Even geduld a.u.b.
De pagina wordt geladen...
La Paz voelt als een stad die de zwaartekracht tart. Op ruim 3.600 meter hoogte klimmen huizen tegen de wanden van een diepe canyon, terwijl de besneeuwde Illimani boven de daken waakt. In de straten vermengen koloniale gebouwen, kleurrijke cholita's en Andesklanken zich tot een sfeer die je nergens anders vindt. Het is rauw, eigenzinnig en indrukwekkend. Een stad waar de lucht ijl is, maar de indrukken des te voller zijn.
Wie in La Paz landt, merkt het meteen: de lucht is ijl, de stappen worden langzamer en het hart klopt net iets sneller dan gewend. De stad ligt op ongeveer 3.600 tot 4.000 meter hoogte en is daarmee de hoogstgelegen regeringszetel ter wereld. Officieel is Sucre de hoofdstad van Bolivia, maar het echte bestuurlijke hart klopt in La Paz, waar de regering en het parlement zijn gevestigd. Dat die macht zich op zo'n ongelooflijke hoogte heeft genesteld, past bij een stad die in bijna alles buitengewoon is.
Het landschap is op zichzelf al een reden om te komen. La Paz ligt verstopt in een diepe vallei, die zich als een enorme kom in het Altiplano heeft ingesneden. Vanaf de rand van de kom, in het hoger gelegen El Alto, zie je de stad plotseling onder je openvallen: duizenden bakstenen huizen die als een grillig mozaïek langs de steile hellingen kleven. Daarboven verheft zich de Illimani, een besneeuwde berg van bijna 6.500 meter die bij helder weer majestueus boven de daken uitsteekt. Wie 's ochtends vroeg de gordijnen opentrekt, ziet de sneeuwtoppen soms roze oplichten in het eerste zonlicht.
Net zo opvallend is de sfeer in de straten. Hier ontmoeten koloniale gebouwen en moderne kantoren elkaar, terwijl vrouwen in traditionele klederdracht, de beroemde cholita's met hun bolhoeden en wijde rokken, hun waren aanbieden op de stoep. Aymara en Quechua klinken naast het Spaans, en op de markten hangt de geur van gebakken maïs, verse kruiden en cocabladeren in de lucht. De Andescultuur is hier geen museumstuk, maar dagelijkse praktijk. Rituelen voor Pachamama, Moeder Aarde, horen er net zo vanzelfsprekend bij als het drukke verkeer en de luide minibusjes die door de smalle straten manoeuvreren.
Juist die combinatie van ruwe energie, diepe tradities en adembenemende natuur maakt La Paz tot een onmisbare stop op een reis door Bolivia. De stad is een ideale uitvalsbasis voor tochten naar het Titicacameer, de ruïnes van Tiwanaku en de bergtoppen in de omgeving, maar verdient ook zelf alle aandacht die je haar kunt geven. Het is een plek die uitdaagt, verrast en bijblijft, lang nadat je weer op zeeniveau bent teruggekeerd.
Op deze pagina lees je wat je kunt verwachten van het klimaat en welk moment van het jaar het beste is om te reizen. Daarnaast vind je praktische tips over acclimatiseren, de mooiste bezienswaardigheden in en rond de stad, lokale markten, musea en dagtochten, aangevuld met suggesties voor eten en drinken en handige adviezen voor een zorgeloos verblijf.
La Paz ligt in het westen van Bolivia, op het Altiplano, de hoogvlakte tussen twee Andesketens. Het Titicacameer en de grens met Peru liggen op zo'n 70 tot 100 kilometer van de stad, en ook Chili is niet ver weg. Het centrum ligt op ongeveer 3.600 meter, maar in de vallei loopt het hoogteverschil flink op. De wijken in het zuiden, zoals Zona Sur, liggen een stuk lager en zijn daardoor merkbaar milder en warmer, terwijl de bovenrand van de kom ruim 4.000 meter haalt. Wie door de stad loopt, merkt dat elke helling meteen in de benen zit.
Op die bovenrand ligt El Alto, dat vroeger een voorstad van La Paz was, maar inmiddels een eigen stad met bijna een miljoen inwoners is. Het is een bruisend, snelgroeiend en overwegend Aymara-gebied, met een eigen bestuur en een heel eigen karakter. Het internationale vliegveld, Aeropuerto Internacional El Alto, ligt hier, op ruim 4.000 meter hoogte, en is daarmee een van de hoogste commerciële luchthavens ter wereld. Vanaf de aankomsthal rijd je met een taxi of een georganiseerde transfer in ongeveer 30 tot 45 minuten naar het centrum, afhankelijk van het verkeer. Het is verstandig om de prijs vooraf af te spreken of een officiële taxi te nemen. Omdat je direct op grote hoogte aankomt, loont het om het eerste uur rustig aan te doen.
Vanuit Nederland is er geen directe vlucht naar La Paz. De meeste reizigers vliegen met een overstap in bijvoorbeeld Madrid, Bogotá, Lima of Panama-Stad, soms met een extra stop in Santa Cruz. De totale reistijd bedraagt meestal 17 tot 24 uur. Sommige reizigers kiezen ervoor om eerst naar Santa Cruz te vliegen, dat veel lager ligt, en daarna naar La Paz door te reizen. Dat maakt de overgang naar de hoogte wat geleidelijker. Wie vanuit Peru komt, kan vanuit Cusco of Puno de bus nemen, wat via Copacabana aan het Titicacameer loopt en ongeveer 8 tot 12 uur kost. Vanuit Chili rijden bussen vanuit Arica of Iquique via de grens naar La Paz, een lange rit die door spectaculaire woestijn- en berglandschappen voert. Houd bij grensovergangen rekening met wachttijden en neem je paspoort en eventuele vaccinatiepapieren mee.
