van de King Cruiser, een autoveerboot die in 1997 op een rif liep en zonk. Het wrak ligt op zo'n dertig meter diepte en is inmiddels begroeid en omringd door scholen vissen. Omdat de constructie steeds verder vervalt, is het binnendringen van het wrak tegenwoordig af te raden. Een duik langs de buitenkant blijft echter een bijzondere ervaring voor duikers met wat ervaring. Koh Phi Phi is ideaal voor wie duiken of snorkelen wil combineren met een levendige sfeer, gezellige restaurants en een bruisend avondleven.
Helemaal in het zuiden, vlak bij de grens met Maleisië, ligt Koh Lipe. Het eiland maakt deel uit van het gebied rond het nationaal park Tarutao en staat bekend om zijn ongerepte riffen, wit poederzand en kristalhelder water. Op verschillende plekken kun je direct vanaf het strand snorkelen, terwijl longtailboten je naar de omliggende eilandjes zoals Koh Adang, Koh Rawi en Koh Hin Ngam brengen. Daar vind je zachte koralen, anemoonvissen en scholen kleurrijke rifvissen. Duikers kunnen terecht bij plekken als Stonehenge, met opvallende rotsformaties, en Eight Mile Rock, een rotspiek in open zee waar soms grotere zeedieren voorbijkomen. Koh Lipe is iets lastiger te bereiken, meestal per speedboot vanuit Pak Bara of vanaf het Maleisische Langkawi. Juist daardoor is het een aanrader voor snorkelaars, stellen en reizigers die rust en ongerepte natuur zoeken.
In de Golf van Thailand zijn Koh Phangan en Koh Samui populaire alternatieven voor Koh Tao. Vooral Koh Phangan is een uitstekende uitvalsbasis voor Sail Rock, dat dichter bij dit eiland ligt dan bij Koh Tao. Vanuit de noordkust ben je er per boot binnen een uur. Op Phangan vind je daarnaast rustige baaien in het noorden waar je goed kunt snorkelen, ver weg van de drukte rond de bekende feesten aan de zuidkust. Koh Samui is groter en biedt meer comfort, met een internationaal vliegveld, luxe resorts en een ruim aanbod aan restaurants. Duikscholen op Samui organiseren dagtochten naar Sail Rock en naar de duikstekken rond Koh Tao, al ben je dan wel langer onderweg. Voor snorkelaars is een tocht naar het nationaal park Ang Thong een aanrader, een groep van tientallen groene eilandjes met lagunes en beschutte baaien. Samui is daardoor vooral geschikt voor gezinnen en reizigers die een comfortabele strandvakantie willen combineren met een paar dagen duiken of snorkelen. Phangan past beter bij wie de avontuurlijke duikstekken van de golf wil verkennen vanuit een wat eenvoudigere en natuurlijkere omgeving.
Seizoensinformatie: de beste reistijd per regio
Wie een duik- of snorkelreis naar Thailand plant, doet er goed aan eerst naar de kalender te kijken. Het land ligt in de invloedssfeer van twee moessons, die de westkust en de oostkust op verschillende momenten van het jaar raken. Aan de Andamanse kust brengt de zuidwestmoesson van ongeveer mei tot en met oktober regen, harde wind en hoge golven. In de Golf van Thailand valt de meeste regen juist later in het jaar, onder invloed van de noordoostmoesson. Dat verschil is goed nieuws voor duikers en snorkelaars, want het betekent dat er bijna altijd wel ergens in Thailand goede omstandigheden zijn.
Voor de Similan-eilanden is de reistijd extra belangrijk, omdat het nationaal park niet het hele jaar open is. Het park gaat ieder jaar half oktober open en sluit half mei weer de deuren. In de maanden daartussen krijgen de natuur en het rif rust, en is het vanwege de ruwe zee ook simpelweg niet veilig om er met boten naartoe te varen. Aan het begin van het seizoen kan de zee nog wat onrustig zijn, maar vanaf december wordt het weer stabiel, met een kalme zee, veel zon en weinig regen. De beste omstandigheden vind je van februari tot en met april. In deze periode is de kans op mantaroggen bij Koh Bon en Koh Tachai het grootst, en worden ook walvishaaien regelmatig gespot, vooral rond Richelieu Rock. Het is bovendien het hoogseizoen, dus liveaboards en dagtrips zijn dan vaak snel volgeboekt.
