Kartelige bergtoppen die bij zonsondergang roze kleuren, eindeloze haarspeldbochten en dorpjes waar je na een lange klim beloond wordt met een stevige espresso: de Dolomieten zijn een droombestemming voor fietsers. Het gebergte in Noord-Italië staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst en trekt elk jaar wielrenners, mountainbikers en toerfietsers. Legendarische klimmen als de Passo Giau en de Passo Pordoi dagen ervaren renners uit, terwijl brede dalen en fietspaden ook ruimte bieden aan wie liever rustig geniet van het uitzicht.
Fietsen tussen de bleke bergen
De Italianen noemen ze de Monti Pallidi, de bleke bergen. Wie voor het eerst door de Dolomieten fietst, begrijpt meteen waarom. Overdag steken de grillige pieken van lichtgrijs kalksteen scherp af tegen een strakblauwe lucht, als enorme kathedralen van rots die zomaar uit het groen omhoog lijken te schieten. Het gesteente dankt zijn naam aan de Franse geoloog Déodat de Dolomieu, die eind achttiende eeuw de bijzondere samenstelling ervan ontdekte. Miljoenen jaren geleden lag hier een tropische zee vol koraalriffen, en die versteende riffen vormen nu de torens, wanden en kammen die het landschap zo herkenbaar maken.
Onder de rotswanden liggen glooiende alpenweiden die in de zomer bezaaid zijn met wilde bloemen. Houten hooischuren, grazende koeien en kleine kapelletjes maken het beeld compleet. Op de fiets beleef je die wisselingen intens: het ene moment klim je door een koel dennenbos, het volgende moment draai je een bocht om en opent zich een panorama over een hoogvlakte als de Alpe di Siusi, de grootste alpenweide van Europa. Juist dat contrast tussen het zachte groen en de ruwe, verticale rotsen maakt elke kilometer anders.
Het meest betoverende moment van de dag komt bij zonsondergang. Dan kleuren de toppen langzaam oranje, roze en soms zelfs dieppaars. Dit fenomeen heet enrosadira, een Ladinisch woord dat zoiets betekent als 'rood worden'. Volgens een oude legende ligt hier de rozentuin van dwergkoning Laurin, die de bergen vervloekte zodat zijn tuin overdag en 's nachts onzichtbaar zou zijn. Hij vergat echter de schemering, waardoor de rozen nog altijd heel even oplichten. Wie na een lange fietsdag op een terras zit, ziet dit schouwspel vaak gratis en voor niets voorbijkomen.
Sinds 2009 staan de Dolomieten op de UNESCO Werelderfgoedlijst, als erkenning voor hun uitzonderlijke schoonheid en geologische waarde. Het gebergte strekt zich uit over de regio's Zuid-Tirol, Trentino en Veneto, en dat merk je onderweg. In het ene dal hoor je vooral Duits en eet je knödel, in het volgende spreekt men Italiaans of Ladinisch en staat er verse pasta op tafel. Die afwisseling geldt ook voor de fietsmogelijkheden. Wielrenners vinden hier legendarische bergpassen uit de Giro d'Italia, mountainbikers en gravelfietsers kunnen kiezen uit bospaden, grindwegen en uitdagende singletracks, en gezinnen fietsen ontspannen over autovrije paden langs rivieren en door brede valleien.
De beste periode voor een fietsvakantie in de Dolomieten
Het fietsseizoen in de Dolomieten loopt globaal van juni tot en met september. Daarbuiten ligt er op de hoogste delen van het gebergte vaak nog sneeuw of valt die alweer. De meeste bergpassen worden in de loop van mei sneeuwvrij gemaakt, maar het exacte moment hangt af van de hoeveelheid sneeuw die in de winter is gevallen. Passen als de Passo Pordoi, Passo Sella en Passo Giau liggen ruim boven de 2.200 meter en zijn doorgaans vanaf eind mei of begin juni goed berijdbaar. Ook midden in de zomer kan het op deze hoogte plotseling flink afkoelen, en een late sneeuwbui in juni of een vroege in september is geen uitzondering. Controleer daarom voor vertrek altijd de actuele situatie bij het lokale toeristenbureau of via de regionale verkeersinformatie.
Juli en augustus vormen het hoogseizoen. Alle liften, berghutten en fietsverhuurders zijn dan open, de dagen zijn lang en het weer is over het algemeen stabiel. Dat maakt deze maanden ideaal voor wie zoveel mogelijk wil combineren, zoals een mountainbiketocht met de lift omhoog en een lunch in een rifugio. De keerzijde is de drukte. Populaire passen trekken dan veel auto's, motoren en touringcars, en rond Ferragosto (15 augustus) vieren ook veel Italianen vakantie in de bergen. Accommodatie is in deze periode duurder en moet je ruim van tevoren boeken.
Het voor- en naseizoen bieden een aantrekkelijk alternatief. In juni staan de alpenweiden vol bloemen, liggen er soms nog witte plukken sneeuw langs de hoogste wegen en zijn de wegen rustiger. September staat bekend om helder weer, frisse ochtenden en een prachtig gouden licht. De temperaturen zijn aangenamer voor zware klimmen en de prijzen liggen vaak lager. Houd er wel rekening mee dat sommige liften en berghutten pas half juni opengaan of half september alweer sluiten.
De temperatuurverschillen tussen dal en pas zijn groot. In lager gelegen plaatsen als Bolzano kan het in de zomer oplopen tot boven de 30 graden, terwijl het in bergdorpen als Ortisei of Corvara meestal tussen 20 en 25 graden is. Op de passen boven de 2.000 meter blijft het vaak steken rond 10 tot 15 graden, en door de rijwind voelt een lange afdaling nog kouder aan. Een windjack en armstukken horen daarom altijd in je achterzak.
In de zomermaanden ontstaan in de loop van de middag regelmatig onweersbuien. De ochtenden zijn meestal zonnig en rustig, maar na de middag kunnen zich boven de toppen snel donkere wolken vormen. Op een open bergpas ben je dan erg kwetsbaar voor bliksem, hagel en plotselinge temperatuurdalingen. Het beste advies is dan ook om vroeg te vertrekken, bij voorkeur rond acht uur, zodat je de zwaarste klimmen voor het begin van de middag achter de rug hebt. Bijkomend voordeel is dat het verkeer op de passen in de vroege ochtend nog beperkt is.
Legendarische beklimmingen voor wielrenners
De Dolomieten zijn voor wielrenners wat Wimbledon is voor tennissers: een plek vol geschiedenis, waar je met elke pedaalslag in het spoor van grote kampioenen rijdt. Sinds de jaren dertig trekt de Giro d'Italia vrijwel elk jaar door dit gebergte, en de beslissende bergetappes worden hier vaak verreden. Op de hoogste pas van elke Giro wordt de Cima Coppi verdeeld, een eerbetoon aan de legendarische Fausto Coppi. Hieronder lees je meer over de bekendste beklimmingen. De genoemde cijfers zijn afgerond, omdat lengte en hoogteverschil per bron en vertrekpunt iets verschillen.
De Passo Giau geldt bij veel renners als de mooiste én zwaarste klim van de Dolomieten. Vanaf Selva di Cadore overbrug je over een afstand van ongeveer 10 kilometer zo'n 920 hoogtemeters, met een gemiddeld stijgingspercentage van ruim 9 procent. Er zitten nauwelijks vlakke stukken in, waardoor je vanaf de eerste bocht een eigen ritme moet vinden. De top ligt op 2.236 meter, waar je wordt beloond met een indrukwekkend uitzicht op de Ra Gusela en de Cinque Torri. In de Giro van 2021 was de Giau de Cima Coppi in een door regen en kou geteisterde etappe, die Egan Bernal in Cortina d'Ampezzo won in de roze trui.
De Passo Pordoi is met 2.239 meter een van de hoogste verharde passen van het gebied en wordt vaker dan welke andere klim ook als Cima Coppi in de Giro opgenomen. Vanaf Canazei is de klim ongeveer 12 kilometer lang, met zo'n 780 hoogtemeters en een gemiddelde van ruim 6 procent. Vanaf Arabba is de beklimming iets korter, ongeveer 9 kilometer met circa 640 hoogtemeters en een vergelijkbaar gemiddelde. De Pordoi is geen bruut steile klim, maar door de vele haarspeldbochten en de regelmatige helling een echte klassieker. Bovenop staat een monument voor Fausto Coppi, een vast fotomoment voor elke wielrenner.