Binnen Bolivia is La Paz een knooppunt. Naar Copacabana rijd je in ongeveer drie tot vier uur met de bus, waarbij je halverwege per pontje de Straat van Tiquina oversteekt. Voor Uyuni en Sucre zijn er zowel nachtbussen als binnenlandse vluchten. De bus naar Uyuni duurt ongeveer tien tot twaalf uur, terwijl je met het vliegtuig in iets meer dan een uur bent. Sucre bereik je in ongeveer twaalf uur over de weg, of in ongeveer een uur per vliegtuig. De wegen kunnen in het regenseizoen last hebben van modderstromen en blokkades, dus een ruime marge in je planning is geen overbodige luxe. Vluchten met binnenlandse maatschappijen zijn doorgaans betaalbaar, maar boek ze op tijd.
De lokale munt is de boliviano (BOB). Pinautomaten zijn in het centrum van La Paz goed te vinden, maar op kleinere plekken en op markten betaal je vooral contant. Het is handig om wat kleingeld bij je te hebben voor taxi's, minibussen en straatverkopers. De voertaal is Spaans, al wordt in veel gezinnen en op de markten ook Aymara of Quechua gesproken. In toeristische gebieden redden sommigen zich met Engels, maar een paar woorden Spaans maken contact met de lokale bevolking een stuk gemakkelijker en worden altijd gewaardeerd.
Het klimaat van La Paz wordt vooral bepaald door de hoogte. Op ruim 3.600 meter is de lucht dun en droog, en dat zorgt voor een groot verschil tussen dag en nacht. Overdag schijnt de zon fel en loopt de temperatuur in de zon vaak op tot 15 à 20 graden, maar zodra de zon achter de bergen verdwijnt, koelt het snel af. Het hele jaar door kunnen de nachten koud zijn, en de gevoelstemperatuur ligt in de schaduw een stuk lager dan op het thermometertje staat. De seizoenen worden hier minder bepaald door warmte of kou dan door de hoeveelheid neerslag.
Van ongeveer mei tot oktober is het droge seizoen, en dat is voor de meeste reizigers de aantrekkelijkste periode. De luchten zijn dan vrijwel altijd helder, de zon schijnt uitbundig en de Illimani staat vaak zonder een wolkje boven de stad. De dagen zijn aangenaam fris, maar de nachten kunnen flink kouden worden, met vorst tot enkele graden onder nul, vooral in juni, juli en augustus. Juist in deze maanden zijn de uitzichten het mooist. Voor trektochten in de Cordillera Real, wandelingen in de omgeving en dagtochten naar het Titicacameer is dit het beste moment, omdat de paden droog zijn en het zicht ver reikt. Wie de beste kans op stabiel weer wil, kiest het liefst voor mei tot en met september.
Het regenseizoen loopt ongeveer van november tot april, waarbij januari en februari doorgaans het natst zijn. De ochtenden beginnen vaak nog zonnig, maar in de loop van de middag trekken wolken samen en volgen er regenbuien, soms met onweer of hagel. De straten van La Paz, die steil langs de hellingen lopen, veranderen dan snel in kleine stroompjes. Ook ligt het uitzicht op de bergtoppen vaker verscholen achter wolken, en kunnen wegen buiten de stad door modder of aardverschuivingen moeilijker begaanbaar zijn. Daar staat tegenover dat het landschap in deze periode een stuk groener is, dat het rustiger is op de bekende plekken en dat de prijzen van accommodatie soms wat lager liggen. Wie flexibel is en genoegen neemt met wisselvallig weer, kan dus ook in het regenseizoen een mooie reis maken.
Wat het seizoen ook is, kleding in lagen is op deze hoogte de beste aanpak. Begin de dag met een thermisch ondershirt, voeg een warme fleece of trui toe en neem een winddichte, waterdichte jas mee. Zo kun je kleding uittrekken als de zon schijnt en weer aandoen zodra het afkoelt. Een muts, handschoenen en een warme sjaal zijn 's ochtends en 's avonds geen overbodige luxe, zeker in het droge seizoen. Stevige wandelschoenen zijn handig voor de steile straten en de paden buiten de stad.
Ook de zon moet je niet onderschatten. Door de dunne lucht is de uv-straling op hoogte veel sterker dan in Nederland, en je kunt zelfs bij frisse temperaturen of bewolking snel verbranden. Smeer je daarom ruim in met een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor, draag een zonnebril met goede uv-filter en zet een pet of hoed op. Vergeet je lippen niet, want de droge lucht en de felle zon laten ze snel uitdrogen. Drink daarnaast voldoende water, want ook dat helpt je lichaam om beter met de hoogte om te gaan.
Wie in La Paz aankomt, laat in korte tijd duizenden meters hoogte achter zich. Op ruim 3.600 meter bevat elke ademteug aanzienlijk minder zuurstof dan op zeeniveau, en je lichaam heeft tijd nodig om daaraan te wennen. Die aanpassing noemen we acclimatiseren. Bij veel reizigers lukt dat zonder veel moeite, maar anderen krijgen te maken met hoogteziekte, in Bolivia bekend als soroche. Dat het je overkomt, zegt niets over je conditie: ook sportieve mensen kunnen er last van krijgen, terwijl sommige minder getrainde reizigers er nauwelijks iets van merken.