De watertemperatuur aan de Andamanse kust ligt meestal tussen de 27 en 29 graden. Toch kun je bij de Similan-eilanden in het voorjaar af en toe een verrassing beleven. Door opwellend diepzeewater ontstaan soms zogenaamde thermoclines, lagen koeler water waarin de temperatuur op diepte kan dalen tot zo'n 22 of 23 graden. Dat koelere water is rijk aan voedingsstoffen en trekt juist veel zeeleven aan, maar een iets dikker wetsuit van drie millimeter is dan geen overbodige luxe. Het zicht onder water is in het droge seizoen uitstekend en bedraagt gemiddeld twintig tot dertig meter, op goede dagen zelfs meer. Wanneer er veel plankton in het water zit, neemt het zicht wat af, al is dat ook precies het moment waarop mantaroggen en walvishaaien zich laten zien.
Koh Tao is in tegenstelling tot de Similan-eilanden het hele jaar door te bezoeken. De duikscholen zijn twaalf maanden per jaar open en ook in minder gunstige maanden worden er vrijwel dagelijks duiken georganiseerd. De beste periode loopt van maart tot en met september. De zee is dan meestal kalm, het regent weinig en het zicht onder water ligt gemiddeld tussen de vijftien en dertig meter. Vooral april en mei staan bekend om hun spiegelgladde zee en helder water, ideaal voor zowel beginners als ervaren duikers. In de zomermaanden kan er af en toe een korte regenbui vallen, maar die is meestal snel voorbij en heeft weinig invloed op het duiken.
Van oktober tot en met december trekt de natte moesson over de Golf van Thailand. Er valt dan flink wat regen, de wind neemt toe en de golven kunnen hoog oplopen. November is de minst geschikte maand voor een duikreis naar Koh Tao. Het zicht kan dan teruglopen tot vijf à tien meter, sommige duikstekken in open zee zijn lastig bereikbaar en bootovertochten naar het eiland worden soms uitgesteld. Duikscholen wijken in deze periode uit naar de beschutte baaien aan de kant van het eiland die uit de wind ligt, zodat cursussen meestal gewoon doorgaan. In januari en februari klaart het weer op, al kan de wind dan nog wat golfslag veroorzaken. Wie in deze maanden komt, profiteert wel van rustigere duikstekken en lagere prijzen.
Het water in de Golf van Thailand is opvallend warm. In de zomer loopt de temperatuur op tot 29 à 31 graden, terwijl het in de koelere maanden rond de jaarwisseling zelden onder de 27 graden zakt. Een shorty of lycra shirt volstaat dan ook voor de meeste duikers. Wie hoopt op een ontmoeting met een walvishaai, maakt in de golf de meeste kans in het voorjaar, ruwweg van maart tot en met mei, en opnieuw rond september en oktober. In die periodes zit er veel plankton in het water en worden deze reuzen regelmatig waargenomen bij Chumphon Pinnacle en Sail Rock. Garanties zijn er nooit, maar elk jaar keren tientallen duikers met een onvergetelijke ontmoeting terug naar de kant.
Duiken en snorkelen per maand: een handig overzicht
Omdat de Andamanse kust en de Golf van Thailand elk hun eigen ritme volgen, verschilt de beste bestemming per maand. Met een goed beeld van het jaar kies je eenvoudig de plek waar het zicht helder is en de zee rustig, of combineer je beide kusten in één reis.
In januari is de Andamanse Zee op haar best. Het droge seizoen is in volle gang, de zee is kalm en de zon schijnt bijna dagelijks. De Similan-eilanden zijn open en ook Koh Lanta, Koh Phi Phi en Koh Lipe bieden uitstekende omstandigheden. Op Koh Tao trekt de moesson langzaam weg, maar de wind kan nog voor wat golfslag zorgen en het zicht is wisselend. In februari blijft de westkust de duidelijke favoriet. Dit is het begin van de topperiode bij de Similan-eilanden, met een groeiende kans op mantaroggen bij Koh Bon en Koh Tachai en de eerste walvishaaien bij Richelieu Rock. In de Golf van Thailand verbetert het weer zienderogen en worden de dagen met een vlakke zee steeds talrijker.