Vlakbij ligt de Passo Sella, op ongeveer 2.240 meter hoogte. Vanaf Selva di Val Gardena rijd je ongeveer 10 kilometer omhoog met zo'n 680 hoogtemeters en een gemiddelde rond 6,5 procent. Het bijzondere aan deze klim is het decor: je fietst recht op de Sassolungo en het Sellamassief af, twee van de meest fotogenieke bergen van de Dolomieten. Vanaf de kant van Canazei sluit je na de eerste kilometers van de Pordoi-weg aan op een korter slotstuk naar de top.
De Passo Gardena (Grödner Joch) verbindt Val Gardena met Alta Badia en heeft zijn top op 2.121 meter. Vanaf Corvara is de klim ongeveer 9,5 kilometer lang met circa 570 hoogtemeters, wat neerkomt op een gemiddelde van zo'n 6 procent. Vanaf Selva is de klim qua cijfers vergelijkbaar. De weg slingert onder de steile wanden van de Sella en de Cirspitzen door en voelt daardoor heel intiem aan. De Gardena is samen met de Sella, Pordoi en Campolongo onderdeel van de beroemde Sella Ronda.
De Passo Campolongo is de kleinste broer van het rijtje en ligt op 1.875 meter. Vanaf Corvara is de klim ongeveer 6 kilometer lang met zo'n 310 hoogtemeters en een gemiddelde van ruim 5 procent, vanaf Arabba is hij nog iets korter maar wat steiler. Voor geoefende renners is dit vooral een verbindingsklim, maar voor wie zijn eerste stappen in de Dolomieten zet, is de Campolongo een uitstekende kennismaking met het rijden op hoogte.
Een heel ander karakter heeft de Passo Fedaia, aan de voet van de Marmolada, met 3.343 meter de hoogste berg van de Dolomieten. Vanaf de oostkant, bij Caprile, is de klim ongeveer 14 kilometer lang met ruim 1.000 hoogtemeters en een gemiddelde van rond de 7,5 procent. Dat gemiddelde is misleidend, want het venijn zit in de staart. Na Malga Ciapela volgt een lang en kaarsrecht stuk met percentages die tegen de 12 procent aanlopen en uitschieters naar boven de 15 procent. De top ligt op 2.057 meter, bij het stuwmeer met uitzicht op de gletsjer. In de Giro van 2022 veroverde Jai Hindley op de flanken van de Fedaia de roze trui, die hij een dag later in Verona definitief binnenhaalde.
De klim naar de Tre Cime di Lavaredo is misschien wel de meest iconische aankomst van de Dolomieten. Vanaf Misurina rijd je ongeveer 7 kilometer omhoog naar de Rifugio Auronzo op circa 2.300 meter, met zo'n 570 hoogtemeters. Na het meertje Lago d'Antorno begint het echte werk: de laatste 4 kilometer hebben een gemiddelde van rond de 12 procent, met stukken tot 18 procent. Voor gemotoriseerd verkeer is de weg tolplichtig, wat het verkeer beperkt. De Giro finishte hier meerdere keren, vaak onder barre omstandigheden. Eddy Merckx won er in 1968 in de sneeuw, en ook Vincenzo Nibali boekte er in 2013 een onvergetelijke zege tijdens een sneeuwstorm. Wie boven komt, staat oog in oog met de drie beroemde rotstorens die symbool staan voor de hele regio.
De Sella Ronda: het rondje om het Sellamassief
Geen enkele route in de Dolomieten spreekt zo tot de verbeelding als de Sella Ronda. In de winter is het een beroemd skicircuit, in de zomer een van de mooiste fietsrondjes van Europa. De route draait in een lus van ongeveer 55 kilometer om het Sellamassief, een enorm rotsplateau dat als een stenen vesting midden in het gebergte ligt. Onderweg beklim je vier passen: de Passo Gardena, de Passo Campolongo, de Passo Pordoi en de Passo Sella. Elke pas verbindt een ander dal, en samen vormen ze de verbinding tussen de vier Ladinische valleien: Val Gardena, Alta Badia, Fodom rond Arabba en Val di Fassa. Daarmee doorkruis je in één dag ook drie provincies: Bolzano, Belluno en Trento.
In totaal overwin je op de Sella Ronda zo'n 1.700 tot 1.800 hoogtemeters. Dat klinkt fors, maar de hellingen zijn regelmatig en liggen meestal tussen de 6 en 8 procent, zonder echt venijnige uitschieters. Voor een getrainde wielrenner is het rondje in drie tot vier uur te rijden, maar de meeste fietsers nemen er bewust de tijd voor. Bovenop elke pas lokken terrassen, berghutten en uitzichtpunten, en het zou zonde zijn om daar zonder te stoppen langs te razen. Reken met pauzes al snel op een halve tot hele dag in het zadel. Wie minder ervaring heeft met klimmen, kan de route ook goed met een e-bike rijden.
Je kunt de Sella Ronda met de klok mee of tegen de klok in rijden. Met de klok mee start je vaak in Selva di Val Gardena en begin je direct aan de Passo Gardena. Na de afdaling door Colfosco kom je in Corvara, het hart van Alta Badia, waar de Campolongo begint. Vanuit Arabba volgt de langste klim van de dag: ongeveer 9 kilometer omhoog naar de Pordoi, door een eindeloze reeks haarspeldbochten. Na de afdaling richting het knooppunt bij Lupo Bianco, net boven Canazei, wacht nog het relatief korte slotstuk naar de Passo Sella, waarna je terug afdaalt naar Selva. Tegen de klok in draait de volgorde om. Je begint dan met de Sella, klimt de Pordoi vanaf de westkant en bedwingt de Campolongo vanaf Arabba, waar hij korter maar steiler is. De dag eindigt met de Gardena vanuit Corvara. Het totaal aantal hoogtemeters ontloopt elkaar nauwelijks, dus de keuze is vooral een kwestie van smaak en vertrekpunt. Omdat je in elk dorp onderweg kunt instappen, starten veel fietsers gewoon vanuit hun eigen hotel in Ortisei, Selva, Corvara, Arabba of Canazei.
Wat de Sella Ronda zo bijzonder maakt, is de voortdurende wisseling van decor. Op de Gardena rijd je onder de puntige Cirspitzen door, rond Corvara kijk je uit op de imposante Sassongher en vanaf de Pordoi zie je bij helder weer de gletsjer van de Marmolada liggen. Op de Sella zelf heb je de Sassolungo zo dichtbij dat je hem bijna lijkt aan te kunnen raken. Ook taal en sfeer veranderen onderweg: in Val Gardena en Alta Badia hoor je Duits en Ladinisch, terwijl in Arabba en Val di Fassa het Italiaans de boventoon voert.
Het hoogtepunt van het fietsjaar is de Sellaronda Bike Day. Op deze dag worden de vier passen enkele uren volledig afgesloten voor gemotoriseerd verkeer, meestal van de vroege ochtend tot halverwege de middag. Duizenden wielrenners, mountainbikers en e-bikers rijden dan in alle rust over het rondje, zonder het lawaai van motoren of de spanning van inhalende auto's. Het evenement wordt doorgaans twee keer per jaar georganiseerd, in juni en in september. Deelname is gratis, er is geen inschrijving nodig en er wordt geen tijd opgenomen: het gaat om het plezier, niet om de prestatie. Langs de route zorgen verzorgingsposten en feestelijke terrassen voor een echte feestsfeer. Houd er wel rekening mee dat accommodatie in de dalen rond deze data snel volgeboekt is.
Op gewone zomerdagen deel je de weg met auto's, motoren en bussen, vooral op de Pordoi en de Sella. Vertrek daarom bij voorkeur vroeg in de ochtend, wanneer het nog rustig is en de kans op onweer klein. Voor mountainbikers bestaat er bovendien een eigen variant van de Sella Ronda, die grotendeels over onverharde paden loopt en waarbij je een deel van de hoogtemeters met de skiliften overbrugt.