De klachten beginnen meestal binnen enkele uren tot een dag na aankomst. De bekendste verschijnselen zijn hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, vermoeidheid en een slechte nachtrust. Ook een versnelde hartslag, benauwdheid bij lichte inspanning en verminderde eetlust komen vaak voor. In de meeste gevallen zijn de klachten mild en trekken ze na een à twee dagen weg. Ernstiger signalen zijn aanhoudend braken, toenemende kortademigheid in rust, een hardnekkige hoest, verwardheid of problemen met je evenwicht. Die symptomen mag je nooit negeren: het advies is dan om niet verder te stijgen en zo snel mogelijk naar een lagere plek af te dalen en medische hulp te zoeken.
Voorkomen begint met rustig aan doen. Plan op de eerste dag in La Paz weinig, wandel in een laag tempo en neem vaak even pauze, vooral in de steile straten. Zware inspanning, alcohol en een zware maaltijd versterken de klachten, dus houd het de eerste dagen bij lichte gerechten, zoals soep of rijst met kip. Drink bovendien voldoende water, want de lucht is erg droog en je verliest door het ademen meer vocht dan je denkt. Slaap indien mogelijk de eerste nacht niet te hoog en bouw je programma geleidelijk op, zodat een trektocht in de Cordillera Real pas volgt als je lichaam gewend is.
Een vertrouwd middel in de Andes is mate de coca, de cocathee. De lokale bevolking drinkt die al eeuwen en bij vrijwel elk hotel of restaurant in La Paz vind je een kan met hete thee en losse cocabladeren. Veel reizigers ervaren dat het helpt tegen lichte klachten, al is het wetenschappelijk bewijs beperkt. Bedenk dat cocabladeren in Nederland onder de opiumwet vallen, dus neem ze niet mee naar huis. Er bestaan ook medicijnen die de aanpassing kunnen ondersteunen, maar die zijn niet voor iedereen geschikt.
Raadpleeg daarom voor vertrek een huisarts of een reisgeneeskundig centrum, zeker als je hart- of longproblemen hebt, zwanger bent, medicijnen gebruikt of eerder last hebt gehad van hoogteziekte. Een arts kan je persoonlijk adviseren over voorzorgsmaatregelen en over wat je moet doen als de klachten toch toenemen. Zorg ook dat je reisverzekering ruime dekking biedt voor verblijf op grote hoogte, zodat je bij problemen niet hoeft te twijfelen om hulp in te schakelen.
Het historische hart van La Paz klopt rond Plaza Murillo, een groen plein waar de politieke en religieuze macht van Bolivia al eeuwen dicht bij elkaar liggen. Onder de hoge bomen zitten kantoorklerken, schoenpoetsers en pensionado's op de bankjes, terwijl honderden duiven om de voeten van wandelaars scharrelen. In het midden staat een standbeeld van Pedro Domingo Murillo, een van de leiders van de opstand tegen de Spaanse overheersing in 1809. Het plein draagt zijn naam, en dat is geen toeval: wie hier staat, staat op de plek waar de Boliviaanse onafhankelijkheid werd bedacht en bevochten.
Aan de rand van het plein staat het Palacio Quemado, het presidentieel paleis, dat zijn bijnaam het "verbrande paleis" dankt aan de branden die het tijdens verschillende opstanden troffen. Tegenwoordig doet de regering haar dagelijkse werk grotendeels vanuit een moderne toren vlakbij, maar het oude gebouw blijft een krachtig symbool. Voor de deur staan wachters in felrode uniformen, de Colorados, die er vaak onbeweeglijk bij staan. De wisseling van de wacht is een kleine plechtigheid waar voorbijgangers graag naar kijken, al vindt die niet altijd op vaste tijden plaats. Aan dezelfde kant van het plein ligt het parlementsgebouw, het Congreso Nacional, en aan een andere zijde verrijst de kathedraal, een imposant bouwwerk van lichte steen met een neoclassicistische gevel. Binnenin heerst een rustige sfeer die sterk contrasteert met het gedruis op straat.
Wie van het plein de zijstraten in loopt, stapt in een wereld van smalle, steile straten met koloniale huizen, houten balkons en binnenplaatsen die zich achter zware deuren verbergen. Calle Jaén is het mooiste voorbeeld: een bestrate straat met kleurige gevels, kleine musea en gezellige cafés, die er nog uitziet zoals in de koloniale tijd. Verderop zorgen straatverkopers, marktkramen en voortdurend toeterende minibusjes voor een levendig decor. Het is verstandig om op het tempo te letten, want de steile hellingen en de ijle lucht maken elke wandeling zwaarder dan je verwacht. Neem daarom rustig de tijd en las regelmatig een pauze in op een terras met een kop koffie of cocathee.
Een logische vervolgstop is de Iglesia de San Francisco, op loopafstand van Plaza Murillo. Deze kerk uit de zestiende eeuw valt op door haar barokke gevel, waarin Spaanse en Andesmotieven zijn verweven, en het grote plein ervoor is een geliefde ontmoetingsplek. Op de trappen kletsen families, treden straatmuzikanten op en wordt soms gedanst tijdens feesten en demonstraties. Wie een kijkje wil nemen in het bijbehorende klooster en het museum, kan een rondleiding door de oude stad overwegen, waarbij gidsen vertellen over de geschiedenis en de verborgen hoekjes van het centrum.
Vanaf het plein van San Francisco loop je gemakkelijk verder naar de overige pleinen en straten in de buurt, zoals de drukke Avenida Mariscal Santa Cruz en de nabijgelegen Plaza del Estudiante, ook wel Plaza Villarroel genoemd. Onderweg kom je langs het kleurrijke straatleven van La Paz: verkopers die hun waren aanprijzen, schoolkinderen in uniform en kantoorpersoneel dat in de lunchpauze een salteña eet. Een wandeling door dit deel van de stad is daarmee niet alleen een reis door de geschiedenis, maar ook een eerste kennismaking met het dagelijks leven in de hoogste regeringszetel ter wereld.
