IJsland voelt soms als een plek die speciaal voor fotografen is ontworpen. Zwarte stranden, bulderende watervallen en gletsjers die blauw oplichten wisselen elkaar in hoog tempo af. Toch is het eiland geen gemakkelijk onderwerp. Het licht verandert per minuut, de wind trekt aan je statief en het weer laat zich nauwelijks voorspellen. Juist die onrust maakt het bijzonder: wie geduld heeft en goed kijkt, wordt beloond met beelden die je nergens anders ter wereld kunt maken.
Waarom IJsland fotografen blijft trekken
Er zijn weinig plekken op aarde waar het landschap zo zichtbaar in beweging is als in IJsland. Het eiland is geologisch gezien nog jong, en dat zie je overal terug. Vulkanen rommelen onder de oppervlakte, gletsjers schuiven langzaam richting zee en rivieren slijten zich steeds dieper in het basalt. Voor fotografen betekent dat een land dat nooit helemaal af lijkt, waar elke bocht in de weg een nieuw tafereel kan opleveren. Wie hier met een camera rondreist, merkt al snel dat het moeilijker is om níet te stoppen dan om een mooi onderwerp te vinden.
Wat IJsland zo uitzonderlijk maakt, is de enorme variatie op relatief korte afstand. Op één dag rijd je langs de zuidkust van een waterval die honderden meters verderop als een wit gordijn over de rotsen valt, naar een zwart zandstrand waar de golven tegen basaltzuilen slaan. Een paar uur later sta je aan de rand van een gletsjerlagune waar ijsbergen in alle tinten blauw voorbij drijven. Daartussen liggen eindeloze lavavelden, bedekt met een dikke laag groen mos die bij regen bijna fluorescerend oplicht. In het noorden en in het binnenland wachten dampende geothermische gebieden, kraters en bergen in kleuren die je eerder op een ander continent zou verwachten. Die afwisseling maakt het mogelijk om in korte tijd een bijzonder gevarieerd portfolio op te bouwen.
Toch is IJsland geen land dat zich gewillig laat vastleggen. Het weer kan binnen een kwartier omslaan van strakblauwe lucht naar horizontale regen, en de wind is vaak zo krachtig dat een statief alleen met moeite blijft staan. Het licht is minstens zo grillig. Door de noordelijke ligging staat de zon een groot deel van het jaar laag, waardoor schaduwen lang zijn en kleuren voortdurend verschuiven. Een scène die je om acht uur nog vlak en grijs vond, kan een half uur later baden in een warm, strijkend licht dat elke textuur in het landschap naar voren haalt.
Juist in die onvoorspelbaarheid schuilt de kracht van fotograferen in IJsland. Dreigende wolkenpartijen boven een gletsjer, een zonnestraal die heel even door de mist breekt of een regenboog boven een waterval zijn momenten die je niet kunt plannen, maar wel kunt afwachten. Fotografen die bereid zijn om geduld te hebben, een locatie meerdere keren te bezoeken en hun plannen aan te passen aan de omstandigheden, komen vaak thuis met beelden die veel meer zeggen dan een plaatje bij perfect weer. Het dramatische karakter van het eiland zit niet alleen in de landschappen zelf, maar vooral in de manier waarop licht, lucht en elementen er elke dag opnieuw mee spelen. Hoe je die momenten het best benut, hangt voor een groot deel af van het seizoen waarin je reist.
De zomer: middernachtzon en eindeloze gouden uren
Tussen juni en augustus verandert IJsland in een land waar de nacht nauwelijks bestaat. Rond de langste dag van het jaar zakt de zon in Reykjavik pas tegen middernacht onder de horizon, om een paar uur later alweer op te komen. In het noorden van het land, zoals op het eilandje Grímsey dat op de poolcirkel ligt, verdwijnt ze zelfs helemaal niet. Voor fotografen levert dat een bijzondere situatie op. Het gouden uur, dat elders op aarde hooguit een uur duurt, rekt zich hier uit tot een lange periode van zacht, warm licht. Zonsondergang en zonsopkomst lopen vrijwel in elkaar over, waardoor de lucht urenlang kleurt in tinten roze, oranje en paars. Dat geeft je alle tijd om een compositie rustig op te bouwen, verschillende standpunten uit te proberen en een locatie in wisselend licht vast te leggen.
De zomer is ook het seizoen waarin IJsland het meest toegankelijk is. Pas vanaf eind juni of begin juli gaan de meeste bergwegen in het binnenland open, de zogeheten F-wegen, waardoor gebieden als Landmannalaugar, Kerlingarfjöll en Þórsmörk bereikbaar worden met een geschikte terreinwagen. De lavavelden en hellingen kleuren in deze maanden diepgroen, en in juni en begin juli staan de bermen en valleien vol met paarse lupines. Die bloemenzeeën vormen een dankbare voorgrond voor bergen, kerkjes en watervallen, zeker als het licht laag over het landschap strijkt. Wie van natuurfotografie houdt, kan bovendien terecht bij de kliffen van Látrabjarg, Borgarfjörður eystri, Dyrhólaey of de Westmannaeilanden. Daar broeden tot ongeveer half augustus duizenden papegaaiduikers, die opvallend weinig schuw zijn en zich met een telelens prachtig laten portretteren tegen de achtergrond van zee en rotsen.
Daar staan wel een paar duidelijke nadelen tegenover. De zomer is het drukste reisseizoen, en bij bekende locaties als Skógafoss, Seljalandsfoss, Reynisfjara en de gletsjerlagune Jökulsárlón is het overdag een komen en gaan van touringcars en huurauto's. Een waterval zonder mensen in beeld vastleggen vraagt dan om geduld of om een creatieve oplossing, zoals een lange sluitertijd waarbij bewegende figuren vervagen. Ook het noorderlicht kun je in deze maanden vergeten. De nachten zijn simpelweg te licht om het poollicht zichtbaar te maken, en pas vanaf eind augustus wordt het donker genoeg om weer een kans te maken. Daarnaast zorgt het constante daglicht ervoor dat je ritme snel ontregeld raakt, wat op een intensieve fotoreis zijn tol kan eisen.
Het grote voordeel van de lichte nachten is dat je de drukte grotendeels kunt omzeilen door je dag om te draaien. Veel fotografen kiezen ervoor om in de middag een paar uur te slapen, in de avond naar een locatie te rijden en daar tussen grofweg tien uur 's avonds en vier uur 's ochtends te fotograferen. Op dat tijdstip zijn zelfs de populairste plekken vaak verrassend rustig, terwijl het licht op zijn mooist is. Het loont om vooraf met een app als PhotoPills of The Photographer's Ephemeris uit te zoeken waar de zon precies opkomt en ondergaat, zodat je weet aan welke kant van een waterval of bergtop het licht zal vallen. Houd daarbij ook de bewolking in de gaten via de website van het IJslandse weerinstituut, want een dichte wolkendeken kan het nachtelijke kleurenspel volledig wegnemen. Plan bij voorkeur een paar locaties dicht bij elkaar, zodat je in één nacht meerdere plekken kunt bezoeken en snel kunt uitwijken als het weer ergens tegenvalt. Zorg tot slot voor een slaapmasker en verduisterende maatregelen in je accommodatie, want wie overdag goed uitrust, houdt het langer vol om de mooiste uren van de IJslandse zomer met de camera te benutten.
De winter: noorderlicht, sneeuw en ijsgrotten
Van november tot en met maart toont IJsland een heel ander gezicht. Het landschap wordt kaal en wit, de dagen zijn kort en de nachten lang en donker. Voor veel fotografen is dit juist het seizoen waarin het eiland op zijn meest betoverend is. De sneeuw maakt van vertrouwde locaties een minimalistisch decor, waarin vormen en lijnen veel sterker naar voren komen dan in de zomer. Een eenzaam boerderijtje, een kerkje met een rood dak of een zwarte bergtop steekt scherp af tegen de witte vlakte, en dat levert composities op die rust en eenvoud uitstralen. Ook de bekende watervallen veranderen ingrijpend. Bij Gullfoss, Skógafoss en Kirkjufellsfoss ontstaan dikke ijsranden en bevroren nevelwolken, terwijl de basaltzuilen rond Svartifoss behangen worden met lange ijspegels. Het contrast tussen stromend water en bevroren structuren geeft je de kans om met sluitertijden te spelen en het verschil tussen beweging en stilstand zichtbaar te maken.
De grootste trekpleister van de winter is zonder twijfel het noorderlicht. Zodra het lang genoeg donker is en de lucht opklaart, kunnen groene, en soms ook paarse of roze, lichtbanen boven het landschap dansen. Het poollicht is in principe overal in IJsland te zien, maar je maakt de meeste kans buiten de bebouwde kom, ver weg van straatverlichting. De noorderlichtvoorspelling van het IJslandse weerinstituut laat zien waar de bewolking op een bepaalde avond het laagst is en hoe sterk de activiteit naar verwachting zal zijn. Daarnaast biedt de winter een unieke ervaring in de vorm van ijsgrotten. Onder de gletsjers van Vatnajökull, vooral rond Breiðamerkurjökull, ontstaan elk jaar nieuwe holtes waarvan de wanden in de meest intense tinten blauw oplichten. Omdat de grotten voortdurend veranderen en alleen in de koudste maanden stabiel genoeg zijn, kun je ze uitsluitend bezoeken onder begeleiding van een erkende gids. Geen enkele grot is hetzelfde als het jaar ervoor, waardoor elke foto die je er maakt in zekere zin uniek is.