Mountainbiken en gravelroutes in de bergen
Wie de Dolomieten liever over onverharde paden verkent, komt hier volledig aan zijn trekken. Het gebergte is doorsneden met een uitgebreid netwerk van bosweggen, grindpaden, oude militaire wegen en smalle singletracks. Een groot deel daarvan is ooit aangelegd voor de bosbouw, de alpenweiden of de bevoorrading van berghutten, en vormt nu een ideaal speelterrein voor mountainbikers en gravelfietsers. Het niveau loopt sterk uiteen. Je kunt rustig over brede grindwegen langs beekjes en hooischuren rollen, maar ook steile afdalingen over wortels en losse stenen trotseren of je uitleven op speciaal aangelegde flowtrails met kombochten, sprongen en houten elementen.
Voor gravelfietsers zijn vooral de brede, goed onderhouden grindwegen interessant die dalen en hoogvlaktes met elkaar verbinden. Rond de Alpe di Siusi, in het natuurpark Fanes-Sennes-Braies en in de bossen rond Cortina d'Ampezzo vind je lange stukken onverhard waar nauwelijks gemotoriseerd verkeer komt. Het tempo ligt hier lager dan op de asfaltwegen van de passen, maar de beleving is des te intenser: je fietst tussen grazende koeien door, passeert eenzame kapelletjes en hebt de rotswanden vaak helemaal voor jezelf. Veel gravelfietsers combineren een asfaltklim met een onverharde afdaling of verbinding, waardoor de drukke passen deels vermeden kunnen worden.
Val Gardena is een van de populairste gebieden voor mountainbikers. Vanaf Ortisei en Selva voeren paden naar de Seceda, de Col Raiser en de Alpe di Siusi, met uitzicht op de Sassolungo en de Geislergroep. In Alta Badia rond Corvara, La Villa en San Cassiano vind je een mix van toegankelijke toertochten over alpenweiden en technischere afdalingen, met de Sassongher en de Sella als decor. Kronplatz (Plan de Corones), boven Brunico, staat vooral bekend om zijn bikepark. Vanaf de ronde top op ruim 2.200 meter lopen verschillende trails naar beneden, van brede flowtrails voor beginners tot uitdagende routes voor ervaren rijders, en de beroemde Herrnsteig behoort tot de bekendste afdalingen van Zuid-Tirol. In Val di Fassa kun je vanuit Canazei, Campitello en Pozza di Fassa kiezen uit rustige dalroutes langs de rivier de Avisio en zware tochten omhoog naar de weiden onder de Marmolada en de Catinaccio. Daarnaast bestaat er een mountainbikevariant van de Sella Ronda, die je door alle vier de Ladinische valleien voert.
Een groot voordeel van de Dolomieten is dat veel skiliften in de zomer ook fietsen vervoeren. Gondels en stoeltjesliften brengen je in enkele minuten honderden meters omhoog, zodat je energie kunt sparen voor de afdaling of voor een tocht over de hoogvlakte. Je fiets wordt meestal aan een speciale haak buiten de cabine gehangen of gaat mee in de gondel. In sommige gebieden kun je met een liftpas voor een of meerdere dagen onbeperkt gebruikmaken van de liften, en bij veel accommodaties is een zomerkaart inbegrepen die korting of gratis vervoer biedt. Informeer vooraf naar de openingstijden, want de meeste liften draaien alleen van half juni tot half september en sluiten aan het eind van de middag. Houd er ook rekening mee dat niet elke lift fietsen meeneemt en dat er soms een kleine toeslag geldt.
Onderweg zijn de rifugi, de berghutten, een vast onderdeel van elke tocht. Ze liggen vaak op strategische plekken bij een pas, een meertje of aan de rand van een hoogvlakte en zijn met de mountainbike goed bereikbaar. Op het terras schuif je aan voor een bord knödel, een portie polenta met paddenstoelen of een stuk appelstrudel, terwijl je uitkijkt over de toppen waar je net nog tussen fietste. Bekende voorbeelden zijn de Rifugio Scotoni en de Rifugio Fodara Vedla in Alta Badia, maar in vrijwel elk dal vind je wel een hut die de klim de moeite waard maakt. Op drukke zomerdagen deel je de paden met wandelaars. Op veel smalle paden geldt dat wandelaars voorrang hebben, en sommige paden zijn zelfs helemaal verboden voor fietsers. Let daarom goed op de bewegwijzering en matig je snelheid, zodat iedereen kan genieten van de rust in de bergen.
Ontspannen fietspaden voor gezinnen en toerfietsers
Niet elke fietstocht in de Dolomieten draait om haarspeldbochten en zware klimmen. Het gebergte heeft ook een uitgebreid netwerk van goed onderhouden fietspaden die grotendeels vlak zijn of geleidelijk dalen. Ze volgen vaak oude spoorlijnen of rivieren door de valleien en zijn gescheiden van het autoverkeer. Daardoor zijn ze ideaal voor gezinnen met kinderen, recreatieve fietsers en iedereen die het berglandschap liever in een rustig tempo beleeft. Onderweg vind je volop speeltuinen, picknickplekken, ijssalons en terrassen waar je kunt pauzeren.
Een van de mooiste routes is de Ciclabile delle Dolomiti, ook bekend als de Lunga Via delle Dolomiti. Het fietspad volgt grotendeels het tracé van de voormalige Ferrovia delle Dolomiti, een smalspoorlijn die tot 1964 Dobbiaco, Cortina d'Ampezzo en Calalzo di Cadore met elkaar verbond. Vanaf Cortina rijd je ongeveer 35 kilometer richting Calalzo, waarbij je zo'n 500 hoogtemeters verliest. Omdat treinen nooit steile hellingen konden nemen, is het verval heel geleidelijk en hoef je nauwelijks te trappen. Je rijdt over oude spoorbruggen, door verlichte tunnels en langs voormalige stationsgebouwen, met uitzicht op de Antelao en de Pelmo. Wie meer kilometers wil maken, kan al in Dobbiaco starten. Het eerste deel stijgt dan licht naar de Passo Cimabanche, langs het Lago di Landro met zijn beroemde uitzicht op de Tre Cime di Lavaredo, waarna de lange afdaling naar Cortina begint.
Minstens zo populair is het fietspad door het Pustertal (Val Pusteria) richting Lienz, in Oostenrijk ook wel de Drauradweg genoemd. Vanaf Dobbiaco of San Candido volg je de jonge rivier de Drau over een afstand van ongeveer 45 kilometer naar het Oost-Tiroolse stadje Lienz. Onderweg daal je van ruim 1.100 naar circa 670 meter, waardoor de route ook voor jonge kinderen goed te doen is. Je fietst door weilanden, langs boerderijen en door schaduwrijke bossen, en steekt halverwege ongemerkt de grens over. Bij Sillian en Mittewald liggen gezellige rustplaatsen, en in Lienz wacht een sfeervol centrum met terrassen om de tocht af te sluiten.
In Trentino is de Pista Ciclabile delle Valli di Fiemme e Fassa een aanrader. Dit fietspad loopt over een lengte van ongeveer 48 kilometer langs de rivier de Avisio, van Alba di Canazei aan de voet van de Marmolada tot Molina di Fiemme. Ook hier daal je geleidelijk af, door dorpen als Campitello, Pozza di Fassa, Moena, Predazzo en Cavalese. Het pad is grotendeels verhard, goed bewegwijzerd en loopt afwisselend langs het water, door bossen en over open weiden. Je hoeft de hele route niet in één keer af te leggen: een kortere etappe tussen twee dorpen, met een ijsje of een duik in een natuurbad als tussenstop, is voor kinderen vaak al een prachtig dagje uit.