Maart en april zijn voor veel duikers de mooiste maanden van het jaar, omdat beide kusten dan tegelijk goede omstandigheden bieden. Aan de Andamanse kust is de kans op grote zeedieren nu het grootst, terwijl Koh Tao zijn beste periode ingaat met warm, helder water en een spiegelgladde zee. Ook in de golf duiken rond Chumphon Pinnacle en Sail Rock regelmatig walvishaaien op. Wie in deze maanden reist, kan bijvoorbeeld beginnen met een liveaboard naar de Similan-eilanden en daarna doorreizen naar Koh Tao voor een duikcursus of een paar ontspannen strandduiken. Houd er wel rekening mee dat half april het Thaise nieuwjaarsfeest Songkran wordt gevierd, waardoor vervoer en accommodatie snel volgeboekt raken.
In mei verschuift het zwaartepunt naar de oostkust. De Similan-eilanden sluiten half mei hun deuren en aan de Andamanse kust kondigt de zuidwestmoesson zich aan met meer wind en buien. Koh Tao beleeft daarentegen een van zijn beste maanden, met kalm water, uitstekend zicht en nog altijd een goede kans op walvishaaien. Ook Koh Phangan en Koh Samui zijn nu een prima uitvalsbasis voor een tocht naar Sail Rock.
Van juni tot en met augustus is de Golf van Thailand de beste keuze. De zee rond Koh Tao is meestal rustig, het water is warm en het zicht blijft goed, al kan er af en toe een korte regenbui vallen. Aan de westkust is het in deze maanden vaak onstuimig. De Similan-eilanden zijn gesloten en op Koh Phi Phi en Koh Lanta kun je nog wel duiken, maar het zicht is minder en boottochten worden geregeld afgelast. Op Koh Lipe sluiten veel accommodaties en duikscholen tijdelijk. Juli en augustus vallen bovendien samen met de Europese zomervakantie, waardoor het op Koh Tao drukker is dan normaal en het verstandig is om je cursus en verblijf op tijd te reserveren.
In september blijft Koh Tao een goede bestemming, met nog altijd aangename omstandigheden en een tweede periode waarin walvishaaien in de golf worden waargenomen. Aan de Andamanse kust is dit doorgaans de natste maand van het jaar. Oktober is een overgangsmaand. In de golf neemt de kans op regen en wind tegen het einde van de maand duidelijk toe, terwijl aan de westkust het droge seizoen voorzichtig begint. Half oktober gaan de Similan-eilanden weer open, al kan de zee in de eerste weken nog wat onrustig zijn.
November is de minst geschikte maand voor Koh Tao. De moesson is dan op zijn hevigst, het zicht kan sterk teruglopen en overtochten worden soms uitgesteld. Aan de Andamanse kust worden de omstandigheden juist snel beter. De Similan-eilanden en Koh Lipe zijn open, de drukte van het hoogseizoen is nog niet begonnen en liveaboards zijn vaak nog goed beschikbaar. In december is het droge seizoen aan de westkust volledig doorgebroken, met een stabiele zee en veel zon. Rond de feestdagen is het overal druk, dus boek je liveaboard of dagtrip ruim van tevoren. In de Golf van Thailand regent het in de eerste helft van december nog regelmatig, maar tegen het einde van de maand wordt het weer geleidelijk rustiger.
Wie vaker naar Thailand reist, kan het jaar slim verdelen: in de winter en het vroege voorjaar naar de Andamanse kust voor de Similan-eilanden, Koh Lanta en Koh Lipe, en in de zomermaanden naar de Golf van Thailand voor Koh Tao, Koh Phangan en Sail Rock. Wil je beide kusten in één reis zien, dan zijn maart en april de ideale maanden om het beste van twee zeeën te combineren.