Het licht in de winter is minstens zo bijzonder als de onderwerpen zelf. Rond de kortste dag van het jaar komt de zon in Reykjavik pas na elf uur 's ochtends op en gaat ze rond half vier 's middags alweer onder. In het noorden zijn de dagen nog korter. Daar lijkt het in eerste instantie een beperking, maar de zon klimt in deze periode zo weinig boven de horizon dat het licht de hele dag laag en warm blijft. Zonsopkomst en zonsondergang lopen als het ware in elkaar over, met urenlang zacht, strijkend licht dat sneeuwvelden roze en goud kleurt. Ook het blauwe uur duurt langer dan op lagere breedtegraden, wat ideaal is voor sfeervolle opnames van besneeuwde landschappen en verlichte dorpjes. Wie zijn dag goed indeelt, kan in een paar uur daglicht verrassend veel beelden maken.
Tegelijkertijd vraagt de winter om een flinke dosis voorbereiding en flexibiliteit. De hooglanden zijn in deze maanden volledig onbereikbaar voor gewone reizigers, en ook langs de kust worden wegen regelmatig afgesloten vanwege sneeuwval, ijzel of zware storm. Vooral het traject langs de zuidkust en de bergpassen in het oosten en noorden kunnen van het ene op het andere moment onbegaanbaar worden. Rijd daarom altijd met een auto die is uitgerust met goede winterbanden, bij voorkeur een vierwielaandrijving, en controleer elke ochtend de actuele wegcondities via de website van de IJslandse wegbeheerder en de waarschuwingen op Safetravel. Het is verstandig om geen strak schema te maken met elke nacht een andere accommodatie op grote afstand. Bouw liever een paar reservedagen in en kies een basis van waaruit je meerdere locaties kunt bereiken, zodat je bij slecht weer kunt uitwijken of een dag kunt wachten tot de storm is gaan liggen. Wie de grillen van het winterweer accepteert en zijn plannen durft bij te stellen, wordt vaak beloond met dramatische luchten, verse sneeuw en heldere nachten waarin het noorderlicht zich van zijn mooiste kant laat zien.
Lente en herfst: de onderschatte tussenseizoenen
Wie aan een fotoreis naar IJsland denkt, kiest vaak tussen de lichte zomer en de donkere winter. Toch zijn het juist de maanden daartussen die voor fotografen bijzonder veel te bieden hebben. In april, mei, september en oktober krijg je een beetje van beide werelden. De dagen zijn lang genoeg om rustig van locatie naar locatie te reizen, terwijl de nachten op bepaalde momenten donker genoeg zijn voor het noorderlicht. Het landschap verkeert bovendien in een overgangsfase, met sneeuw die nog op de bergtoppen ligt of kleuren die langzaam verschuiven van groen naar rood en goud. Die combinatie levert beelden op met een gelaagdheid die je in het hoogseizoen zelden tegenkomt.
De lente begint in IJsland wat later dan in Nederland. In april liggen de bergen vaak nog onder een dikke witte deken, terwijl de laaglanden langs de kust al sneeuwvrij raken. Dat contrast tussen besneeuwde toppen en donkere lavavelden of zwarte stranden zorgt voor sterke, grafische composities. De dagen worden in deze periode snel langer: begin april heb je al zo'n dertien uur daglicht, eind mei is dat opgelopen tot bijna twintig uur. In de eerste helft van april is het 's nachts nog donker genoeg om met wat geluk het noorderlicht te zien, maar daarna wordt de kans snel kleiner. Mei brengt een heel ander soort leven. De papegaaiduikers keren terug naar hun broedkliffen, trekvogels strijken neer in de moerassen en op de boerderijen lopen de eerste lammetjes rond. Wel is het binnenland in de lente nog afgesloten, omdat de bergwegen vanwege smeltwater en modder pas in de loop van de zomer opengaan.
De herfst heeft voor veel fotografen een nog grotere aantrekkingskracht. Vanaf eind augustus worden de nachten weer donker, en september en oktober behoren tot de beste maanden om het noorderlicht vast te leggen. Rond de herfstnachtevening is de geomagnetische activiteit vaak wat hoger, terwijl de temperaturen nog mild genoeg zijn om urenlang buiten te staan. Overdag verandert het landschap in een palet van warme tinten. De dwergberken, bosbessenstruiken en mossen kleuren dieprood, oranje en goudgeel, wat vooral in de nationale parken van Þingvellir en het noordoosten prachtig tot zijn recht komt. Zeker in de tweede helft van september, wanneer de kleuren op hun hoogtepunt zijn, vormen die begroeide hellingen een rijke voorgrond voor bergen en watervallen. In deze periode vinden ook de traditionele schapendrijvingen plaats, wanneer boeren hun kuddes uit de hooglanden terughalen. Wie van documentaire of reportagefotografie houdt, kan daar bijzondere beelden maken van een eeuwenoude gewoonte.
Een groot voordeel van beide tussenseizoenen is de rust. Zodra de zomervakanties voorbij zijn of nog niet zijn begonnen, nemen de bezoekersaantallen flink af. Bij watervallen en stranden die in juli overspoeld worden door touringcars, sta je in oktober soms bijna alleen. Dat geeft je de ruimte om in alle rust een statief neer te zetten, een compositie op te bouwen en te wachten op het juiste licht zonder telkens mensen uit beeld te hoeven werken. Accommodaties en huurauto's zijn in deze periode vaak ook beter beschikbaar, waardoor je flexibeler kunt plannen. Houd er wel rekening mee dat het weer in oktober al flink kan omslaan, met de eerste sneeuw in het noorden en op de bergpassen, en dat de meeste F-wegen in september of begin oktober weer sluiten.
Welk tussenseizoen het best bij je past, hangt vooral af van wat je wilt vastleggen. Ben je een landschapsfotograaf die houdt van lange dagen, frisse kleuren en het contrast van sneeuw op de toppen, dan is de lente een uitstekende keuze. Mei is bovendien ideaal voor natuurfotografen die vogels en dieren in beeld willen brengen, al moet je het noorderlicht dan voor lief nemen. Wil je juist de kans op poollicht combineren met warme kleuren in het landschap, dan is de herfst moeilijk te verslaan. September is een goede middenweg voor wie het binnenland nog wil verkennen en tegelijk op heldere nachten hoopt, terwijl oktober vooral aantrekkelijk is voor fotografen die rust en sfeer belangrijker vinden dan lange dagen. Voor wie voor het eerst op fotoreis naar IJsland gaat en niet meteen de uitdagingen van de winter wil aangaan, bieden deze maanden een toegankelijke manier om het eiland in al zijn veelzijdigheid te ontdekken.
Composities bij watervallen
Watervallen behoren tot de meest gefotografeerde onderwerpen van IJsland, en dat maakt het een uitdaging om er een beeld van te maken dat opvalt. Bij de bekende watervallen sta je zelden als eerste met een camera, maar dat betekent niet dat alle composities al gemaakt zijn. Het verschil zit vaak in kleine keuzes: een paar meter verder lopen, door je knieën zakken, een ander moment van de dag kiezen of bewust spelen met de beweging van het water. Wie de tijd neemt om een waterval vanuit verschillende hoeken te bekijken voordat de camera op het statief gaat, ontdekt al snel dat zelfs de meest iconische plekken nog genoeg ruimte bieden voor een eigen interpretatie.
Een sterke voorgrond is bij watervallen vaak de sleutel tot een foto met diepte. Bij Skógafoss, waar het water zo'n zestig meter in een breed gordijn naar beneden valt, kun je de kiezelstenen in de rivierbedding of de stroompjes die over het zwarte grind kronkelen gebruiken als leidende lijnen naar de waterval. In de zomer vormen de groene graspollen en bloeiende planten langs de oever een kleurrijk accent. Kirkjufellsfoss op het schiereiland Snæfellsnes is misschien wel het beste voorbeeld van een plek waar de compositie draait om de samenhang tussen voor- en achtergrond. De waterval zelf is bescheiden van formaat, maar door hem vanaf de oostelijke oever op de voorgrond te plaatsen met de puntige berg Kirkjufell erachter, ontstaat een beeld met een natuurlijke gelaagdheid. Probeer daarbij eens laag bij de grond te gaan staan en de bovenste cascade groot in beeld te nemen, zodat de berg in de verte als een soort kroon boven het geheel uitsteekt. In de winter geven de ijsrandjes langs het water en de besneeuwde helling van de berg diezelfde compositie een totaal ander karakter.
De enorme afmetingen van veel IJslandse watervallen zijn op een foto lastig over te brengen. Zonder referentiepunt kan een waterval van zestig meter hoog er net zo uitzien als een beekje van een paar meter. Een persoon in beeld lost dat probleem in één keer op. Een reisgenoot in een rode of gele jas, klein onderaan het kolkende water van Skógafoss of op het pad langs de diepe kloof van Gullfoss, maakt direct duidelijk hoe overweldigend de natuur hier is. Bij Dettifoss, de krachtigste waterval van Europa, werkt dit bijzonder goed. Het grijze, met gletsjerslib beladen water van de Jökulsá á Fjöllum stort met donderend geweld in een ravijn van basalt, en een klein silhouet aan de rand van de kloof versterkt dat gevoel van kracht en schaal. De westelijke oever biedt vaak een frontaler zicht op de hele breedte van de val, terwijl je vanaf de oostkant dichter bij het water kunt komen en meer van de nevelwolk voelt. Het loont om ook stroomopwaarts naar Selfoss te lopen, waar het water in tientallen kleine stromen over een brede rotsrand valt en je weer heel andere composities vindt.