Het grote voordeel van deze dalende routes is dat je niet terug hoeft te fietsen. Vanuit Lienz rijden in de zomer regelmatig treinen terug naar San Candido en Dobbiaco, met speciale ruimte voor fietsen. Op mooie dagen is het daar druk, dus kom op tijd naar het station. Vanaf Calalzo di Cadore en Cortina d'Ampezzo zijn er busverbindingen die in het seizoen fietsen meenemen, en ook in Val di Fiemme en Val di Fassa rijden doorgaans bussen met fietsvervoer tussen de dorpen langs het fietspad. Veel verhuurbedrijven in Dobbiaco, San Candido en Cortina bieden bovendien de mogelijkheid om je huurfiets op het eindpunt in te leveren, zodat je zonder fiets terugreist. Controleer de dienstregelingen en het aantal beschikbare fietsplaatsen vooraf, vooral in juli en augustus.
Moeilijkheidsgraden: welke route past bij jou?
Wie een fietsvakantie in de Dolomieten plant, doet er goed aan eerlijk naar de eigen conditie en ervaring te kijken. Het aanbod is enorm, van vlakke dalroutes waar kinderen zonder moeite meefietsen tot bergpassen waar zelfs profrenners naar adem happen. Toeristenbureaus, fietshotels en routeplatforms delen de tochten daarom vaak in naar niveau, meestal in de categorieën licht, gemiddeld en zwaar. In Zuid-Tirol zie je op bordjes en kaarten ook de Duitse termen leicht, mittel en schwer terug. Voor mountainbikeroutes en bikeparken worden bovendien kleuren gebruikt, waarbij blauw staat voor eenvoudig, rood voor gemiddeld en zwart voor moeilijk. Bij singletracks kom je soms de internationale Singletrail-Skala tegen, die loopt van S0 voor brede, gladde paden tot S5 voor extreem technisch terrein. Deze indelingen zijn handig als richtlijn, maar ze verschillen per regio en aanbieder. Kijk daarom altijd ook zelf naar de onderliggende cijfers.
De zwaarte van een route wordt bepaald door een combinatie van factoren. De afstand is het meest voor de hand liggend, maar zegt in de bergen weinig zonder het aantal hoogtemeters. Een tocht van 40 kilometer met 1.500 hoogtemeters is veel zwaarder dan een vlakke rit van 80 kilometer. Minstens zo belangrijk is het stijgingspercentage. Een helling van 5 procent kun je vaak urenlang volhouden, terwijl stukken boven de 10 procent je dwingen om in je lichtste versnelling te klimmen en veel kracht kosten. Ook de ondergrond speelt een grote rol. Op glad asfalt rol je soepel, maar grind, losse stenen, wortels en modder vragen meer energie en techniek, zowel omhoog als omlaag. Tot slot telt de hoogte boven zeeniveau mee, omdat de lucht op grote hoogte merkbaar ijler is.
Dat laatste wordt vaak onderschat. Op 2.000 meter hoogte is de luchtdruk ongeveer een vijfde lager dan aan zee, waardoor je lichaam per ademhaling minder zuurstof opneemt. Je hartslag ligt bij dezelfde inspanning hoger, je wordt sneller moe en je herstelt trager. Veel fietsers merken dat vooral op de bovenste kilometers van de passen boven de 2.000 meter, zoals de Pordoi, de Sella en de Giau. Geef je lichaam daarom de eerste dagen de tijd om te wennen en kies niet meteen de zwaarste klim. Drink bovendien meer dan je gewend bent, want de droge berglucht en de sterke zon zorgen voor extra vochtverlies. Ook bij koel weer verbrand je op hoogte sneller, dus een goede zonnebrandcrème is geen overbodige luxe.
Lichte routes zijn vlak of dalen geleidelijk, hebben weinig of geen klimmetjes en liggen meestal op verharde of goed begaanbare paden. Ze zijn geschikt voor gezinnen, ongetrainde fietsers en iedereen die vooral wil genieten van het landschap. Denk aan de Ciclabile delle Dolomiti van Cortina d'Ampezzo naar Calalzo, het fietspad door het Pustertal richting Lienz en de route langs de Avisio in Val di Fiemme en Val di Fassa. Voor wielrenners die voorzichtig willen kennismaken met de bergen is de Passo Campolongo vanaf Corvara een goede eerste stap. Voor deze routes is weinig voorbereiding nodig, al helpt het om thuis vooraf een paar langere ritten te maken, zodat je went aan meerdere uren in het zadel.
Routes van gemiddeld niveau bevatten één of meer beklimmingen met regelmatige percentages, vaak tussen de 5 en 8 procent, en tellen ongeveer 500 tot 1.500 hoogtemeters. De Passo Gardena, de Passo Sella en de Passo Pordoi vallen voor de meeste geoefende recreanten in deze categorie, net als de Sella Ronda voor wie rustig rijdt en voldoende pauzeert. Met een e-bike wordt dit rondje zelfs voor minder getrainde fietsers haalbaar. Mountainbikers vinden gemiddelde tochten onder meer op de brede paden rond de Alpe di Siusi en op de blauwe en rode trails van de bikeparken. Voor dit niveau is een gerichte voorbereiding van enkele weken verstandig.
Zware routes zijn voorbehouden aan getrainde fietsers met bergervaring. Ze combineren veel hoogtemeters met lange stukken boven de 9 of 10 procent, of met technisch lastig terrein. De Passo Giau, de Passo Fedaia vanaf de oostkant en de slotkilometers naar de Tre Cime di Lavaredo zijn hier sprekende voorbeelden. Ook een dag waarop je de Sella Ronda uitbreidt met de Giau, zoals de lange route van de Maratona dles Dolomites, behoort tot deze categorie. Voor mountainbikers gelden de zwarte trails van Kronplatz en technische afdalingen als de Herrnsteig als echte uitdagingen, waarbij beheersing van de fiets minstens zo belangrijk is als conditie.
Wie zich wil voorbereiden, begint het best acht tot twaalf weken voor vertrek. Bouw de lengte van je ritten geleidelijk op en rijd regelmatig een paar uur achter elkaar, zodat je lichaam went aan langdurige inspanning. In Nederland ontbreken de bergen, maar je kunt klimmen nabootsen door tegen de wind in te rijden, bruggen of dijken herhaaldelijk op te fietsen of op de hometrainer intervallen van tien tot twintig minuten op stevig tempo te doen. Een weekendje Limburg, de Ardennen of het Sauerland is een uitstekende generale repetitie. Vergeet ook je materiaal niet: een compact crankstel en een cassette met een groot achterblad, bijvoorbeeld 32 of 34 tanden, maken de steile stukken een stuk draaglijker. Oefen daarnaast het afdalen, want lange afdalingen met haarspeldbochten vragen concentratie, goed remgedrag en een juiste lijnkeuze. Plan de eerste dagen ter plaatse bewust wat lichter, zodat je kunt acclimatiseren voordat je aan de grote klassiekers begint.
Met de e-bike de bergen in
Nog niet zo lang geleden waren de grote bergpassen van de Dolomieten vooral het domein van getrainde wielrenners. Met de opkomst van de elektrische fiets is dat flink veranderd. Dankzij de trapondersteuning kunnen nu ook minder geoefende fietsers, oudere reizigers en stellen met een verschillend conditieniveau samen de bergen in. Waar de een vroeger in het dal achterbleef terwijl de ander de Passo Pordoi beklom, staan ze nu samen bovenaan voor de foto bij het monument van Fausto Coppi. Ook routes die eerder buiten bereik lagen, zoals de Sella Ronda of een tocht naar een hooggelegen berghut, worden met een e-bike opeens haalbaar. De inspanning verdwijnt niet helemaal, want je trapt nog altijd zelf, maar je bepaalt in grote mate zelf hoe zwaar je het jezelf maakt.
In vrijwel elk dal van de Dolomieten vind je verhuurbedrijven met een ruim aanbod aan elektrische fietsen. In Val Gardena, Alta Badia, Val di Fassa, Cortina d'Ampezzo en het Pustertal zijn e-bikes inmiddels eerder regel dan uitzondering. De meest verhuurde variant is de e-mountainbike, die door zijn brede banden, vering en stevige remmen geschikt is voor grindwegen, bospaden en lichte singletracks. Voor wie vooral over asfalt wil rijden, zijn er steeds vaker elektrische racefietsen en e-gravelbikes beschikbaar. Die zijn lichter en sportiever, maar hebben meestal een kleinere accu. Ook elektrische stadsfietsen en trekkingfietsen zijn te huur, ideaal voor de vlakke dalroutes. Veel fietshotels hebben bovendien een eigen vloot e-bikes voor hun gasten. In juli en augustus is de vraag groot, dus reserveer je fiets ruim van tevoren, zeker als je een bepaald type of framemaat wilt.