Praktische tips voor een geslaagde duikvakantie
Een goede voorbereiding begint al thuis, ruim voordat je in het vliegtuig stapt. Controleer allereerst je reisverzekering. Veel standaardpolissen dekken duiken niet of alleen tot een beperkte diepte, terwijl de kosten van een behandeling in een decompressietank of een medische evacuatie per boot of helikopter flink kunnen oplopen. Lees de voorwaarden daarom zorgvuldig en sluit zo nodig een aanvullende dekking af. Veel duikers kiezen voor een speciale duikverzekering, bijvoorbeeld via DAN, die specifiek is afgestemd op ongevallen onder water. Vul bij twijfel over je gezondheid ook de medische vragenlijst van PADI of SSI van tevoren in. Beantwoord je een van de vragen met ja, dan heb je een verklaring van een arts nodig, en die regel je makkelijker in Nederland dan op een tropisch eiland.
Vergeet niet je brevet en logboek in te pakken. Duikscholen en liveaboards vragen altijd om een bewijs van je opleiding, en aan je logboek zien ze hoeveel ervaring je hebt en wanneer je voor het laatst hebt gedoken. Een digitale versie op je telefoon of in de app van je opleidingsorganisatie is een handige reserve, maar neem bij voorkeur ook de kaart zelf mee. Heb je langer dan een jaar niet gedoken, dan raden de meeste scholen een korte opfriscursus aan. Dat is geen overbodige luxe: je frist je vaardigheden op in rustig water en begint je eerste echte duik met meer vertrouwen.
Houd bij het plannen van je reis rekening met de wachttijd tussen je laatste duik en je vlucht. Na het duiken bevat je lichaam nog extra stikstof, en de lagere luchtdruk in een vliegtuigcabine vergroot het risico op decompressieziekte. Als vuistregel geldt dat je na het duiken minimaal 18 tot 24 uur wacht voordat je vliegt, en na meerdere duikdagen achter elkaar kies je liever voor de ruime kant. Dit geldt ook voor binnenlandse vluchten, bijvoorbeeld van Phuket of Koh Samui naar Bangkok. Plan daarom een rustige stranddag of een uitstapje aan land aan het einde van je duikperiode, zodat je niet hoeft te kiezen tussen een laatste duik en je vlucht.
Dan het materiaal. Bij duikcursussen en de meeste duiktrips is huuruitrusting inbegrepen of voor een klein bedrag beschikbaar, en op Koh Tao en in Khao Lak is de kwaliteit over het algemeen goed. Toch nemen veel duikers een paar eigen spullen mee. Een masker dat perfect past, maakt een groot verschil in comfort, en een eigen duikcomputer geeft je de zekerheid dat je je eigen gegevens en limieten bijhoudt. Een dun wetsuit of lycra shirt neemt weinig ruimte in en is ook handig om te snorkelen. Volledige uitrusting meenemen loont vooral als je lang blijft, maar let dan wel op de bagagelimiet van je luchtvaartmaatschappij. Huur je toch alles ter plekke, controleer dan voor vertrek of je masker niet lekt, je vinnen goed passen en je regulator soepel ademt.
Op het water speelt de zon een grotere rol dan je zou verwachten. Tussen de duiken door zit je vaak uren aan dek, waar de weerkaatsing op het water je huid extra belast. Kies een koraalvriendelijke zonnebrandcrème, zoek tijdens de pauzes de schaduw op en draag een pet en zonnebril. Drink bovendien veel water, want uitdroging verhoogt het risico op decompressieziekte en maakt je sneller moe. Ook zeeziekte kan een mooie duikdag bederven, vooral tijdens de langere overtochten naar de Similan-eilanden, Sail Rock of Hin Daeng. Eet een lichte maaltijd voor vertrek, sla de alcohol de avond ervoor over en zoek aan boord een plek in het midden van de boot, waar je de deining het minst voelt. Kijk naar de horizon in plaats van naar je telefoon. Gebruik je tabletten tegen zeeziekte, neem ze dan ruim voor vertrek in en kies een middel dat niet slaperig maakt, want suf het water in gaan is geen goed idee.