Een ander standpunt kiezen dan de meeste bezoekers levert vaak de meest verrassende beelden op. Seljalandsfoss is daarvan het bekendste voorbeeld, omdat je er via een pad achter het watergordijn langs kunt lopen. Vanuit de holte achter de waterval kun je het vallende water als een omlijsting gebruiken voor het weidse landschap van de zuidkust. In de zomer, wanneer de zon laat in de avond in het westen ondergaat, schijnt het licht recht door het water heen en kleurt de nevel goud en oranje. Houd er wel rekening mee dat je hier binnen enkele seconden doorweekt raakt, dus een regenhoes voor je camera en een paar microvezeldoekjes zijn geen overbodige luxe. Loop daarna ook even door naar Gljúfrabúi, een paar honderd meter verderop, waar een kleinere waterval verscholen ligt in een smalle kloof en je vanuit het halfduister naar het licht boven je kunt fotograferen. Bij Skógafoss leidt een steile trap met ruim vijfhonderd treden naar een uitkijkplatform aan de bovenkant. Vanaf daar kijk je recht omlaag in de diepte, met de rivier die zich richting zee slingert. Wie het wandelpad langs de Skógá verder volgt, passeert binnen een uur nog een hele reeks watervallen die veel minder vaak worden gefotografeerd. Bij Gullfoss is het juist interessant om het uitzicht vanaf het hoger gelegen pad te vergelijken met de lagere route die dicht langs de bovenste trap van de waterval loopt. Van boven zie je hoe het water in twee stappen in de kloof verdwijnt, van dichtbij voel je de kracht van de stroming. Op zonnige dagen hangt boven zowel Gullfoss als Skógafoss regelmatig een regenboog in de nevel, wat een extra element aan je compositie toevoegt.
De sluitertijd bepaalt voor een groot deel welk gevoel een waterfoto oproept. Met een korte sluitertijd van ongeveer 1/500 of 1/1000 seconde bevries je het water in de lucht. Elke druppel en elke spatwolk wordt dan scherp vastgelegd, wat vooral bij krachtige watervallen als Dettifoss en Gullfoss de rauwe energie van het water benadrukt. Kies je juist voor een lange sluitertijd van een halve seconde tot enkele seconden, dan verandert het water in een zachte, zijdeachtige sluier die rust en beweging tegelijk uitstraalt. Dat effect past mooi bij sierlijke watervallen als Seljalandsfoss en Kirkjufellsfoss, en bij de stroompjes die je op de voorgrond gebruikt. Overdag heb je daarvoor een ND-filter nodig om genoeg licht tegen te houden, en een stevig statief is onmisbaar om de rest van het beeld scherp te houden. Het loont om bij één compositie meerdere sluitertijden uit te proberen, want het ideale resultaat verschilt per waterval en per hoeveelheid water. Een middenweg rond 1/4 of 1/8 seconde bewaart vaak nog wat structuur in het water, terwijl het toch een gevoel van beweging geeft. In de winter kun je met hetzelfde principe het contrast tussen bevroren ijsformaties en stromend water extra zichtbaar maken: de ijspegels blijven haarscherp, terwijl het water ertussen in een zachte waas verandert.
Zwarte stranden en ruige kustlijnen
Nergens wordt het dramatische karakter van IJsland zo voelbaar als langs de kust. Waar de Noord-Atlantische Oceaan het eiland raakt, ontstaan landschappen die je nauwelijks ergens anders tegenkomt: stranden van pikzwart vulkanisch zand, kliffen van gestolde lava en rotspilaren die als versteende reuzen uit zee oprijzen. Voor fotografen is de kust een onuitputtelijke bron van inspiratie, omdat het beeld voortdurend verandert. Elke golf tekent een nieuw patroon in het zand, het tij legt telkens andere rotsen bloot en het licht schuift met de wolken over het water. Tegelijk is het een omgeving die respect vraagt, want de zee is hier onvoorspelbaar en een stuk krachtiger dan ze vanaf het strand lijkt.
Reynisfjara, vlak bij het dorp Vík aan de zuidkust, is het bekendste zwarte strand van het land. De grootste blikvanger is de wand van zeshoekige basaltzuilen aan de voet van de berg Reynisfjall, die eruitziet als een gigantisch orgel van steen. Die zuilen lenen zich uitstekend als voorgrond of als kader voor een compositie, zeker wanneer je laag bij de grond fotografeert en de lijnen van de zuilen naar boven laat wijzen. Iets verderop staan de Reynisdrangar, de puntige rotspilaren in zee die volgens een oude legende versteende trollen zouden zijn. Ze komen het mooist tot hun recht wanneer je ze in lijn brengt met de golven die het strand op rollen, of wanneer laaghangende wolken en zeemist hun silhouet gedeeltelijk verhullen. Ook vanaf de andere kant, vanaf het strand bij Vík of vanaf de rotsboog van Dyrhólaey, krijg je een heel ander perspectief op deze karakteristieke rotsformaties.
Aan de oostkant van de gletsjerlagune Jökulsárlón ligt Breiðamerkursandur, beter bekend als Diamond Beach. Hier spoelen brokken gletsjerijs die vanuit de lagune naar zee zijn gedreven weer aan op het zwarte zand. Sommige zijn zo groot als een auto, andere niet groter dan een vuist, en allemaal hebben ze een eigen vorm en kleur, van glashelder tot diepblauw en melkwit. Juist die ijsbrokken maken van dit strand een van de meest fotogenieke plekken van IJsland. Zoek een stuk ijs met een interessante vorm, ga er laag bij zitten en laat het een groot deel van je voorgrond vullen, met de zee en de horizon op de achtergrond. Het mooiste moment is vaak rond zonsopkomst of zonsondergang, wanneer het lage licht door het ijs heen schijnt en het van binnenuit lijkt te gloeien. Omdat het aanbod aan ijsbrokken elke dag verandert, is geen bezoek hetzelfde en loont het om hier meerdere keren terug te komen.
De kust van het schiereiland Snæfellsnes biedt weer een heel ander soort kustfotografie. Bij Arnarstapi en Hellnar loop je over een pad langs grillige kliffen van basalt, waar zeevogels in de holtes nestelen en de rotsboog Gatklettur een natuurlijk venster op zee vormt. Het strand van Djúpalónssandur ligt verscholen tussen ruwe lavaformaties en is bezaaid met gladde zwarte kiezels. De roestige wrakstukken van de Britse trawler Epine, die hier in 1948 verging, liggen nog altijd verspreid over het strand en vormen een bijzonder voorgrondelement met een beladen geschiedenis. Iets verderop rijzen de rotspilaren van Lóndrangar op uit de branding, en het opvallende oranje vuurtorentje van Skálasnagi steekt fel af tegen het donkere lavaveld en de grijze zee. Wie een contrast zoekt met al dat zwart, vindt bij Skarðsvík juist een strand met goudgeel zand tegen een achtergrond van donkere rotsen.
Lange sluitertijden zijn aan de kust een van de krachtigste middelen om sfeer te creëren. Met een sluitertijd tussen ongeveer een halve seconde en twee seconden leg je de beweging van een terugtrekkende golf vast als een patroon van witte lijnen en strepen over het zwarte zand. Het juiste moment om af te drukken is meestal net nadat een golf zijn hoogste punt op het strand heeft bereikt en weer terug begint te stromen. Kies je voor een veel langere belichting van dertig seconden of meer, dan verandert de zee in een gladde, mistige vlakte waaruit rotsen als de Reynisdrangar of de pilaren van Lóndrangar scherp en stil opdoemen. Overdag heb je daarvoor een sterk ND-filter nodig, en een statief dat je stevig in het zand drukt zodat het niet wegzakt wanneer het water eromheen spoelt. Bij Diamond Beach werkt dezelfde techniek prachtig: het water dat rond een ijsbrok stroomt wordt een zachte waas, terwijl het ijs zelf haarscherp blijft.
Het contrast tussen zwart zand en wit schuim vraagt wel om een zorgvuldige belichting. Je camera heeft moeite met zulke extreme verschillen en zal het zwarte zand vaak lichter willen maken dan het is, waardoor het schuim overbelicht raakt en alle structuur verliest. Houd daarom je histogram goed in de gaten en belicht liever iets te donker dan te licht, zodat de details in de golven bewaard blijven. Je kunt de schaduwen later in de nabewerking nog oprekken. Bij twijfel is het verstandig om meerdere opnames met verschillende belichtingen te maken. Een polarisatiefilter helpt bovendien om ongewenste reflecties op het natte zand te verminderen of juist de glans van de kiezels te versterken, afhankelijk van hoe je het filter draait. Neem ook voldoende microvezeldoekjes mee, want het zoute zeewater en de opwaaiende nevel leggen in korte tijd een waas over je lens.