Het bereik van een accu is in de bergen lastiger te voorspellen dan in het vlakke Nederland. Afstand zegt hier weinig, het zijn vooral de hoogtemeters die energie kosten. Daarnaast spelen je eigen gewicht, de bagage, de ondergrond, de bandenspanning, de temperatuur en vooral de gekozen ondersteuningsstand een grote rol. Als ruwe vuistregel kun je met een accu van ongeveer 500 tot 750 wattuur in een zuinige stand zo'n 1.000 tot 2.000 hoogtemeters overbruggen. Wie voortdurend in de hoogste stand rijdt, ziet die capaciteit soms al na de helft opraken. Kou heeft eveneens invloed: op de passen boven de 2.000 meter kan de temperatuur zelfs in de zomer flink dalen, waardoor de accu minder lang meegaat. Houd er ook rekening mee dat de ondersteuning wettelijk stopt bij 25 kilometer per uur en dat een lege e-bike met een gewicht van ruim 20 kilo zwaarder klimt dan een gewone fiets.
Gelukkig is het netwerk van oplaadpunten in de Dolomieten de afgelopen jaren sterk uitgebreid. Vrijwel alle fietsvriendelijke hotels hebben een afsluitbare fietsenstalling met stopcontacten, zodat je elke ochtend met een volle accu vertrekt. Ook steeds meer rifugi en restaurants langs populaire routes bieden laadmogelijkheden aan. Je kunt daar je accu tijdens de lunch bijladen terwijl je geniet van een bord knödel of een stuk strudel. In veel dorpen, bij liftstations en op enkele bergpassen staan bovendien openbare laadstations of laadkastjes. Neem bij voorkeur je eigen lader mee, of vraag die mee bij de verhuurder, want lang niet elk laadpunt heeft de juiste aansluiting voor elk merk. Reken erop dat bijladen enkele uren kost: in een uur lunchpauze laad je de accu meestal maar gedeeltelijk op.
Een goede routeplanning is bij een e-bike minstens zo belangrijk als bij een gewone fiets. Bekijk vooraf het hoogteprofiel van je tocht en tel het totaal aantal hoogtemeters op, in plaats van alleen naar de afstand te kijken. Routeplanners en apps tonen deze gegevens overzichtelijk, en verhuurders kunnen je vaak goed adviseren over wat met hun fietsen haalbaar is. Plan bij langere tochten een laadpauze halverwege, bijvoorbeeld bij een berghut of in een dorp waar je toch wilt lunchen. Gebruik op vlakke stukken en in afdalingen de laagste stand of zet de ondersteuning helemaal uit, zodat je energie overhoudt voor de steile klimmen. Houd altijd een reserve van ongeveer een kwart van de accu aan, voor het geval je een omweg moet maken of het weer omslaat. Wie een echt lange dag plant, zoals de Sella Ronda met extra passen, kan bij sommige verhuurders een tweede accu huren. Combineer je tocht daarnaast slim met de liften: veel gondels nemen ook e-bikes mee, waardoor je honderden hoogtemeters kunt overbruggen zonder dat het je batterijcapaciteit kost.
Vergeet tot slot het afdalen niet. Een e-bike is zwaarder dan een gewone fiets en bouwt in de lange afdalingen van de Dolomieten snel snelheid op. Rem op tijd, wissel de voor- en achterrem af om oververhitting te voorkomen en neem bochten rustig. Vraag bij het ophalen van je huurfiets om een korte uitleg over de bediening en het display, zodat je onderweg precies weet hoeveel energie je nog hebt en je volledig kunt genieten van het uitzicht.
Fietsverhuur: wat kun je huren en wat kost het?
Zelf een fiets meenemen naar de Dolomieten is niet altijd praktisch. Een fietsdrager of fietskoffer neemt veel ruimte in, een vliegmaatschappij rekent vaak een flinke toeslag en een lange autorit met fietsen op het dak kost extra brandstof. Gelukkig is het aanbod aan huurfietsen in de Dolomieten groot en van hoge kwaliteit. In vrijwel elk toeristisch dal vind je meerdere verhuurbedrijven, en veel fietshotels hebben een eigen vloot voor hun gasten. Het materiaal wordt doorgaans goed onderhouden en elk seizoen vernieuwd, zodat je vaak op een recenter model rijdt dan je thuis gewend bent.
Wielrenners kunnen terecht voor lichte racefietsen van carbon, vaak met elektronisch schakelen en schijfremmen, wat in de lange afdalingen van de passen een groot voordeel is. Verhuurders zijn zich bewust van de steile klimmen en monteren meestal een compact crankstel met een ruime cassette. Voor onverharde routes zijn er mountainbikes in verschillende uitvoeringen, van hardtails met alleen voorvering tot volledig geveerde fietsen voor technische trails en bikeparken. Ook gravelbikes zijn steeds vaker te huur, ideaal voor wie asfalt en grindwegen wil combineren. Daarnaast is het aanbod aan e-bikes enorm, van elektrische trekkingfietsen tot krachtige e-mountainbikes en sportieve elektrische racefietsen. Gezinnen worden ook niet vergeten: de meeste verhuurders hebben kinderfietsen in diverse maten, aanhangfietsen, kinderzitjes en fietskarren voor de allerkleinsten.
De prijzen verschillen per regio, seizoen en type fiets, maar een indicatie helpt bij het plannen van je budget. Een gewone mountainbike of trekkingfiets huur je meestal voor zo'n 25 tot 40 euro per dag. Een volledig geveerde mountainbike of een gravelbike kost doorgaans 35 tot 55 euro per dag. Voor een carbon racefiets betaal je ongeveer 40 tot 70 euro per dag, afhankelijk van het merk en de afwerking. E-bikes en e-mountainbikes liggen in dezelfde prijsklasse en kosten gemiddeld 40 tot 70 euro per dag. Kinderfietsen, kinderzitjes en fietskarren zijn met ongeveer 10 tot 20 euro per dag een stuk goedkoper. Wie langer huurt, is relatief voordeliger uit: voor een week betaal je vaak het bedrag van vier tot vijf huurdagen, wat voor een racefiets of e-bike neerkomt op zo'n 200 tot 350 euro. Veel verhuurders bieden ook halve dagen of driedaagse pakketten aan. Houd rekening met een borg, die vaak met een creditcard of identiteitsbewijs wordt voldaan, en informeer naar een aanvullende verzekering tegen diefstal of schade, die meestal enkele euro's per dag kost.
Bij de huurprijs is in de regel een basisuitrusting inbegrepen. Denk aan een helm, een fietsslot en een kleine reparatieset met reservebinnenband, bandenlichters en een pompje. Bij racefietsen en mountainbikes krijg je vaak ook een bidonhouder en soms een zadeltasje. Sommige verhuurders leveren daarnaast een stuurhouder voor je telefoon, een routekaart of digitale GPS-routes. Vraag bij het ophalen altijd na wat wel en niet in de prijs zit, zodat je onderweg niet voor verrassingen komt te staan. Een goede verhuurder neemt ook even de tijd om de fiets op jouw maat af te stellen en je de bediening uit te leggen.
In juli en augustus en rond grote evenementen zoals de Maratona dles Dolomites en de Sellaronda Bike Day is de vraag naar huurfietsen groot. De beste racefietsen, e-mountainbikes en grotere of kleinere framematen zijn dan snel uitverhuurd. Reserveer daarom ruim van tevoren, bij voorkeur online, zodat je zeker bent van het gewenste model. Geef bij je reservering je lengte en binnenbeenlengte op, dan kan de verhuurder een passend frame klaarzetten. Veel bedrijven bieden een haal- en brengservice aan, waarbij de fiets bij je hotel wordt afgeleverd. Ook het inleveren op een andere locatie is soms mogelijk, wat vooral handig is bij dalende fietspaden.