Even ten zuiden van de Iglesia de San Francisco slingeren de steile straatjes Linares en Sagárnaga omhoog, en daar ligt de Mercado de las Brujas, de Heksenmarkt. De kraampjes hangen vol met gedroogde kruiden, wortels, zaden, geurige harsen en kleine beeldjes die geluk, gezondheid of liefde moeten brengen. Achter de toonbanken zitten vrouwen in bolhoed en wijde rok, de yatiri's en verkoopsters die precies weten welk middeltje bij welke kwaal of wens past. De sfeer is rustig en nieuwsgierig, en de geur van kruiden en wierook hangt als een zachte deken boven de straat.
Het meest opvallend zijn de gedroogde lamafoetussen die in grote aantallen boven de ingangen van de kraampjes hangen. Voor buitenstaanders ziet het er schokkend uit, maar voor veel Aymara hoort het bij een eeuwenoude traditie. Wie een nieuw huis bouwt, begraaft een lamafoetus onder de fundering als offergave aan Pachamama, Moeder Aarde, zodat zij het gebouw beschermt en de bewoners voorspoed schenkt. Daarnaast verkopen de marktvrouwen amuletten, zoals het beeldje van Ekeko, de god van overvloed, dat je met kleine miniatuurspulletjes en een sigaret behangt. Het is goed om je te realiseren dat dit geen toeristenattractie is, maar levend geloof. Houd daarom met vragen en grapjes rekening met de gevoeligheid van de verkopers.
Wie wil weten hoe La Paz echt eet en winkelt, moet naar de grotere markten. De Mercado Rodríguez, in het centrum, is de bekendste. Tussen de torens verse mango's, papaya's, lúcuma, aardappelen in alle kleuren en bergen kruiden vind je kleine eettentjes waar je voor weinig geld een warm gerecht krijgt, zoals een kom sopa de maní of een bord rijst met kip. Een versgeperst sapje is er een perfecte tussendoortje. Wie het nog groter wil, reist op donderdag of zondag naar El Alto voor de Feria 16 de Julio, een van de grootste openluchtmarkten van Zuid-Amerika. Hier ligt van alles te koop: kleding, elektronica, auto-onderdelen, vee, huishoudelijke spullen en tweedehands fietsen, uitgestald over kilometers straat. Het is overweldigend, rauw en fascinerend. Wie liever met begeleiding gaat, kan een rondleiding over de markt van El Alto overwegen, waarbij een lokale gids helpt met oriëntatie en uitleg.
Op alle markten geldt dat onderhandelen bij souvenirs en kleding gebruikelijk is, maar bij voedsel niet. Begin vriendelijk, met een lach, en bied ongeveer de helft van de gevraagde prijs; kom daarna in kleine stappen naar een bedrag dat voor beide kanten redelijk voelt. Probeer niet te ver door te drukken, want het gaat hier vaak om kleine bedragen die voor de verkoper veel betekenen. Vraag altijd eerst toestemming voordat je iemand fotografeert. Veel marktvrouwen willen liever niet op de foto, of vragen er een kleine vergoeding voor. Een vriendelijk gebaar, een kleine aankoop of een paar woorden Spaans maken het vaak makkelijker, en een nee respecteer je gewoon.
Tot slot een waarschuwing: drukke markten zijn de favoriete plek van zakkenrollers. Draag je portemonnee en telefoon in een binnenzak of een tas die je voor je lijf houdt, laat geen waardevolle spullen zichtbaar en neem alleen het geld mee dat je nodig hebt. Wees extra alert in gedrang en wees voorzichtig als iemand je plots afleidt, bijvoorbeeld door iets op je kleren te morsen. Met een beetje oplettendheid, een open houding en genoeg kleingeld blijft een bezoek aan de markten van La Paz en El Alto een van de meest kleurrijke ervaringen van je reis.
Wie La Paz van bovenaf wil zien, stapt in een van de gondels van Mi Teleférico. Sinds 2014 is er een netwerk van kabelbanen ontstaan dat inmiddels tot de grootste stedelijke kabelbaansystemen ter wereld wordt gerekend. Het is bedoeld als alledaags openbaar vervoer, want in een stad waar de straten steil omhoog lopen en het verkeer vaak muurvast staat, is zweven boven de daken veel sneller dan met de minibus door de file. Voor reizigers is het een ongedwongen manier om de stad te leren kennen, met een uitzicht dat geen enkele bus kan bieden.
Elke lijn heeft een eigen kleur, en dat maakt het netwerk gemakkelijk te begrijpen. De rode lijn (Línea Roja) verbindt het centrum van La Paz met El Alto en is voor veel bezoekers de eerste kennismaking. De gele lijn (Línea Amarilla) brengt je verder omhoog naar de rand van de kom, terwijl de groene lijn (Línea Verde) door het zuiden van de stad naar de wijk Irpavi loopt. Daarnaast zijn er onder meer een blauwe, oranje, witte, zilveren, bruine, paarse en lichtblauwe lijn, die elk een ander deel van de stad aan elkaar knopen. Overstappen is eenvoudig, al moet je bij elk station even letten op de bordjes en de kleurcodes.
De rit naar El Alto is misschien wel het spectaculairst. Vanuit het centrum klim je in enkele minuten honderden meters omhoog, langs bakstenen huizen die schijnbaar aan de helling kleven, tot de stad plotseling openvalt. Op heldere dagen torent de Illimani boven alles uit, met zijn besneeuwde top die vaak ver boven de wolken lijkt te zweven. Eenmaal boven zie je de eindeloze vlakte van het Altiplano en de talloze daken van El Alto. Wie er tijd voor neemt, kan er een bezoek combineren met de markt of een stadstour met de kabelbaan, waarbij een gids uitlegt hoe het systeem het dagelijks leven van de bewoners heeft veranderd.