Bij al dat moois mag veiligheid nooit uit het oog worden verloren, en nergens geldt dat sterker dan bij Reynisfjara. Het strand staat bekend om zijn zogenoemde sneaker waves: onverwacht grote golven die zonder waarschuwing veel verder het strand op rollen dan de golven ervoor. Door de steile helling van de zeebodem en de sterke onderstroming worden mensen die door zo'n golf worden gegrepen in enkele seconden de zee in getrokken, en er zijn op deze plek al meerdere dodelijke ongelukken gebeurd. Het water is ijskoud en de stroming zo krachtig dat redding vrijwel onmogelijk is. Houd daarom altijd ruim afstand tot de waterlijn, keer de zee nooit de rug toe en ga niet op de basaltzuilen of rotsen aan de rand van het water staan voor een foto. Bij de ingang van het strand staat een waarschuwingssysteem met gekleurde lampen dat aangeeft hoe gevaarlijk de omstandigheden die dag zijn. Bij rood licht is een deel van het strand verboden terrein, en dat advies verdient serieuze aandacht. Ook bij Diamond Beach is voorzichtigheid geboden: klim nooit op de ijsbrokken, want ze zijn spiegelglad en kunnen door een golf in beweging komen. Een mooie foto is het nooit waard om risico te lopen, en met een telelens of een standpunt iets hoger op het strand kun je de kracht van de branding net zo goed vastleggen.
Gletsjers, ijsbergen en ijsgrotten
Gletsjers bedekken ongeveer een tiende van IJsland, en wie langs de zuidkust reist, ziet ze voortdurend aan de horizon opdoemen. Vanaf de enorme ijskap van Vatnajökull en Mýrdalsjökull schuiven tientallen gletsjertongen langzaam richting laagland, waar ze afbrokkelen in lagunes of eindigen in een chaos van spleten, ijsheuvels en vulkanische as. Voor fotografen zijn deze ijsmassa's een fascinerend onderwerp, omdat ze tegelijk monumentaal en uiterst gedetailleerd zijn. Van een afstand vormen ze een witte rivier tussen donkere bergen, van dichtbij onthullen ze een wereld van blauwe tinten, ingesloten luchtbellen en lagen as die eeuwen aan geschiedenis vertellen. Bovendien verandert het ijs voortdurend, waardoor een gletsjer die je vorig jaar fotografeerde er nu alweer anders uitziet.
Jökulsárlón is de bekendste gletsjerlagune van het land en een plek waar je uren kunt doorbrengen zonder uitgekeken te raken. Aan de rand van Breiðamerkurjökull breken voortdurend ijsbergen af, die vervolgens langzaam door de lagune drijven richting de korte rivier die naar zee stroomt. De oever biedt talloze standpunten, van de drukke parkeerplaats bij de brug tot de rustiger heuveltjes aan de oostelijke en westelijke kant, waar je de ijsbergen met de gletsjer op de achtergrond in beeld kunt brengen. Neem de tijd om een ijsberg met een opvallende vorm te zoeken en wacht tot hij op een gunstige plek ligt, want de stroming zorgt ervoor dat de compositie elk kwartier verandert. Met een telelens kun je afzonderlijke ijsbergen isoleren tegen de donkere bergwand, en met een beetje geluk zie je ook zeehonden die op het ijs liggen of tussen de schotsen hun kop boven water steken. Een paar kilometer westelijker ligt Fjallsárlón, een kleinere en veel rustiger lagune aan de voet van Fjallsjökull. Hier sta je dichter bij het gletsjerfront, en de steile ijswand die direct in het water eindigt maakt indruk door zijn schaal. Omdat er minder bezoekers komen, is dit een uitstekende plek om in alle rust een statief neer te zetten en te wachten op het juiste licht.
Sólheimajökull, een uitloper van Mýrdalsjökull op korte afstand van Skógar, biedt de kans om een gletsjer van heel dichtbij te fotograferen. Vanaf de parkeerplaats loop je in ongeveer twintig minuten naar de rand van het ijs, langs een smeltwatermeer en kale morenes die laten zien hoe ver de gletsjer zich de afgelopen decennia heeft teruggetrokken. Wat Sólheimajökull fotografisch zo bijzonder maakt, zijn de zwarte strepen van vulkanische as uit eerdere uitbarstingen van de Katla, die in grillige lijnen door het witte en blauwe ijs lopen. Die patronen lenen zich uitstekend voor abstracte composities. Het ijs zelf betreden doe je uitsluitend met een gids, die je voorziet van stijgijzers, een helm en een ijsbijl. Zo'n gletsjerwandeling brengt je bij spleten, smeltwaterkanalen en ijsruggen die je vanaf de rand nooit te zien krijgt, en levert beelden op met veel meer diepte en detail.
Het beroemde blauwe ijs ontstaat doordat sneeuw onder enorme druk wordt samengeperst tot dicht ijs waaruit vrijwel alle lucht is verdwenen. Dat ijs absorbeert het rode deel van het licht en weerkaatst vooral het blauwe. Opvallend genoeg komt die kleur het best tot zijn recht op bewolkte dagen. Fel zonlicht maakt het ijs al snel wit en vlak, terwijl diffuus licht de blauwe tinten verzadigt en de overgang tussen helder en melkwit ijs zichtbaar maakt. Let wel op de witbalans van je camera. De automatische instelling probeert het blauw vaak te corrigeren, waardoor het ijs grijs of kleurloos oogt. Fotografeer bij voorkeur in RAW, zodat je de kleuren in de nabewerking nauwkeurig kunt bijstellen, en wees terughoudend met verzadiging, want te intens blauw ziet er al snel onnatuurlijk uit. Vers afgebroken ijsbergen en de onderkant van gekantelde schotsen laten meestal het diepste blauw zien, omdat dat ijs nog niet is verweerd door wind en zon.
Reflecties zijn in de gletsjerlagunes een prachtig maar wispelturig element. Op windstille ochtenden kan het water van Jökulsárlón en Fjallsárlón zo glad liggen dat de ijsbergen en de bergen erachter er als in een spiegel in terugkomen. Ga in dat geval laag bij het water zitten, want hoe dichter je camera bij het wateroppervlak is, hoe groter en vollediger de weerspiegeling in beeld komt. Een symmetrische compositie, met de horizon precies in het midden, kan hier goed werken, al levert een licht asymmetrische verdeling vaak een spannender beeld op. Een polarisatiefilter is bij water onmisbaar. Door het filter te draaien bepaal je zelf of je de reflectie wilt versterken of juist wilt wegnemen, zodat je door het heldere water heen kunt kijken naar het ijs dat onder de oppervlakte verborgen ligt. Staat er wel wind, dan kun je met een lange sluitertijd de rimpelingen gladstrijken en het water veranderen in een zachte, rustige vlakte waarop de ijsbergen lijken te zweven.
Textuur is wat een gletsjerfoto van mooi naar indrukwekkend tilt. Het oppervlak van het ijs zit vol details: ribbels die door smeltwater zijn uitgesleten, zwarte gruislagen, scheuren en ingesloten luchtbellen. Die structuren komen het sterkst naar voren bij zijlicht, wanneer de zon laag staat en elke ribbel een kleine schaduw werpt. Vroeg in de ochtend of laat in de middag is daarom vaak het beste moment. Met een telelens kun je vanaf de oever delen van het gletsjerfront uitlichten en zo de gelaagdheid van het ijs benadrukken, terwijl een macro of een standaardzoom op korte afstand de kristalstructuur van een ijsbrok zichtbaar maakt. Ook vanuit de lucht levert textuur bijzondere beelden op. Spleten, aslagen en smeltwaterrivieren vormen van bovenaf grafische patronen die doen denken aan abstracte schilderijen. Houd er wel rekening mee dat het vliegen met een drone in het Vatnajökull Nationaal Park aan strikte regels gebonden is en in bepaalde delen niet is toegestaan.
IJsgrotten behoren tot de meest betoverende plekken die je in IJsland kunt fotograferen, maar ze zijn ook een van de gevaarlijkste. De grotten ontstaan doordat smeltwater in de zomer tunnels uitslijt in de gletsjer, die in de koude maanden bevriezen en tijdelijk toegankelijk worden. Hun structuur verandert echter voortdurend, en een plotselinge dooi of regenbui kan een grot binnen korte tijd instabiel maken. Een bezoek is daarom alleen mogelijk onder begeleiding van een erkende gids, die de veiligheid van de grotten dagelijks beoordeelt en je voorziet van helm en stijgijzers. De meeste kristalgrotten in Vatnajökull zijn ongeveer van november tot en met maart te bezoeken, al zijn er ook enkele grotten, zoals onder Kötlujökull in de buurt van Vík, die het hele jaar met een gids toegankelijk zijn. Boek een tour bij voorkeur bij een aanbieder die kleine groepen of speciale fotografietours organiseert, zodat je meer tijd en ruimte krijgt om rustig te werken.
Binnen in een ijsgrot zijn de lichtomstandigheden lastig. Het daglicht dat door het ijs filtert geeft de wanden hun intens blauwe gloed, maar in de diepere delen is het schemerig, terwijl de ingang juist fel oplicht. Een statief is daarom zeer waardevol, al is het verstandig om vooraf bij de touroperator na te vragen of je er een mag meenemen, want in drukke grotten is daar niet altijd ruimte voor. Ontbreekt een statief, dan kun je met een hogere ISO van 1600 tot 3200, een groot diafragma en een camera met goede beeldstabilisatie nog steeds scherpe opnames maken. Het contrast tussen de lichte ingang en het donkere interieur is vaak groter dan je sensor in één keer kan vastleggen. Maak daarom een reeks opnames met verschillende belichtingen, die je later samenvoegt tot één beeld met detail in zowel de lichte als de donkere delen. Belicht in elk geval zo dat het ijs bij de ingang niet volledig wit uitvalt. Een groothoeklens helpt om de golvende wanden en het plafond in hun geheel vast te leggen, en een persoon in beeld, eventueel met een hoofdlamp die een warm lichtaccent toevoegt, maakt de schaal van de grot direct voelbaar. Houd ook rekening met druppelend smeltwater en condens op je lens wanneer je van de koude buitenlucht naar binnen gaat, en zorg dat je een droge microvezeldoek binnen handbereik hebt.