Een handige tip voor wielrenners en sportieve mountainbikers is om je eigen pedalen en fietsschoenen mee te nemen. Huurracefietsen worden vaak zonder pedalen of met eenvoudige platte pedalen meegegeven, omdat er veel verschillende klikpedaalsystemen bestaan. Met je vertrouwde pedalen en schoenen fiets je comfortabeler en efficiënter, en het monteren kost de verhuurder maar een minuut. Hetzelfde geldt voor je zadel: een vertrouwd zadel voorkomt zitklachten tijdens lange dagen in de bergen. Ook je eigen fietscomputer, zadeltas en fietskleding nemen weinig ruimte in en maken de huurfiets direct een stuk persoonlijker.
In de populaire fietsplaatsen van de Dolomieten vind je volop verhuurpunten. In Ortisei, in het hart van Val Gardena, zitten meerdere verhuurbedrijven in en rond het centrum, vaak vlak bij de liften naar de Seceda en de Alpe di Siusi. Corvara is als startpunt van de Sella Ronda en uitvalsbasis in Alta Badia een echte fietshub, met een groot aanbod aan racefietsen en e-mountainbikes. In Canazei, in Val di Fassa, huur je eenvoudig een fiets voor de Pordoi, de Sella of het fietspad langs de Avisio. In Cortina d'Ampezzo zijn de verhuurders onder meer gespecialiseerd in fietsen voor de Ciclabile delle Dolomiti, waarbij je de fiets vaak kunt inleveren in Calalzo di Cadore of Dobbiaco. Ook in kleinere dorpen als Selva, Arabba, San Candido en Moena zijn goede verhuurders te vinden, zodat je vrijwel altijd een fiets dichtbij je accommodatie kunt ophalen.
De beste uitvalsbases voor fietsers
Waar je verblijft, bepaalt voor een groot deel hoe je fietsvakantie in de Dolomieten verloopt. Elk dal heeft een eigen karakter, een eigen keuken en een eigen selectie aan routes binnen handbereik. Omdat de afstanden tussen de valleien over de bergpassen soms groot zijn, is het slim om een standplaats te kiezen die past bij het type fietser dat je bent. Wie elke dag klassieke passen wil rijden, zit beter op een andere plek dan een gezin dat vooral rustige dalroutes zoekt.
Val Gardena is een van de bekendste fietsbestemmingen van Zuid-Tirol. Het dal telt drie hoofdplaatsen: Ortisei, Santa Cristina en Selva. Ortisei is het levendigste dorp, met een autovrij centrum, gezellige terrassen en een lange traditie in houtsnijwerk. Selva ligt hoger in het dal, direct aan de voet van de Sella en de Sassolungo, en is daardoor een ideale startplaats voor de Sella Ronda. Ook de Passo Gardena en de Passo Sella liggen hier letterlijk voor de deur. Mountainbikers kunnen met de liften naar de Seceda, de Col Raiser en de Alpe di Siusi, waar brede paden ook geschikt zijn voor gezinnen. Val Gardena is vooral aantrekkelijk voor wielrenners en mountainbikers die veel afwisseling zoeken, en de sfeer is een mengeling van Ladinische tradities en Tiroolse gastvrijheid.
Alta Badia, met dorpen als Corvara, Colfosco, La Villa en San Cassiano, geldt bij veel wielrenners als het kloppend hart van de Dolomieten. Vanuit Corvara rijd je zo de Passo Campolongo of de Passo Gardena op, en ook de Passo Valparola, de Passo Falzarego en de Passo Giau zijn binnen bereik. Niet voor niets start de Maratona dles Dolomites elk jaar in La Villa en eindigt de tocht in Corvara. Het dal staat daarnaast bekend om zijn uitstekende keuken, met restaurants die met Michelinsterren zijn bekroond en berghutten waar lokale gerechten met verfijning worden bereid. De sfeer is rustig en verzorgd, en het Ladinisch is hier nog volop hoorbaar. Alta Badia is ideaal voor sportieve wielrenners en mountainbikers die na een lange dag graag goed eten.
Val di Fassa, in Trentino, heeft een uitgesproken Italiaanse sfeer, met levendige piazza's, pizzeria's en een iets lager prijsniveau dan in Zuid-Tirol. Canazei is de populairste uitvalsbasis, vlak bij de Passo Pordoi, de Passo Sella en de Passo Fedaia aan de voet van de Marmolada. Verder naar beneden in het dal liggen Campitello, Pozza di Fassa en Moena, van waaruit je de Passo San Pellegrino en de Passo di Costalunga kunt beklimmen. Het fietspad langs de Avisio maakt het dal bovendien heel geschikt voor gezinnen en recreatieve fietsers. Val di Fassa is daardoor een goede keuze voor gezelschappen met verschillende niveaus, waar de een een bergpas rijdt en de ander rustig door het dal fietst.
Cortina d'Ampezzo is de chicste plaats van de Dolomieten. Het stadje ontving in 1956 de Olympische Winterspelen en is samen met Milaan gastheer van de Winterspelen van 2026. Je vindt er exclusieve boetieks, stijlvolle hotels en een levendig centrum rond de Corso Italia. Voor fietsers ligt Cortina strategisch gunstig: de Passo Giau, de Passo Falzarego en de Passo Tre Croci beginnen vrijwel in het stadje, en ook de klim naar de Tre Cime di Lavaredo is goed bereikbaar. Gravelfietsers vinden in de omliggende bossen volop onverharde wegen, en gezinnen kunnen de Ciclabile delle Dolomiti richting Calalzo of Dobbiaco volgen. Cortina past het best bij wielrenners die de zwaarste klassiekers willen rijden en daarbij graag wat luxe en stadse allure om zich heen hebben.
Val di Fiemme is het minst bekende dal van dit rijtje en juist daardoor een aanrader voor wie rust zoekt. Dorpen als Cavalese, Tesero en Predazzo zijn authentiek en minder toeristisch, en de prijzen liggen vaak wat lager. Het dal is omringd door uitgestrekte bossen, waaronder het woud van Paneveggio, waarvan het hout van oudsher wordt gebruikt voor de bouw van violen. Wielrenners kunnen zich hier uitleven op de Passo Rolle, de Passo Lavazè en de zware Passo Manghen, die met zijn steile slotkilometers tot de grote uitdagingen van Trentino behoort. Het fietspad langs de Avisio loopt ook door dit dal, wat Val di Fiemme geschikt maakt voor gezinnen. Gravelfietsers vinden in de bossen kilometers aan rustige onverharde wegen.
Welk dal je ook kiest, het loont om een fietsvriendelijk hotel te boeken. In de Dolomieten zijn veel accommodaties gespecialiseerd in fietsers, en in Zuid-Tirol en Trentino zijn ze vaak herkenbaar aan een speciaal label. Zulke hotels beschikken over een afsluitbare fietsenstalling, vaak met laadpunten voor e-bikes, en een werkplaats met gereedschap, een standpomp en een plek om je fiets schoon te spuiten. Je bezwete fietskleding kun je meestal laten wassen, zodat je de volgende ochtend weer met een fris tenue vertrekt. Het ontbijt is afgestemd op sportieve dagen, met havermout, eieren, vers brood, fruit en soms zelfs pasta, en wordt vaak al vroeg geserveerd zodat je de onweersbuien in de middag voor kunt blijven. Veel fietshotels bieden daarnaast lunchpakketten, routekaarten, GPS-tracks en begeleide tochten met lokale gidsen aan. Sommige hebben ook een sauna of wellnessruimte, wat na een dag met duizenden hoogtemeters een welkome beloning is.
Wielerevenementen in de Dolomieten
De Dolomieten zijn niet alleen een decor voor je eigen fietsavonturen, maar ook het toneel van enkele van de beroemdste wielerevenementen van Europa. Een paar keer per jaar staat het hele gebergte in het teken van de fiets. Wegen gaan dicht voor gemotoriseerd verkeer, dorpen hangen vol vlaggen en duizenden fietsers uit de hele wereld verzamelen zich aan de voet van de passen. Of je nu zelf wilt meerijden of liever langs de kant staat te juichen, zo'n evenement meemaken is een ervaring die je niet snel vergeet.