Praktisch gezien is Mi Teleférico opvallend betaalbaar. Een enkele rit kost ongeveer drie boliviano's, wat neerkomt op minder dan een halve euro, en voor het overstappen tussen lijnen betaal je opnieuw. De tarieven kunnen veranderen, dus controleer ze bij het loket. Je koopt een plastic kaartje of laadt een betaalkaart op bij de stations, en het is handig om kleingeld bij de hand te hebben. De meeste lijnen rijden ongeveer van zes uur 's ochtends tot tien uur 's avonds, al verschillen de exacte tijden per lijn en rijden ze op zondag en feestdagen soms korter of juist later. Omdat de stations in drukke wijken liggen, houd je je tas bij je en let je op zakkenrollers.
Voor het mooiste licht kies je een moment buiten de drukte van de spits, bijvoorbeeld de late middag. Dan kleurt de zon de bergen en de huizen warm oranje, en verschijnt de Illimani in een zachte gloed. Aan het einde van de dag, vlak na zonsondergang, gaan de lichten van de stad aan en verandert de kom in een zee van fonkelende puntjes. Ook de ochtend is geschikt, omdat de lucht dan vaak het helderst is. Houd er rekening mee dat het boven op grote hoogte snel afkoelt, dus neem een jas mee, bescherm je tegen de felle zon en doe het rustig aan als je net bent aangekomen.
Wie de Andescultuur wil begrijpen, vindt in La Paz een compacte en toegankelijke leerschool. De musea in het centrum zijn klein genoeg om er in een paar uur meerdere te bezoeken, en ze laten samen zien hoe geschiedenis, geloof, muziek en dagelijks leven in dit deel van de wereld met elkaar verweven zijn. Veel musea zijn gevestigd in koloniale herenhuizen, waardoor het gebouw zelf al deel uitmaakt van het verhaal.
Het Museo Nacional de Etnografía y Folklore (MUSEF) is het beste startpunt. Het ligt in een prachtig koloniaal paleis aan de Calle Ingavi en toont de rijkdom van de Boliviaanse volkeren, van de Aymara en Quechua in het Andesgebied tot de gemeenschappen in het Amazonegebied. Bijzonder indrukwekkend is de collectie textiel. Bezoekers leren dat geweven stoffen in de Andes veel meer zijn dan kleding: de patronen, kleuren en technieken vertellen over afkomst, status en geloof, en worden al eeuwenlang van moeder op dochter doorgegeven. Ook de maskers van de carnavalsdansen en de verhalen over rituele feesten maken veel duidelijk over het hedendaagse leven.
Een heel andere kant van de Andes toont het Museo de Coca, vlak bij de Heksenmarkt. Hier ontdek je dat het cocablad niet alleen de grondstof van cocaïne is, maar vooral een eeuwenoud onderdeel van de Andescultuur. Het blad wordt gekauwd en gebruikt als thee tegen vermoeidheid, honger en hoogteziekte, en speelt een grote rol in offers en ceremonies. Het museum legt ook uit hoe de coca in de twintigste eeuw in een kwaad daglicht kwam te staan en hoe de discussie daarover nog altijd leeft. Het is een leerzaam, soms confronterend bezoek dat je blik op de plant verandert.
Voor geschiedenis en kunst is het Museo San Francisco een mooie aanvulling. Het museum maakt deel uit van het klooster naast de Iglesia de San Francisco en toont koloniale schilderijen, religieuze kunst en een rustige binnenplaats. Wie meer wil weten over de context, kan een rondleiding door de musea van La Paz overwegen, waarbij een gids de verbanden tussen de koloniale periode en de Andestradities uitlegt. Muziekliefhebbers kunnen naar het Museo de Instrumentos Musicales de Bolivia, ook wel het museum van Ernesto Cavour genoemd, waar panfluiten, charango's, trommels en tientallen andere instrumenten staan. Je mag er vaak zelfs een instrument proberen, en soms speelt de eigenaar zelf. Zo leer je hoe de klanken van de Andes ontstaan en hoe ze zijn veranderd.
Wie de muziek ook in het echt wil horen, kan 's avonds naar een peña, een folkloristisch muziekcafé. In deze gezellige zaaltjes spelen bandjes live Andesmuziek met panfluit, charango en gitaar, vaak gevolgd door traditionele dans. Je eet er een warm gerecht, drinkt een biertje of een glas singani en de sfeer is warm en ongedwongen. Reserveer in het hoogseizoen vooraf, kom iets eerder om een goede plek te vinden en houd rekening met laat beginnen. Beloon de muzikanten met een applaus, want hun optreden is een levende voortzetting van de tradities die je overdag in de musea hebt leren kennen.
Ongeveer tien kilometer ten zuiden van het centrum ligt een landschap dat nauwelijks bij een grote stad lijkt te passen. De Valle de la Luna, de Maanvallei, is een doolhof van scherpe rotspunten, diepe geulen en grillige torens van kleiachtig gesteente, die door eeuwen van wind en regen zijn uitgesleten. Vanaf de parkeerplaats loop je over korte, goed aangelegde paden die tussen de spitse pieken door slingeren, soms over smalle bruggetjes en langs diepe kloven. De rondes duren zo'n 20 tot 40 minuten, dus het is een bezoek dat je gemakkelijk in een halve ochtend of middag past. Het gesteente schakelt van beige naar roestrood, en op een zonnige dag steken de punten scherp af tegen een diepblauwe lucht.