Het noorderlicht vastleggen
Weinig natuurverschijnselen spreken zo tot de verbeelding als het noorderlicht. Wanneer geladen deeltjes van de zon botsen met de atmosfeer, ontstaan boven de poolgebieden sluiers van groen, soms aangevuld met paars, roze of rood, die langzaam golven of plotseling over de hele hemel uitwaaieren. IJsland ligt precies onder de zogeheten aurorazone, waardoor je hier in de donkere maanden een uitstekende kans maakt om het schouwspel te zien. Toch is het vastleggen ervan iets anders dan het bewonderen. Het licht is vaak zwakker dan het op foto's lijkt, het beweegt voortdurend en je werkt in het donker, met koude vingers en een landschap dat je nauwelijks kunt zien. Met de juiste voorbereiding en een paar vaste instellingen als uitgangspunt wordt het een stuk eenvoudiger om er beelden van te maken waar je jaren later nog van geniet.
De basis van elke noorderlichtfoto is een stevig statief en een camera die je volledig handmatig kunt instellen. Begin met de scherpstelling, want dat is in het donker de grootste valkuil. De autofocus kan in het pikdonker geen houvast vinden, dus zet je objectief op handmatige scherpstelling en draai het naar oneindig. Vertrouw daarbij niet blind op het oneindigteken op de lens, want bij veel objectieven ligt het werkelijke scherpstelpunt net iets ervoor of erachter. Richt je camera liever op een heldere ster of een verre lichtbron, vergroot het beeld op je scherm met live view en draai voorzichtig aan de focusring tot de ster een zo klein mogelijk puntje is. Het is slim om dit al bij daglicht of in de schemering voor te bereiden en de focusring daarna vast te zetten met een stukje tape, zodat hij niet verschuift wanneer je met handschoenen aan de camera werkt.
Daarna volgen diafragma, ISO en sluitertijd. Kies een zo groot mogelijk diafragma, bij voorkeur f/2.8 of lichtsterker, zodat er in korte tijd zo veel mogelijk licht op de sensor valt. Een ISO tussen 800 en 3200 is een goed vertrekpunt. Bij helder, actief noorderlicht kom je vaak al uit met een lagere waarde, terwijl je bij zwak licht of een donkere voorgrond hoger moet gaan, al neemt de ruis dan toe. De sluitertijd ligt meestal tussen ongeveer twee en vijftien seconden en hangt sterk af van hoe snel het noorderlicht beweegt. Een rustige boog boven de horizon verdraagt een langere belichting, maar wanneer het licht begint te dansen, gaan fijne structuren en strepen bij een lange sluitertijd verloren in een groene waas. Kies dan voor een kortere belichting van een paar seconden en compenseer met een hogere ISO. Fotografeer altijd in RAW, zet de beeldstabilisatie uit zodra de camera op het statief staat en gebruik een draadloze ontspanner of de zelfontspanner om trillingen te voorkomen. Een handmatige witbalans rond 3500 tot 4000 kelvin geeft meestal een natuurlijke weergave, en omdat je in RAW werkt, kun je die later altijd nog bijstellen.
Het noorderlicht laat zich niet afdwingen, maar met de juiste voorspellingen vergroot je je kansen aanzienlijk. Twee factoren zijn daarbij doorslaggevend: de activiteit van het poollicht en de bewolking. De activiteit wordt vaak uitgedrukt in de Kp-index, een schaal van 0 tot 9. Omdat IJsland zo noordelijk ligt, kun je bij een waarde van 2 of 3 al prachtig noorderlicht zien. Apps als My Aurora Forecast en websites als SpaceWeatherLive geven daarnaast realtime informatie over de zonnewind, waarbij vooral een negatieve Bz-waarde gunstig is. Toch is een heldere hemel minstens zo belangrijk als een hoge activiteit, want zelfs het sterkste noorderlicht blijft verborgen achter een dicht wolkendek. De noorderlichtvoorspelling van het IJslandse weerinstituut toont per uur een kaart met de verwachte bewolking, waarmee je kunt zien in welk deel van het land de lucht die avond opklaart. Het is niet ongebruikelijk dat fotografen een uur of langer rijden om een gat in de wolken op te zoeken. Wees daarnaast geduldig. Het noorderlicht komt vaak in golven, en na een rustige periode kan de hemel ineens tot leven komen. De meeste activiteit wordt gezien tussen tien uur 's avonds en twee uur 's nachts, maar zodra het donker genoeg is, kan het op elk moment verschijnen.
Hoe donkerder je omgeving, hoe beter het noorderlicht zichtbaar wordt. Het licht van steden, dorpen, kassen en zelfs passerende auto's kan zwak poollicht volledig wegdrukken en zorgt op een lange belichting voor een oranje gloed aan de horizon. Gelukkig hoef je in IJsland meestal niet ver te rijden om echte duisternis te vinden. Al een kwartier buiten Reykjavik, bijvoorbeeld rond het meer Kleifarvatn of in het nationaal park Þingvellir, is de lichtvervuiling minimaal. Wie in de hoofdstad verblijft en geen auto heeft, kan bij de vuurtoren van Grótta aan de rand van de stad terecht, al is het daar minder donker. Houd ook de maanstand in de gaten. Rond volle maan wordt zwak noorderlicht minder zichtbaar, maar het maanlicht verlicht wel het landschap, wat juist mooie beelden kan opleveren met een goed belichte voorgrond. Verken een locatie bij voorkeur overdag, zodat je weet waar je veilig kunt parkeren en lopen. Stop nooit langs de berm van de Ringweg om snel een foto te maken, want de wegen zijn smal en in het donker zien andere bestuurders je pas veel te laat. Gebruik altijd een parkeerplaats of een zijweg en neem een hoofdlamp met rood licht mee, zodat je je ogen niet steeds opnieuw aan het donker hoeft te laten wennen en andere fotografen niet stoort.
Een noorderlichtfoto wordt pas echt bijzonder wanneer het licht in verband staat met het landschap eronder. Een lucht vol groen zonder herkenbare voorgrond is mooi, maar zegt weinig over de plek waar je stond. Bergen met een uitgesproken silhouet werken daarbij uitstekend. Kirkjufell op Snæfellsnes is misschien het bekendste voorbeeld, met de kleine waterval op de voorgrond en het poollicht dat als een kroon boven de top hangt. Ook de grillige toppen van Vestrahorn bij Stokksnes, met de zwarte zandduinen ervoor, zijn een geliefd decor. Een eenzaam kerkje geeft een beeld juist een gevoel van menselijke schaal en verhaal. De zwarte kerk van Búðir, eveneens op Snæfellsnes, steekt in het donker nauwelijks af tegen de lucht, maar maakt met een beetje licht van een hoofdlamp of een zwakke maan een sterke compositie. Water verdubbelt het effect. Op windstille nachten weerspiegelt het noorderlicht in meren als Mývatn of in de gletsjerlagune Jökulsárlón, waar de ijsbergen tussen de groene reflecties lijken te drijven. Ook de basaltrots Hvítserkur in het noorden, die als een drinkend dier uit zee oprijst, vormt een herkenbaar silhouet.
Het fotograferen van een voorgrond in het donker vraagt soms om extra technieken. Omdat de lucht veel lichter is dan het landschap, raakt de voorgrond bij een korte belichting al snel in volledige duisternis. Je kunt dan een tweede opname maken met een langere sluitertijd of een hogere ISO, speciaal voor het landschap, en die later samenvoegen met de opname van de lucht. Sommige fotografen verlichten de voorgrond heel kort en zwak met een zaklamp, maar doe dat spaarzaam en alleen wanneer er geen andere mensen in de buurt aan het fotograferen zijn. Een persoon in beeld, die stil blijft staan tijdens de belichting en eventueel met een hoofdlamp richting de hemel schijnt, maakt de enorme omvang van het noorderlicht direct voelbaar. Kies bij voorkeur een groothoeklens tussen ongeveer 14 en 24 millimeter, zodat je zowel het landschap als een groot deel van de hemel in beeld hebt, en plaats de horizon laag als de lucht het hoofdonderwerp is.
Vergeet tot slot niet dat je vaak uren in de kou staat te wachten. Lage temperaturen trekken accu's in hoog tempo leeg, dus houd reserve-exemplaren warm in een binnenzak dicht bij je lichaam. Op heldere, koude nachten kan zich bovendien dauw of rijp op je lens vormen, waardoor je foto's ongemerkt onscherp worden. Een kleine lensverwarmer die je op een powerbank aansluit, voorkomt dat probleem. Controleer tussendoor regelmatig je beelden door in te zoomen op de sterren, zodat je zeker weet dat de scherpstelling nog klopt. Kleed je in meerdere lagen, met warme laarzen en handschoenen waarmee je de knoppen van je camera nog kunt bedienen, want wie het koud heeft, geeft het meestal net op voordat het noorderlicht zich van zijn mooiste kant laat zien.
Landschappen in de hooglanden en lavavelden
Buiten de bekende route langs de zuidkust ligt een IJsland dat veel minder vaak op foto's verschijnt, maar minstens zo indrukwekkend is. In het binnenland en rond de vulkanische gebieden in het noorden en zuiden vind je landschappen die eerder aan een andere planeet doen denken dan aan Europa. Bergen kleuren er rood, geel, groen en lila, de bodem sist en dampt, en lavavelden strekken zich uit tot aan de horizon, bedekt met een dikke laag mos. Voor fotografen bieden deze gebieden een heel andere uitdaging dan de iconische watervallen en stranden. Het gaat hier minder om één herkenbaar onderwerp en meer om kleur, vorm, structuur en de manier waarop je die vertaalt naar een sterk beeld.