Het bekendste evenement is de Maratona dles Dolomites, een toertocht die sinds 1987 jaarlijks wordt verreden en meestal plaatsvindt op de eerste zondag van juli. De start ligt in La Villa en de finish in Corvara, in het hart van Alta Badia. Deelnemers kiezen uit drie afstanden. De kortste route volgt de Sella Ronda over ongeveer 55 kilometer, de middellange route telt zo'n 106 kilometer en de lange route ongeveer 138 kilometer met ruim 4.000 hoogtemeters. Op de langere afstanden beklim je naast de vier passen rond het Sellamassief ook de Passo Giau, de Passo Falzarego en de Passo Valparola. Vlak voor de finish wacht nog de beruchte Mür dl Giat, een kort maar venijnig muurtje met percentages tot bijna 20 procent. Alle wegen zijn tijdens het evenement afgesloten voor verkeer, en langs de route zorgen muziek, verzorgingsposten en duizenden toeschouwers voor een unieke sfeer. De Maratona wordt bovendien live uitgezonden op de Italiaanse televisie, en elk jaar staat de tocht in het teken van een ander thema.
Meedoen aan de Maratona vraagt om planning. Het evenement is zo populair dat er elk jaar vele malen meer aanmeldingen binnenkomen dan er startplaatsen beschikbaar zijn. Het deelnemersveld is beperkt tot ongeveer 9.000 renners, en de startbewijzen worden grotendeels via een loting verdeeld. De voorinschrijving opent doorgaans in het najaar voorafgaand aan de editie, en enige tijd later hoor je of je bent ingeloot. Houd de officiële website en nieuwsbrief daarom goed in de gaten, zodat je de inschrijfperiode niet mist. Wie bij de loting buiten de boot valt, heeft nog andere mogelijkheden. Een deel van de startplaatsen gaat naar deelnemers die een bijdrage leveren aan een goed doel, en ook verschillende hotels en reisorganisaties in de regio bieden pakketten aan waarbij een startbewijs is inbegrepen. Die zijn vaak prijziger, maar geven wel zekerheid.
Een stuk laagdrempeliger is de Sellaronda Bike Day, die meestal twee keer per jaar wordt gehouden: eenmaal in juni en eenmaal in september. Op deze dagen gaan de Passo Gardena, de Passo Campolongo, de Passo Pordoi en de Passo Sella enkele uren dicht voor auto's en motoren, doorgaans van de vroege ochtend tot halverwege de middag. Inschrijven is niet nodig, deelname is gratis en er wordt geen tijd opgenomen. Je kunt instappen in elk dorp langs de route en zelf kiezen in welke richting je rijdt. Wielrenners, mountainbikers, e-bikers en zelfs gezinnen met oudere kinderen rijden er zij aan zij, in een ontspannen en feestelijke sfeer. Omdat de wegen zonder verkeer veel veiliger aanvoelen, is de Bike Day bij uitstek geschikt voor wie de Sella Ronda voor het eerst wil rijden. In de omgeving worden in de zomer bovendien vergelijkbare autovrije dagen georganiseerd, zoals de Dolomites Bike Day rond Alta Badia en Arabba.
Ook mountainbikers komen aan hun trekken. Tijdens de Sellaronda Hero, een zware mountainbikemarathon met start en finish in Selva di Val Gardena, rijden deelnemers over onverharde paden rond het Sellamassief, met een lange en een kortere variant. In het Pustertal staat de Dolomiti Superbike op de kalender, een van de grootste mountainbikewedstrijden van Europa, met routes door de bossen en over de hoogvlaktes rond Villabassa. Voor beide evenementen geldt een gewone inschrijving, maar ook hier raken de plaatsen snel vol.
Wie de profs aan het werk wil zien, plant zijn reis rond de Giro d'Italia. De Italiaanse ronde wordt in mei verreden, en de etappes door de Dolomieten vallen vaak in de laatste, beslissende week. Toeschouwer zijn is gratis, maar vraagt wel om voorbereiding. De wegen over de passen worden enkele uren voor de doorkomst van de renners afgesloten, ook voor fietsers. Ga daarom ruim op tijd op pad en fiets bij voorkeur in de ochtend zelf naar boven, zodat je een goede plek vindt. De mooiste sfeer vind je op de steile stukken en in de haarspeldbochten, waar de renners langzaam voorbijkomen en het publiek dicht op de weg staat. Neem warme kleding, regenkleding en voldoende eten mee, want eind mei kan het op 2.000 meter hoogte koud zijn en ligt er soms nog sneeuw langs de weg. Het parcours wordt doorgaans in het najaar of de winter voorafgaand bekendgemaakt, dus pas dan weet je zeker welke passen erin zitten.
Rond al deze evenementen is accommodatie schaars. Voor de Maratona dles Dolomites zijn hotels in Alta Badia, Val Gardena en Arabba vaak al een jaar van tevoren volgeboekt, en ook tijdens de Sellaronda Bike Day en de Giro-etappes is het druk in de dalen. Boek daarom zo vroeg mogelijk, bij voorkeur met kosteloze annulering, zodat je je reservering nog kunt aanpassen als je niet wordt ingeloot of als het parcours anders uitvalt. Veel hotels hanteren in deze periode een minimumverblijf van enkele nachten. Is het in de directe omgeving vol, kijk dan naar dorpen iets verder weg, zoals in Val di Fassa, het Pustertal of rond Cortina d'Ampezzo. Houd er wel rekening mee dat de afgesloten passen het reizen tussen de dalen op de dag zelf lastig maken, dus kies een uitvalsbasis van waaruit je de start of je favoriete kijkplek op eigen kracht kunt bereiken.
Praktische tips voor een veilige fietsvakantie
Een fietsvakantie in de Dolomieten vraagt om iets meer voorbereiding dan een tochtje door de polder. Het weer kan binnen een uur omslaan, de afdalingen zijn lang en steil en op de populaire passen deel je de weg met veel ander verkeer. Met de juiste uitrusting en een paar vuistregels fiets je niet alleen veiliger, maar geniet je ook meer van de tocht.
De temperatuurverschillen in de bergen zijn groot, en daar stem je je kleding op af. Werk met laagjes: een ademend ondershirt, een fietsshirt en daaroverheen extra kledingstukken die je gemakkelijk aan en uit kunt trekken. Armstukken en beenstukken nemen weinig ruimte in en zijn ideaal voor frisse ochtenden. Een windjack is onmisbaar. Tijdens de klim zweet je flink, maar bovenop een pas boven de 2.000 meter is het vaak koel, en in de afdaling koelt je bezwete lichaam door de rijwind razendsnel af. Trek het jack daarom altijd aan voordat je naar beneden gaat. Neem op langere tochten ook een licht regenjack en een paar dunne handschoenen mee, zeker in juni en september. Een zonnebril beschermt je ogen tegen de felle zon, opwaaiend gruis en insecten, en zonnebrandcrème is op hoogte geen overbodige luxe.
Eten en drinken verdienen minstens zoveel aandacht. Een dag met veel hoogtemeters kost enorm veel energie, en wie te laat eet, krijgt halverwege een klim te maken met de beruchte hongerklop. Eet daarom regelmatig kleine hoeveelheden, bijvoorbeeld elk uur een reep, een banaan of een gelletje, ook als je nog geen honger hebt. Vertrek met twee volle bidons en drink ook bij koel weer genoeg, want de droge berglucht onttrekt meer vocht aan je lichaam dan je denkt. In veel dorpen en langs sommige routes staan fonteinen met drinkbaar water, en de berghutten en bars bovenop de passen zijn prima plekken om bij te tanken. Op afgelegen onverharde routes zijn die voorzieningen schaarser, dus neem daar extra voorraad mee.