Let wel op je tempo, want ook hier ligt de hoogte rond de 3.500 meter en de paden gaan regelmatig op en neer. Draag stevige schoenen, neem water mee en smeer je goed in, want er is weinig schaduw en de zon is fel. De paden zijn smal en het gesteente is brokkelig, dus blijf op de aangegeven routes. Aan de ingang betaal je een kleine entree in boliviano's, en er zijn meestal een paar kraampjes met souvenirs en drankjes. Wie meer achtergrond wil over de ontstaansgeschiedenis van het landschap, kan een excursie naar de Valle de la Luna overwegen, vaak gecombineerd met een bezoek aan andere plekken in de zuidelijke wijken.
Op weg naar de vallei rijd je door de Zona Sur, het zuidelijke deel van La Paz, dat een heel ander gezicht heeft dan het drukke centrum. Omdat de wijken hier lager in de kom liggen, is het er een paar graden warmer en groener. Moderne woonblokken, villa's, winkelcentra en trendy restaurants volgen elkaar op, en in wijken als Calacoto en San Miguel wonen veel welvarende Bolivianen en expats. Het is een rustiger, schoner deel van de stad, waar je prettig kunt eten of een kop koffie drinkt na een ochtend in de vallei. Wie alleen de oude stad kent, is vaak verbaasd over het verschil.
Voor de beste uitzichten over de stad zijn de miradores, de uitkijkpunten, een mooie aanvulling. Mirador Killi Killi ligt op een heuvel boven het centrum en biedt een weids panorama over de daken, met in de verte de Illimani. Het is vooral aan het eind van de middag en bij zonsondergang een geliefde plek voor stellen en fotografen, wanneer de stad langzaam in warme kleuren verandert en daarna de lichtjes aangaan. Mirador Laikakota ligt dichter bij het centrum, in een park op een heuvel, met speeltuinen, grasveldjes en een uitzicht dat gemakkelijker te bereiken is. Het is een ontspannen plek om even te rusten, vooral als je door de steile straten al flink hebt geklommen. Ga overdag, houd je spullen dicht bij je en vermijd de uitkijkpunten na het donker, tenzij je in een groep gaat.
Praktisch gezien kom je met een taxi het gemakkelijkst bij al deze plekken. Naar de Valle de la Luna rijd je vanaf het centrum in ongeveer 30 tot 45 minuten, afhankelijk van het verkeer, en je spreekt de prijs vooraf af, inclusief wachttijd of retourrit. Goedkoper is de minibus: de lijnen met "Mallasa" of "Valle de la Luna" op het bord vertrekken onder andere vanaf de Avenida Illampu en de Plaza del Estudiante, en zetten je bij de afslag af. Vraag de chauffeur om je te waarschuwen en neem kleingeld mee. Naar Killi Killi en Laikakota neem je het liefst een taxi, zeker als het donker wordt, want de steile straten zijn dan minder prettig om te voet af te leggen. Plan genoeg tijd in en vermijd de spits, zodat je niet vastzit in het verkeer.
La Paz is een uitstekende uitvalsbasis, want binnen een dag bereik je vanuit de stad een oeroude beschaving, een heilig meer, een besneeuwde bergtop en een van de beruchtste wegen ter wereld. Veel van deze tochten zijn vooraf online of bij een reisbureau in het centrum te boeken, inclusief vervoer, gids en soms lunch. Dat scheelt gedoe op locatie en is zeker aan te raden in het hoogseizoen, wanneer de populaire tochten snel vol raken.
Een van de meest bijzondere bestemmingen is Tiwanaku, zo'n anderhalf uur rijden van de stad. Hier stond ruim tweeduizend jaar geleden het centrum van een pre-Inca cultuur die grote delen van de Andes beïnvloedde. Tussen de ruïnes zie je de Poort van de Zon, enorme stenen monolieten en de tempel van Akapana, en de precisie waarmee de blokken zijn bewerkt blijft verbazen. De tocht kost een halve tot een hele dag en is licht van aard, met vooral rustig rondwandelen op een vlakte van ruim 3.800 meter. Wie een rondleiding door Tiwanaku boekt, hoort veel meer over de betekenis van de beelden en het dagelijks leven van deze vroege Andesbewoners dan een bord ter plekke kan vertellen.
Aan het Titicacameer, het hoogstgelegen bevaarbare meer ter wereld, liggen Copacabana en Isla del Sol. Copacabana is een ontspannen stadje met een witte kathedraal, terwijl op Isla del Sol volgens de Inca's de zon werd geboren. Je maakt er wandelingen langs terrassen, oude ruïnes en uitzichten op de blauwe waterspiegel met de Cordillera Real erachter. Een dagtocht is mogelijk, maar het is lang: reken op vroeg vertrekken, ruim drie uur reizen per enkele reis en een boottocht. Beter is een overnachting, zodat je op het eiland zonder haast kunt wandelen. De moeilijkheidsgraad is laag tot matig, maar de trappen en paden op hoogte kunnen zwaar aanvoelen.
Voor wie de hoogte zoekt, zijn er de bergen. Chacaltaya, zo'n 35 kilometer van de stad, bereik je per minibus tot ver boven de 5.000 meter, en de top van 5.400 meter is met een korte, maar pittige klim bereikbaar. De tocht duurt een halve dag. Huayna Potosí is serieuzer: een berg van ruim 6.000 meter waarvoor je een meerdaagse tocht met gids, bergschoenen, stijgijzers en ijsbijl nodig hebt. Hier is acclimatisatie een must, en alleen goed getrainde reizigers met enige ervaring moeten eraan beginnen. Het uitzicht vanaf de top, met in de verte het Altiplano en de Amazone, hoort tot het mooiste van Bolivia.