Ben je van plan om in het hoogseizoen een liveaboard naar de Similan-eilanden te maken, reserveer dan ruim van tevoren. Vooral tussen december en april en rond de kerstdagen zijn de beste schepen en hutten vaak maanden vooruit volgeboekt. Let bij het boeken op de hoogte van de aanbetaling en de annuleringsvoorwaarden, zodat je weet waar je aan toe bent als je plannen veranderen. Voor dagtrips en cursussen op Koh Tao is het meestal voldoende om een paar dagen vooruit te boeken, al loont het ook daar om in de drukke zomermaanden niet te lang te wachten.
Onder water staat veiligheid altijd voorop. Duik nooit alleen, maar altijd samen met een buddy die je in de gaten houdt en die jij op jouw beurt in de gaten houdt. Doe voor elke duik samen de buddycheck en spreek af welke handsignalen je gebruikt. Luister goed naar de briefing van je gids, want daarin hoor je hoe de duikstek eruitziet, welke stroming je kunt verwachten, hoe diep je gaat en wat je moet doen als je elkaar kwijtraakt. Blijf binnen de grenzen van je brevet en je ervaring, ook als anderen dieper of verder gaan. Duik niet met een verkoudheid of verstopte bijholtes, omdat klaren dan lastig wordt en je oren beschadigd kunnen raken. Raak tot slot het koraal en de dieren niet aan. Dat beschermt niet alleen het rif, maar voorkomt ook vervelende verwondingen door scherp koraal of giftige bewoners zoals koraalduivels en steenvissen.
Klaar om de onderwaterwereld van Thailand te ontdekken
Thailand heeft voor iedere liefhebber van de onderwaterwereld iets bijzonders te bieden. Of je nu voor het eerst een snorkel opzet of al honderden duiken in je logboek hebt staan, de kans is groot dat je na een reis hierheen anders naar de zee kijkt. Het warme water, de kleurrijke riffen en de verrassende ontmoetingen met schildpadden, haaien en mantaroggen zorgen voor herinneringen die nog lang blijven hangen.
De Similan-eilanden laten zien hoe indrukwekkend de Andamanse Zee kan zijn. De enorme granieten rotsblokken, het kristalheldere water en de afgelegen rotspieken rond Koh Bon, Koh Tachai en Richelieu Rock maken dit gebied tot een droombestemming voor duikers die op zoek zijn naar grote zeedieren en spectaculaire landschappen. Koh Tao is juist de plek waar het avontuur voor velen begint. In de beschutte baaien zet je je eerste ademteugen onder water, terwijl de ontspannen sfeer op het eiland ervoor zorgt dat je je meteen thuis voelt. Samen vormen ze twee gezichten van hetzelfde land: ruig en avontuurlijk aan de westkust, toegankelijk en gemoedelijk aan de oostkust.
Wie het beste uit zijn reis wil halen, stemt de bestemming af op het seizoen. Tussen november en april wacht de Andamanse kust met haar kalme zee en uitstekende zicht, terwijl de Golf van Thailand vooral van maart tot en met september schittert. Door je reis slim te plannen, duik je altijd op een plek waar de omstandigheden optimaal zijn. In maart en april kun je zelfs beide kusten combineren en het beste van twee zeeën in één vakantie beleven.
Het enige wat nog ontbreekt, ben jij. Pak je masker en vinnen, kies de maand die bij je past en ontdek zelf waarom zoveel reizigers hun hart verliezen aan de onderwaterwereld van Thailand. Op onze website vind je alles wat je nodig hebt om je reis compleet te maken. Bekijk onze pagina over accommodatie voor een verblijf dat bij jou past, van een eenvoudige bungalow aan het strand tot een luxe resort met uitzicht over zee. Lees op de pagina over vervoer hoe je eenvoudig van het vasteland naar de eilanden reist, en laat je inspireren door onze rondreizen, waarin duiken en snorkelen moeiteloos samengaan met cultuur, natuur en de heerlijke Thaise keuken. De zee wacht op je, dus waar wacht jij nog op?