Landmannalaugar, in het natuurreservaat Fjallabak, is voor veel fotografen het hoogtepunt van een zomerreis door IJsland. Het gebied dankt zijn bijzondere kleuren aan ryoliet, een vulkanisch gesteente dat door mineralen en geothermische activiteit in de meest uiteenlopende tinten is gekleurd. Hellingen in zachtroze, okergeel en roestbruin worden afgewisseld met strepen groen mos en zwarte banen obsidiaan. Vanaf het kampeerterrein, waar ook een natuurlijke warmwaterbron ligt, lopen wandelpaden de bergen in. De klim naar Bláhnúkur levert een weids uitzicht op over de kleurrijke heuvels en de vlechtende rivieren in de vallei, terwijl de route over het lavaveld Laugahraun naar de dampende flanken van Brennisteinsalda voert. Die berg, waarvan de naam zwavelgolf betekent, is met zijn gele zwavelvlekken en rokende spleten een van de meest gefotografeerde plekken van het binnenland. Wie meerdere dagen de tijd heeft, kan bovendien een deel van de Laugavegur volgen, de beroemde trektocht die van Landmannalaugar naar Þórsmörk loopt en onderweg steeds weer andere landschappen laat zien.
De kleuren van de ryolietbergen komen het mooist tot hun recht bij zacht licht. Felle middagzon maakt de tinten vlak en zorgt voor harde schaduwen in de geulen, terwijl een licht bewolkte hemel of het lage licht in de late avond de pasteltinten juist verzadigt. Na een regenbui worden de kleuren bovendien dieper en rijker, omdat het natte gesteente meer kleur toont. Een polarisatiefilter helpt om de glans op vochtige hellingen weg te nemen en de kleuren nog verder te versterken, maar draai het filter met beleid, zodat de lucht bij een groothoeklens niet ongelijkmatig donker wordt. Juist in dit landschap werkt een telelens verrassend goed. Door vanaf een uitkijkpunt in te zoomen op de heuvels, schuif je de verschillende lagen visueel op elkaar en ontstaat een beeld dat bijna als een schilderij oogt, met golvende lijnen en kleurvlakken die in elkaar overlopen. Kijk ook naar de menselijke schaal: een wandelaar op een bergkam laat direct zien hoe uitgestrekt en ruig dit gebied is.
Het geothermische gebied rond het meer Mývatn in het noorden van het land is een heel andere wereld, en heeft als groot voordeel dat het via de Ringweg het hele jaar bereikbaar is. Bij Hverir, aan de voet van de berg Námafjall, lijkt de aarde letterlijk te koken. Stoom spuit met veel geraas uit fumarolen, in modderpoelen borrelt grijze klei en de bodem kleurt oranje, geel en wit door zwavel en andere mineralen. Iets verderop ligt het vulkanische gebied van Krafla, met de turquoise kratermeer Víti en het lavaveld rond Leirhnjúkur, waar de lava van uitbarstingen uit de jaren zeventig en tachtig nog altijd warm aanvoelt en op sommige plekken dampt. Rond het meer zelf vind je de grillige lavaformaties van Dimmuborgir, de strakke tefrakrater Hverfjall en de pseudokraters van Skútustaðir, die vanaf een hoger punt een opvallend patroon van ronde heuveltjes in het landschap vormen.
Stoom is een dankbaar maar lastig onderwerp. In tegenlicht, wanneer de zon laag achter de dampwolken staat, lichten ze op en krijgen ze een bijna mystieke uitstraling. Vroeg in de ochtend en op koude dagen is de stoom bovendien veel zichtbaarder, omdat het temperatuurverschil met de lucht groter is. Met een korte sluitertijd leg je de wervelingen en structuur van de dampwolken vast, terwijl een langere belichting de stoom verzacht tot een waas die over de gekleurde bodem lijkt te zweven. De borrelende modderpoelen zijn het best te vangen met een snelle reeks opnames, zodat je precies het moment treft waarop een bel openbarst en de modder omhoog spat. Houd er rekening mee dat de zwaveldampen agressief kunnen zijn voor je apparatuur. Veeg je lens en camera na een bezoek schoon met een vochtig doekje en voorkom dat je tas lange tijd open in de damp staat. Blijf bovendien altijd op de gemarkeerde paden, want de korst van de bodem is in geothermische gebieden vaak dun en eronder kan kokend heet water of modder liggen.
In het zuiden van het land liggen de uitgestrekte lavavelden die volledig zijn overgroeid met mos. Het bekendste voorbeeld is Eldhraun, langs de Ringweg ten westen van Kirkjubæjarklaustur. Dit lavaveld ontstond bij de uitbarsting van de Lakikraters in 1783, een van de grootste vulkanische rampen uit de IJslandse geschiedenis. Tegenwoordig is het grillige gesteente bedekt met een zachte, sponsachtige deken van grijsgroen mos die bij droog weer dof oogt, maar na een regenbui opvallend fris en heldergroen oplicht. Bewolkt weer is hier dan ook geen nadeel, maar eerder een voordeel. Zoek een rustige parkeerplaats langs de weg en fotografeer de golvende vormen van de lavaheuvels vanaf het pad of met een telelens, zodat je de herhaling van ronde, met mos bedekte vormen kunt benadrukken. Een kleine kerk, een eenzame boerderij of een bergrug op de achtergrond geeft zo'n beeld houvast. In de buurt ligt ook de kloof Fjaðrárgljúfur, waar een rivier zich diep in het mosgroene landschap heeft uitgesleten, en in het binnenland, bereikbaar via een F-weg, liggen de Lakikraters zelf, een rij van ruim honderd kraters die als een groene parelketting door het landschap loopt.
Wie het landschap van bovenaf bekijkt, ontdekt een heel nieuwe dimensie. Gletsjerrivieren die zich in tientallen kronkelende geulen over de zwarte zandvlakten vertakken, kleurrijke ryolietheuvels en dampende bodems vormen vanuit de lucht abstracte patronen die je vanaf de grond nooit zou zien. Een rondvlucht met een klein vliegtuig of een helikopter, bijvoorbeeld vanuit Reykjavik of Mývatn, biedt de mogelijkheid om juist die patronen vast te leggen. Kies bij voorkeur een plek bij een raam dat open kan of een vlucht die speciaal voor fotografen is ingericht, en gebruik een korte sluitertijd van 1/1000 seconde of sneller om bewegingsonscherpte door trillingen te voorkomen. Een drone is een alternatief, maar in veel beschermde natuurgebieden, waaronder delen van Fjallabak en het gebied rond Mývatn, gelden beperkingen of is vooraf toestemming nodig. Controleer daarom altijd de actuele regels van het IJslandse milieuagentschap voordat je opstijgt. Ook zonder vlucht kun je abstracte beelden maken. Met een telelens vanaf een hoger gelegen uitkijkpunt isoleer je een deel van een rivierbedding, een kleurrijke helling of een gestolde lavastroom, zodat het beeld meer over vorm en kleur gaat dan over de plek zelf.
Houd er bij het plannen rekening mee dat het binnenland maar een korte periode per jaar toegankelijk is. De bergwegen, die met de letter F zijn aangeduid, gaan doorgaans pas eind juni of begin juli open, afhankelijk van hoeveel sneeuw er in de winter is gevallen, en sluiten in september alweer. Op deze wegen is een auto met vierwielaandrijving wettelijk verplicht, en ook dan moet je soms rivieren doorwaden die na regen of op warme dagen flink kunnen aanzwellen. Let goed op de voorwaarden van je autoverhuurder, want schade door het oversteken van rivieren valt vrijwel nooit onder de verzekering. Raadpleeg vóór vertrek de kaart van de IJslandse wegbeheerder om te zien welke wegen open zijn, en houd er rekening mee dat rijden buiten de aangegeven wegen in IJsland bij wet verboden is. Wie zelf niet door de hooglanden wil rijden, kan in de zomer gebruikmaken van de hooglandbussen die vanuit Reykjavik en andere plaatsen naar Landmannalaugar rijden, of een tour boeken met een speciaal aangepaste terreinwagen. Zo kun je je volledig richten op het fotograferen van deze bijzondere landschappen, terwijl een ander zich bekommert om de weg.
De ideale camera en lenzen voor IJsland
De camera en objectieven die je meeneemt, bepalen voor een groot deel welke beelden je in IJsland kunt maken. Toch is het niet nodig om met een koffer vol dure apparatuur af te reizen. Het eiland vraagt vooral om uitrusting die betrouwbaar is, tegen een stootje kan en flexibel genoeg is om snel in te spelen op veranderend licht en weer. Wie zijn keuze afstemt op de onderwerpen die hij wil vastleggen en op het seizoen waarin hij reist, komt met een compacte en doordachte set vaak verder dan met een tas vol lenzen die het grootste deel van de reis ongebruikt blijven.