Tot slot de Death Road, de Camino de la Muerte, een smalle bergweg die van de besneeuwde pas bij La Cumbre bijna 3.500 meter omlaag voert naar de warme, groene Yungas. Tegenwoordig rijdt het gewone verkeer over een nieuwe route, waardoor het oude traject veilig genoeg is voor een fietstocht over de Death Road, meestal een volle dag van ongeveer zeven tot acht uur inclusief transfer en lunch. De afdaling vraagt concentratie en enig fietsgevoel, maar je hoeft niet sportief te zijn. Ga alleen met een betrouwbare organisatie die goede fietsen, helmen en een volgbus biedt, want het blijft een spannende rit langs diepe afgronden. Boek ook hier vooraf, zodat je zeker bent van een plekje en de beste gids.
De Boliviaanse keuken is hartig, stevig en verrassend gevarieerd, en La Paz is een uitstekende plek om er kennis mee te maken. Het eten is gebouwd op wat het Andesgebied van oudsher biedt: aardappelen in tientallen soorten, maïs, quinoa, rijst, vlees en pittige sauzen op basis van aji, de lokale peper. Een dag eten in La Paz begint vaak met een salteña, een sappig gebakken deegpakketje gevuld met vlees of kip, groenten en een licht zoete, pittige saus. Het is een typische ochtendsnack, die je tussen negen en twaalf uur bij bijna elke straathoek vindt. Eet hem met beleid, want de saus is heet en loopt gemakkelijk over je handen. Wie wil weten hoe het moet, kan beter even kijken hoe de locals het doen: de salteña houd je rechtop vast, je bijt een hoekje af en je slurpt de saus eerst leeg.
Later op de dag volgen gerechten die steviger zijn. Anticuchos zijn gegrilde spiesjes van rundvlees, vaak hart, geserveerd met aardappel en een pittige pindasaus, en worden 's avonds op straat bereid. Pique macho is een enorme schaal met reepjes rundvlees, worstjes, frietjes, ui, tomaat, paprika en ei, bedoeld om met meerdere mensen te delen. Voor een warmer, rustiger gerecht is er sopa de maní, een romige pindasoep met pasta of frietjes en een stukje vlees, die je vooral als lunch eet en die goed doet op een frisse dag op hoogte. Wie de dag op Boliviaanse wijze wil afsluiten of beginnen, bestelt api con pastel: een warme, zoete drank van paarse maïs met kaneel en kruidnagel, geserveerd met een gefrituurd kaaspakketje dat met suiker wordt bestrooid. Het is een zalig ontbijt voor koude ochtenden.
De verschillen binnen het eetaanbod zijn groot. In eenvoudige lokale eettentjes en op de markten eet je voor weinig geld de zogeheten almuerzo, een menu van het huis met soep, een hoofdgerecht en soms een dessert, dat de middagpiek vult met kantoorpersoneel en studenten. Het is eerlijk, vullend en een mooi inkijkje in het dagelijks leven. Tegenover die eenvoud staat een ambitieuze gastronomische scene. In Sopocachi, een bohemienachtige wijk met bomen, kleine pleintjes en kunstzinnige cafés, openen jonge chefs restaurants waar traditionele Andesgerechten een eigentijdse draai krijgen. In de Zona Sur, het meer welvarende zuiden, vind je hoogwaardige restaurants met wereldwijde reputatie, waar Boliviaanse ingrediënten zoals quinoa, lama en Amazonevis in verfijnde gerechten terechtkomen. Wie een culinaire ervaring zoekt, kan ook een kookworkshop of eettour in La Paz overwegen, waarbij je naar de markt gaat en daarna zelf aan de slag gaat.
Over veilig eten hoef je je geen overdreven zorgen te maken, maar enige voorzichtigheid is verstandig. Drink uitsluitend flessenwater of gefilterd water en vermijd ijsblokjes in drankjes, tenzij je weet dat ze van gezuiverd water zijn gemaakt. Was je handen voor het eten, kies voor straatkraampjes met veel klanten en een snelle doorloop, en laat rauwe salades en onbehandeld fruit in twijfelachtige gelegenheden liever staan. Je maag heeft op hoogte bovendien al genoeg te verwerken, dus begin de eerste dagen met lichte maaltijden en eet pas wat pittiger als je gewend bent.
Voor de drankjes is singani het spreekwoordelijke nationale product: een heldere druivendestillaat uit de dalen rond Tarija, die vooral in de cocktail chuflay wordt geserveerd, met ginger ale en een schijfje limoen. Het smaakt fris en bloemig, maar is sterker dan je denkt, en op hoogte werkt alcohol sneller. Drink dus mondjesmaat, zeker de eerste dagen, en combineer het met voldoende water. Proef daarnaast de Boliviaanse biersoorten, zoals Paceña, en de verfrissende sapjes van fruit dat je bij de marktkraampjes ziet liggen.
La Paz is voor de meeste reizigers een gastvrije en boeiende stad, maar zoals in elke grote stad is enige oplettendheid verstandig. Het gaat vooral om kleine criminaliteit, zoals zakkenrollen en diefstal van telefoons of tassen, en die komt het meest voor op plekken waar het druk is: markten, busstations, de omgeving van de kabelbaanstations en volle minibusjes. Draag je waardevolle spullen dicht bij je lichaam, bijvoorbeeld in een binnenzak of een tas die je voor je houdt, en laat je telefoon en camera niet zichtbaar rondslingeren. Neem alleen mee wat je die dag nodig hebt en laat paspoort, extra pinpassen en overtollig geld in de kluis van je hotel. Wees ook voorzichtig als een vreemde je plotseling afleidt, bijvoorbeeld door iets op je kleren te morsen, want dat is een bekende truc.