Goede remmen zijn in de Dolomieten letterlijk van levensbelang. Afdalingen van tien kilometer of meer met tientallen haarspeldbochten vragen veel van je materiaal. Controleer voor vertrek of de remblokken voldoende dik zijn en of de remmen goed afgesteld zijn, en vraag bij een huurfiets gerust om een extra controle. Rem op de rechte stukken voor de bocht en laat de remmen in de bocht zelf zoveel mogelijk los. Wissel de voor- en achterrem af en vermijd langdurig slepend remmen. Bij velgremmen kan de velg zo heet worden dat de band het begeeft, en ook schijfremmen kunnen bij overmatig gebruik oververhit raken en aan remkracht verliezen. Las bij twijfel een korte pauze in om het materiaal te laten afkoelen. Een helm dragen spreekt voor zich. In Italië is een fietshelm voor volwassenen niet wettelijk verplicht, maar bij de snelheden die je in de afdalingen haalt, is het onverstandig om zonder te rijden. Bij huurfietsen zit een helm vrijwel altijd bij de prijs inbegrepen.
Op de bekende passen zoals de Pordoi, de Sella, de Gardena en de Giau ben je in de zomer zelden alleen. Auto's, campers, touringcars en vooral grote groepen motorrijders maken gebruik van dezelfde smalle wegen. Rijd daarom zo ver mogelijk rechts, vooral in onoverzichtelijke bochten, en houd er rekening mee dat bussen in haarspeldbochten de hele weg nodig hebben. Ga niet midden op de weg staan voor een foto en zoek bij een stop altijd een veilige plek in de berm of op een parkeerplaats. In de afdaling is het verleidelijk om de ideale lijn te kiezen, maar snijd nooit bochten af, want tegemoetkomend verkeer zie je vaak pas op het laatste moment. Vroeg in de ochtend is het op de passen een stuk rustiger, wat een extra reden is om op tijd te vertrekken.
De verkeersregels in Italië lijken in grote lijnen op die in Nederland, maar er zijn een paar verschillen. Fietsers mogen buiten de bebouwde kom maximaal met twee naast elkaar rijden en moeten achter elkaar gaan rijden als het verkeer of de situatie daarom vraagt. Op drukke passen is achter elkaar rijden sowieso het verstandigst. Is er een fietspad, dan ben je verplicht om dat te gebruiken. Bellen of appen tijdens het fietsen is verboden. Buiten de bebouwde kom en in tunnels moet je tussen een half uur na zonsondergang en een half uur voor zonsopgang, en in tunnels ook overdag, een reflecterend hesje dragen. Bovendien zijn een wit voorlicht en een rood achterlicht verplicht. Autorijders worden in Italië geacht bij het inhalen waar mogelijk anderhalve meter afstand te houden, maar reken daar in de praktijk niet altijd op.
Juist die verlichting wordt in de bergen vaak onderschat. Op verschillende routes rijd je door tunnels of galerijen die ter bescherming tegen lawines en vallend gesteente zijn aangelegd. Sommige zijn goed verlicht, andere zijn halfdonker, en de overgang van fel zonlicht naar het donker kan je even volledig verblinden. Neem daarom altijd lampjes mee, ook als je van plan bent alleen bij daglicht te fietsen, en zet ze aan voordat je de tunnel inrijdt. Zet ook je zonnebril even af als dat veilig kan, of kies een bril met wisselbare of zelfkleurende glazen.
Een goede verzekering hoort bij elke fietsvakantie. Controleer voor vertrek of je reisverzekering fietsactiviteiten in de bergen dekt, inclusief mountainbiken op singletracks of in bikeparken, want dat valt bij sommige polissen onder risicosporten. Ook deelname aan een georganiseerde toertocht als de Maratona dles Dolomites is niet altijd standaard meeverzekerd. Let daarnaast op de dekking van bergings- en reddingskosten, want een inzet van de bergredding of een helikopter kan flink in de papieren lopen. Neem je Europese gezondheidskaart (EHIC) mee, die je terugvindt op de achterkant van je zorgpas, en sla het Europese alarmnummer 112 op in je telefoon. Fiets je op een huurfiets, vraag dan ook na hoe het zit met schade en diefstal, en overweeg de aanvullende verzekering van de verhuurder.
Voor de routeplanning zijn verschillende handige apps beschikbaar. Komoot is populair bij zowel wielrenners als mountainbikers en geeft per route het hoogteprofiel, de ondergrond en de moeilijkheidsgraad weer. Strava en Ride with GPS zijn geschikt om routes te maken en te delen, en via Garmin Connect zet je ze eenvoudig over naar je fietscomputer. Het Nederlandse Climbfinder is een uitkomst voor wie de grote beklimmingen wil voorbereiden, met gedetailleerde profielen en stijgingspercentages per kilometer. Voor het weer zijn de regionale diensten betrouwbaarder dan algemene apps: Meteo Alto Adige voor Zuid-Tirol en Meteotrentino voor Trentino geven nauwkeurige verwachtingen, inclusief waarschuwingen voor onweer. Vertrouw daarnaast niet alleen op je telefoon, want in sommige dalen en op hoge plateaus is het bereik beperkt en raakt een batterij in de kou sneller leeg. Een papieren kaart van Tabacco of Kompass, met schalen van 1:25.000 tot 1:50.000 en ingetekende fiets- en mountainbikeroutes, is dan een betrouwbare reserve. Ook bij de lokale toeristenbureaus kun je terecht voor gratis routekaarten en actuele informatie over afgesloten wegen en paden.
Klaar om de Dolomieten op twee wielen te ontdekken
De Dolomieten laten zich op talloze manieren ontdekken, maar op de fiets komen ze het dichtst bij. Je voelt elke haarspeldbocht in je benen, ruikt de dennenbossen na een regenbui en hoort de koeienbellen op de alpenweiden lang voordat je de dieren ziet. Het gebergte biedt een zeldzame veelzijdigheid. Op dezelfde dag kan de een zich door de steile kilometers van de Passo Giau worstelen, terwijl de ander ontspannen over het oude spoortraject van Cortina d'Ampezzo naar Calalzo rolt. Mountainbikers suizen over flowtrails van Kronplatz, gravelfietsers verdwalen bewust op de grindwegen rond de Alpe di Siusi en gezinnen fietsen met een ijsje in het vooruitzicht langs de Avisio. Aan het eind van de dag kijkt iedereen naar dezelfde toppen die langzaam roze kleuren.
Het geheim van een geslaagde fietsvakantie zit in de keuze van de juiste route. Begin niet meteen met de zwaarste klassiekers, maar geef jezelf de tijd om te wennen aan de hoogte en de lange afdalingen. Een rustige eerste dag over de Passo Campolongo of een tocht door het dal smaakt vaak naar meer, en geeft je het vertrouwen om later in de week de Sella Ronda of de Pordoi aan te pakken. Twijfel je over je conditie, huur dan een e-bike en ontdek dat ook de hoge passen binnen bereik liggen. Er is geen goede of foute manier om de Dolomieten te fietsen, zolang je maar met plezier in het zadel zit.
Maak van je fietsvakantie bovendien meer dan een reeks kilometers en hoogtemeters. Plan je tochten rond de berghutten, waar je na een klim beloond wordt met knödel, polenta, verse pasta of een warme appelstrudel op een zonnig terras. Proef in de dalen het verschil tussen de Tiroolse keuken van Zuid-Tirol en de Italiaanse gerechten van Trentino en Veneto, en sluit de dag af met een glas wijn uit de regio. Neem ook de tijd om de Ladinische valleien te leren kennen. In Val Gardena, Alta Badia, Val di Fassa en rond Arabba leeft een eeuwenoude cultuur voort, met een eigen taal, eigen legendes en tradities zoals het houtsnijwerk van Ortisei. Juist die combinatie van sport, natuur, gastronomie en cultuur maakt een reis door dit gebergte zo bijzonder.
Wie eenmaal de Dolomieten op twee wielen heeft beleefd, komt vaak terug. Er is altijd nog een pas die je niet hebt beklommen, een dal dat je nog niet kent of een berghut waar je nog nooit hebt gegeten. Zet je fietsvakantie daarom gerust op de planning en laat je verrassen door alles wat deze bleke bergen te bieden hebben. Ben je benieuwd naar andere mooie plekken in Italië, van de meren in het noorden tot de kusten en kunststeden in het zuiden? Ontdek dan op onze website nog veel meer reisinspiratie en vind de bestemming die perfect past bij jouw volgende Italiaanse avontuur.