Bij de keuze van een camerabody is weerbestendigheid misschien wel de belangrijkste eigenschap. In IJsland krijg je vroeg of laat te maken met regen, sneeuw, opwaaiend zand en de fijne nevel van watervallen, en een camera die daar niet tegen bestand is, kan je reis abrupt beëindigen. De meeste camera's uit het middensegment en hogere segment hebben afdichtingen rond knoppen, klepjes en de lensvatting, maar besef dat die afdichting pas volledig werkt in combinatie met een objectief dat eveneens weerbestendig is. Of je kiest voor een fullframe camera of een model met een kleinere APS-C sensor, hangt af van je prioriteiten. Een fullframe sensor presteert beter bij weinig licht en houdt de ruis bij hoge ISO-waarden beter in toom, wat vooral bij het noorderlicht en in ijsgrotten een duidelijk voordeel is. Een APS-C camera is daarentegen lichter en compacter, en geeft telelenzen door de cropfactor extra bereik, wat goed van pas komt bij papegaaiduikers en zeehonden. Een groot dynamisch bereik is in beide gevallen waardevol, omdat je in IJsland vaak te maken hebt met forse contrasten tussen fel licht in de lucht en donkere lava of zwart zand.
Systeemcamera's zonder spiegel zijn inmiddels de standaard onder veel reisfotografen. Ze zijn lichter, en de elektronische zoeker laat je direct zien hoe een belichting uitpakt, wat in snel wisselend licht veel tijd scheelt. Daar staat tegenover dat ze meer stroom verbruiken dan spiegelreflexcamera's, en in de kou loopt een accu nog sneller leeg. Reken daarom op minimaal twee tot drie reserveaccu's en controleer of je camera via USB kan worden opgeladen, zodat je onderweg in de auto of met een powerbank kunt bijladen. Een kantelbaar of uitklapbaar scherm is bovendien handig bij lage standpunten, zoals bij ijsbrokken op Diamond Beach of mosbedekte lava. Wie de mogelijkheid heeft, kan overwegen om twee bodies mee te nemen. Dat lijkt overdreven, maar in een omgeving waar wind zand en zout water in de lucht blaast, is het wisselen van objectieven een risico voor je sensor. Met een groothoek op de ene en een telelens op de andere camera hoef je dat zelden te doen, en je hebt meteen een reservetoestel als er onverhoopt iets misgaat.
De groothoeklens is voor de meeste IJslandreizigers het belangrijkste objectief. De weidse vergezichten, de enorme watervallen waar je vlak voor staat en de basaltzuilen die boven je uittorenen, passen vaak alleen in beeld met een brandpuntsafstand tussen ongeveer 14 en 24 millimeter op fullframe. Een groothoek maakt het ook mogelijk om een sterke voorgrond groot in beeld te nemen terwijl de achtergrond nog ruim zichtbaar blijft, wat bij uitstek past bij de compositietechnieken die IJsland zo fotogeniek maken. Voor het noorderlicht is een lichtsterk exemplaar met een diafragma van f/2.8 of groter vrijwel onmisbaar, omdat je daarmee kortere sluitertijden en lagere ISO-waarden kunt gebruiken. Houd er wel rekening mee dat sommige ultragroothoeklenzen een bolle voorkant hebben waarop je geen gewone schroeffilters kunt plaatsen. Wil je veel met ND-filters en polarisatiefilters werken, dan is een objectief met schroefdraad, zoals een 16 tot 35 millimeter, vaak praktischer. Bovendien steekt een bolle voorlens kwetsbaar naar voren en vangt hij gemakkelijk nevel en regendruppels op.
Een standaardzoom van ongeveer 24 tot 70 of 24 tot 105 millimeter is het objectief dat waarschijnlijk het vaakst op je camera zit. Het bestrijkt het bereik waarin je de meeste landschappen, kleine dorpjes, kerkjes en reisfoto's maakt, en het is bijzonder handig in situaties waarin je niet de tijd of de omstandigheden hebt om van lens te wisselen. Bij een plotselinge opklaring boven een gletsjer of een regenboog die maar een paar minuten zichtbaar is, wil je direct kunnen fotograferen. Een standaardzoom met een constant diafragma van f/4 is meestal lichter en betaalbaarder dan een f/2.8 versie, en voor landschapsfotografie, waarbij je toch vaak rond f/8 tot f/11 werkt, is het verschil in de praktijk klein. Voor wie licht wil reizen, kan een all-in-one zoom met een groter bereik een goed compromis zijn, al lever je dan wat in op scherpte en lichtsterkte.
De telelens wordt door veel bezoekers onderschat, maar levert in IJsland vaak de meest verrassende beelden op. Met een objectief van 70 tot 200 millimeter of zelfs 100 tot 400 millimeter haal je details uit het landschap die met het blote oog nauwelijks opvallen, zoals de textuur van een gletsjerfront, de patronen in een rivierbedding of een kleine boerderij aan de voet van een enorme berg. Een telelens zorgt bovendien voor compressie, waardoor bergruggen en heuvels visueel dichter op elkaar komen te staan. Dat effect werkt prachtig bij de gekartelde toppen van Vestrahorn, de gelaagde ryolietheuvels van Landmannalaugar of een ijsberg tegen de donkere wand van een gletsjer. Voor dierenfotografie is een lang brandpunt eigenlijk onmisbaar. Papegaaiduikers zijn weliswaar weinig schuw, maar komen dichter bij een kliffenrand dan veilig is, en zeehonden op het ijs van Jökulsárlón of op de rotsen bij Ytri Tunga en Vatnsnes houden graag hun afstand. Ook IJslandse paarden, rendieren in het oosten en walvissen tijdens een boottocht vanuit Húsavík of Reykjavik vragen om voldoende bereik. Een lens met beeldstabilisatie is daarbij een groot voordeel, zeker op een deinend schip of in harde wind.
Wie liever met vaste brandpuntsafstanden werkt, kan een lichte set samenstellen met bijvoorbeeld een lichtsterke groothoek voor het noorderlicht en een standaardlens rond 35 of 50 millimeter voor reisbeelden. Zulke objectieven zijn vaak scherper en lichtsterker, maar dwingen je wel vaker te wisselen, wat in het IJslandse weer minder praktisch is. Een combinatie van een paar zoomlenzen met hier en daar een lichtsterke vaste lens voor specifieke situaties is voor de meeste fotografen de meest werkbare oplossing.
Drones hebben de afgelopen jaren een nieuwe manier van kijken naar IJsland mogelijk gemaakt. De vlechtende gletsjerrivieren, de kleurrijke hooglanden en de patronen van lava en mos komen vanuit de lucht op een manier tot hun recht die je vanaf de grond niet kunt evenaren. Tegelijk is het vliegen met een drone in IJsland aan duidelijke regels gebonden. Het land volgt inmiddels grotendeels de Europese regelgeving voor drones, wat betekent dat je als bestuurder geregistreerd moet zijn wanneer je drone zwaarder is dan 250 gram of is uitgerust met een camera, en afhankelijk van het type drone ook een online theorie-examen moet hebben afgelegd. Een registratie uit een ander Europees land, zoals Nederland, is doorgaans ook in IJsland geldig. Je mag niet hoger vliegen dan 120 meter, moet de drone altijd binnen zicht houden en mag niet boven mensenmenigten vliegen. In de buurt van vliegvelden gelden strikte verboden, en rond Reykjavik met zijn binnenlandse luchthaven is een groot deel van de stad daardoor niet toegankelijk voor drones. Raadpleeg voor actuele informatie over luchtruimbeperkingen de website van de IJslandse luchtvaartautoriteit Samgöngustofa.
Daarnaast is het vliegen in veel beschermde natuurgebieden verboden of alleen toegestaan met voorafgaande toestemming. In het Vatnajökull Nationaal Park, waartoe onder meer Skaftafell en de gletsjerlagune Jökulsárlón behoren, is recreatief vliegen in principe niet toegestaan zonder vergunning, en ook in het nationaal park Þingvellir heb je een vergunning nodig. Op tal van populaire locaties, zoals rond Gullfoss, Geysir en verschillende watervallen langs de zuidkust, geven borden aan dat drones verboden zijn of alleen in bepaalde periodes zijn toegestaan. Het IJslandse milieuagentschap houdt bij welke regels per gebied gelden, en het is verstandig om die vóór je reis na te lezen, want ze kunnen van seizoen tot seizoen verschillen. Ook buiten beschermde gebieden vraagt een drone om terughoudendheid. Vlieg nooit in de buurt van vogelkliffen tijdens het broedseizoen, houd afstand van paarden en schapen, en houd rekening met andere bezoekers die op een drukke plek juist voor de stilte en de natuur zijn gekomen. Vergeet bovendien niet dat de wind in IJsland vaak veel harder is dan veel kleine drones aankunnen. Een windstoot boven een kloof of gletsjer kan een toestel binnen enkele seconden uit koers blazen, dus controleer vooraf de windsnelheid op hoogte en houd voldoende accucapaciteit over om veilig terug te keren.
Statief, filters en onmisbare accessoires
Wie aan fotoapparatuur denkt, kijkt meestal eerst naar de camera en de objectieven. Toch zijn het in IJsland vaak de accessoires die bepalen of een opname lukt of mislukt. Een prachtige compositie bij een waterval heeft weinig zin als je statief in de wind staat te trillen, en het mooiste noorderlicht ontgaat je wanneer je laatste accu halverwege de nacht de geest geeft. De omstandigheden op het eiland zijn zo wisselend en soms zo extreem dat een paar doordachte hulpmiddelen het verschil maken tussen een frustrerende fotodag en een geslaagde. Het mooie is dat de meeste van die accessoires weinig ruimte innemen in je tas, terwijl ze je mogelijkheden flink vergroten.