Let ook op hoe je je door de stad verplaatst. Gebruik bij voorkeur officiële radiotaxi's, die je via je hotel of restaurant laat bellen en herkent aan een bedrijfsnaam en telefoonnummer op de auto, in plaats van een willekeurige taxi aan te houden. Spreek de prijs vooraf af en zorg dat je kleingeld hebt. 's Avonds is het verstandig om niet alleen door slecht verlichte of verlaten straten te lopen, vooral niet in de steile zijstraten rond het centrum of bij de uitkijkpunten. Een taxi naar je hotel kost weinig en is de zorgeloze keuze, zeker als je na een etentje of een bezoek aan een peña laat terugkeert.
Daarnaast verdient de politieke en sociale situatie aandacht. In Bolivia komen regelmatig demonstraties, optochten en wegblokkades voor, soms met weinig aankondiging. Die kunnen het verkeer in en rond La Paz urenlang of zelfs dagenlang ontregelen en de verbindingen met de luchthaven, het Titicacameer of andere steden raken. Blijf op de hoogte via je accommodatie, lokale nieuwsberichten en de reisadviezen van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Houd demonstraties op een afstand, ga er niet tussen staan om foto's te maken en reken in je planning op extra marge, vooral als je een vlucht moet halen. Het helpt om niet te strak te plannen en bij belangrijke overgangen een reservedag in te bouwen.
Regel verder vooraf de zaken die je onderweg gerust laten voelen. Sluit een reisverzekering af met ruime medische dekking, inclusief repatriëring en verblijf op grote hoogte, en neem de polis en het alarmnummer mee. Raadpleeg ruim voor vertrek een huisarts of een reisgeneeskundig centrum over vaccinaties en eventuele aanvullende maatregelen, afhankelijk van de route die je door het land maakt, want vooral bij reizen naar lagergelegen gebieden zoals de Yungas of de Amazone kunnen andere adviezen gelden. Neem voldoende contant geld in boliviano's mee voor markten, taxi's en kleine eettentjes, omdat pinautomaten niet overal werken of soms een limiet hanteren. Haal bij voorkeur geld bij een automaat in een bank of winkelcentrum, en doe dat overdag.
Tot slot maakt een beetje Spaans veel verschil. Met een vriendelijke begroeting zoals "buenos días", "por favor" en "gracias" opent je veel deuren, en zinnen als "¿cuánto cuesta?" of "¿dónde está...?" helpen je bij het onderhandelen en de weg vinden. Bolivianen waarderen het als je moeite doet, ook als je fouten maakt. Wie bovendien open, respectvol en geduldig blijft, ervaart La Paz doorgaans als een warme en gastvrije bestemming waar de meeste problemen met gezond verstand te voorkomen zijn.
Er zijn steden die je bezoekt en steden die je overweldigen, en La Paz hoort onmiskenbaar bij de tweede categorie. Het begint al met de ligging: een stad op ruim 3.600 meter hoogte, gevangen in een diepe kom, met huizen die langs de hellingen omhoog klimmen en de besneeuwde Illimani als waker aan de horizon. Wie vanaf de rand van El Alto voor het eerst naar beneden kijkt, vergeet dat beeld niet snel. Het is een plek die in niets lijkt op de steden die we in Europa kennen, en juist daarin zit haar kracht.
Wat La Paz echt bijzonder maakt, is het leven dat zich op die steile straten afspeelt. Op de Plaza Murillo kruisen politiek en geschiedenis elkaar, terwijl de koloniale zijstraten, de kerken en de musea de lagen van de Andescultuur blootleggen. Op de Heksenmarkt en in de hallen van de Mercado Rodríguez merk je hoe oude tradities en dagelijks leven in elkaar overlopen, en op een zondag in El Alto voel je de rauwe energie van een stad die nooit stilstaat. In een peña klinken 's avonds panfluiten en charango's, en een salteña in de ochtend of een kop api con pastel op een koude dag maken de kennismaking compleet.
Ook buiten de stad ligt een wereld die om ontdekking vraagt. Met de kabelbaan zweef je in een paar minuten van het centrum naar de rand van het Altiplano, met uitzichten die in het late middaglicht bijna onwerkelijk mooi zijn. Vanuit La Paz bereik je de ruïnes van Tiwanaku, de blauwe wateren van het Titicacameer, de ijle toppen van Chacaltaya en Huayna Potosí en de adembenemende afdaling van de Death Road. Veel van deze tochten boek je vooraf, zodat je op locatie niets aan het toeval hoeft over te laten en je tijd optimaal benut.
Toch vraagt een reis naar deze hoogte om een goede voorbereiding. Kies bij voorkeur het droge seizoen, van mei tot en met september, wanneer de luchten helder zijn en de bergen zich in volle glorie laten zien, al heeft het regenseizoen zijn eigen charme met een groener landschap en minder drukte. Neem de tijd om te acclimatiseren, begin rustig, drink veel water en eet licht, en raadpleeg bij twijfel vooraf een arts. Wie zo begint, kan veel meer genieten van wat de stad te bieden heeft.
La Paz is geen gemakkelijke stad, maar wel een stad die je raakt en bijblijft. Laat je meevoeren door de kleuren, de geuren en de klanken van de Andes, plan haar in als hoogtepunt van je route door Bolivia en ontdek zelf waarom dit dak van de wereld zoveel reizigers voorgoed in zijn ban houdt.
Gratis annuleren
Gratis annuleren
Gratis annuleren
Gratis annuleren
Gratis annuleren
Gratis annuleren