Een stevig statief is in IJsland geen luxe, maar een noodzaak. Lange sluitertijden bij watervallen en golven, scherpe opnames van het noorderlicht en belichtingsreeksen in ijsgrotten zijn zonder statief simpelweg niet mogelijk. Daar komt bij dat de wind op het eiland berucht is. Op open vlakten, kliffen en stranden kan het zo hard waaien dat een licht reisstatief niet alleen trilt, maar soms zelfs omvalt, met alle gevolgen voor de camera die erop staat. Kies daarom een model dat stabiel genoeg is voor het gewicht van je zwaarste combinatie van camera en objectief, en wees kritisch op de allerlichtste exemplaren. Carbon is een prettig materiaal, omdat het licht is, trillingen goed dempt en in de kou minder onaangenaam aanvoelt dan aluminium. Een balhoofd dat je met handschoenen aan nog goed kunt vastzetten, is in de winter bijzonder handig.
Ook de manier waarop je het statief gebruikt, maakt veel uit. Schuif in de wind bij voorkeur alleen de dikste pootsegmenten uit en laat de middenkolom zo veel mogelijk ingeschoven, want juist dat dunne stuk vangt de meeste trillingen op. Hoe lager het statief staat, hoe stabieler het is. Veel statieven hebben onder de middenkolom een haakje waaraan je je cameratas kunt hangen, zodat het geheel extra gewicht krijgt en steviger op de grond staat. Laat de tas daarbij net de grond raken, anders gaat hij zelf als een slinger in de wind bewegen. Op zand druk je de poten flink in tot ze stevig vastzitten, en op ijs of bevroren grond kunnen metalen pinnen onder de poten voorkomen dat het statief wegglijdt. Sta je met de poten in zout water of aan het strand, spoel ze dan na afloop af met zoet water en laat ze uitgeschoven drogen, zodat zand en zout de klemmen niet aantasten. Ga bij harde windstoten vooral zelf aan de windzijde van je camera staan en houd een hand in de buurt van het statief, want een moment van onoplettendheid kan je reis een stuk duurder maken.
Filters behoren tot de meest waardevolle accessoires voor landschapsfotografie in IJsland, en het polarisatiefilter staat daarbij bovenaan. Door het filter te draaien, verminder je reflecties op water, nat gesteente, mos en ijs. Daardoor worden de kleuren van de mosvelden dieper, krijgt de zwarte lava meer verzadiging en kun je bij gletsjerlagunes of heldere rivieren door het wateroppervlak heen kijken. Ook de hemel wordt donkerder en wolken springen beter naar voren. Gebruik het filter wel met beleid. Bij regenbogen boven een waterval kun je de boog met een polarisatiefilter versterken, maar bij de verkeerde stand laat je hem juist volledig verdwijnen. Bij een groothoeklens kan de lucht bovendien ongelijkmatig donker worden, omdat het effect afhangt van de hoek ten opzichte van de zon. Controleer daarom altijd even het resultaat op je scherm. Een bijkomend voordeel is dat een polarisatiefilter ongeveer anderhalf tot twee stops licht tegenhoudt, wat bij watervallen al genoeg kan zijn voor een iets langere sluitertijd.
ND-filters, ook wel grijsfilters genoemd, doen niets anders dan de hoeveelheid licht verminderen die op de sensor valt. Juist daardoor geven ze je de vrijheid om overdag met lange sluitertijden te werken. Een filter van ongeveer drie stops is handig om stromend water bij een waterval net wat zachter te maken, terwijl een filter van zes stops geschikt is om golven op een zwart strand in witte strepen te veranderen. Met een sterk filter van tien stops kun je zelfs op klaarlichte dag belichtingen van een halve minuut of langer maken, waardoor de zee een gladde vlakte wordt en wolken in lange vegen over de hemel trekken. Wie niet te veel filters wil meenemen, kan beginnen met een middelsterk en een sterk exemplaar. Magnetische filtersystemen zijn in IJsland bijzonder praktisch, omdat je ze met koude vingers of handschoenen snel kunt wisselen en ze minder snel uit je handen glippen. Houd er rekening mee dat goedkope ND-filters soms een kleurzweem geven, meestal paars of bruin, en dat dit bij sterke filters extra opvalt.
Grijsverloopfilters zijn aan de bovenkant donker en lopen geleidelijk over naar helder glas aan de onderkant. Ze helpen om een felle lucht en een donkerder landschap in balans te brengen, wat in IJsland regelmatig van pas komt, bijvoorbeeld bij een zonsondergang boven zwart zand of een heldere hemel boven een donkere bergwand. Een filter met een zachte overgang is het meest veelzijdig bij grillige horizonnen met bergen, terwijl een harde overgang beter werkt bij een strakke horizon boven zee. Je kunt hetzelfde effect ook bereiken door meerdere belichtingen te maken en die later samen te voegen, maar dat lukt minder goed wanneer golven, wolken of stoom tussen de opnames bewegen. Juist bij een wild bewegende zee of een waterval in de wind is een grijsverloopfilter daarom nog altijd waardevol. Vierkante filters in een houder kunnen in harde wind wel gaan trillen of zelfs uit de houder waaien, dus zet ze stevig vast en neem bij voorkeur een filterkoord of een tasje mee waarin je ze snel kunt opbergen.
Extra accu's horen op elke fotoreis naar IJsland in je tas. Lithium-ionaccu's verliezen in de kou een groot deel van hun capaciteit, waardoor een accu die thuis een hele dag meegaat, in de winter soms al na een paar uur leeg is. Systeemcamera's verbruiken bovendien meer stroom door hun elektronische zoeker en scherm, en lange belichtingen bij het noorderlicht of een timelapse vergen extra veel energie. Reken daarom op minstens twee tot drie reserveaccu's, en meer als je van plan bent hele nachten buiten door te brengen. Omdat je in IJsland vaak lange afstanden aflegt en soms in eenvoudige accommodaties verblijft, is het handig om onderweg te kunnen bijladen. Een omvormer of USB-lader voor in de auto en een krachtige powerbank zorgen ervoor dat je accu's tijdens de rit tussen twee locaties weer vol raken.
Het warm houden van accu's is in de koude maanden een vaardigheid op zich. Bewaar reserveaccu's in een binnenzak van je jas, dicht bij je lichaam, waar ze profiteren van je lichaamswarmte. Een accu die in de kou leeg lijkt, is vaak niet echt leeg. Zodra hij weer opwarmt, keert een deel van de capaciteit terug, dus wissel koude accu's regelmatig om met warme exemplaren uit je zak. Handwarmers kunnen helpen, bijvoorbeeld in een tasje samen met de reserveaccu's, maar leg ze niet direct tegen de camera of het objectief, omdat plaatselijke warmte condens kan veroorzaken. Bewaar accu's in een afsluitbaar zakje, zodat ze droog blijven als sneeuw of regen je zakken binnendringt. Je kunt ook zelf stroom besparen door de camera tussen opnames door uit te zetten, de helderheid van het scherm te verlagen en functies als wifi, bluetooth en gps uit te schakelen wanneer je ze niet nodig hebt. Laad een ijskoude accu nooit direct op, maar laat hem eerst op kamertemperatuur komen, want laden bij vrieskou kan de accu beschadigen.
Ook geheugenkaarten verdienen meer aandacht dan ze meestal krijgen. Wie in RAW fotografeert, belichtingsreeksen maakt en timelapses van het noorderlicht opneemt, vult een kaart sneller dan verwacht. Neem daarom meerdere kaarten mee en verdeel je opnames bij voorkeur over verschillende kaarten in plaats van alles op één grote kaart te zetten. Als er dan een kaart kwijtraakt of beschadigd wordt, ben je niet in één keer al je beelden kwijt. Een camera met twee kaartsleuven kan je opnames automatisch op beide kaarten tegelijk opslaan, wat een extra zekerheid geeft. Kies kaarten met een hoge schrijfsnelheid, zodat je camera niet blijft hangen tijdens snelle reeksen van papegaaiduikers of een borrelende modderpoel. Maak daarnaast elke avond een back-up op een laptop, tablet of draagbare SSD, en bewaar die op een andere plek dan je cameratas.
Een draadloze ontspanner is een klein accessoire met een groot effect. Zelfs als je camera op een stevig statief staat, kan het indrukken van de ontspanknop voor een kleine trilling zorgen die bij lange sluitertijden zichtbaar wordt. Met een afstandsbediening of de app van je camera voorkom je dat, en je kunt bovendien afdrukken op het precieze moment waarop een golf terugtrekt of een vlaag noorderlicht oplicht, zonder dat je over je camera gebogen hoeft te staan. Voor belichtingen langer dan dertig seconden, bijvoorbeeld met een sterk ND-filter, heb je een ontspanner nodig die de sluiter in de bulbstand open houdt. Veel modellen hebben ook een ingebouwde intervalmeter, waarmee je automatisch een reeks opnames maakt voor een timelapse van voorbijtrekkende wolken of dansend poollicht. Kies bij voorkeur een draadloos exemplaar met knoppen die groot genoeg zijn om met handschoenen te bedienen, en neem een reservebatterij voor de ontspanner zelf mee, want ook die heeft last van de kou.
Daarnaast zijn er nog een paar kleine hulpmiddelen die in IJsland onverwacht vaak van pas komen. Een flinke voorraad microvezeldoekjes is onmisbaar, omdat nevel van watervallen, zeewater en regen voortdurend druppels op je lens of filter achterlaten. Een blaasbalgje helpt om zand en vulkanisch stof te verwijderen zonder dat je over de lens wrijft. Een hoofdlamp met rood licht is onmisbaar voor nachtelijke sessies, en een lensverwarmer die je op een powerbank aansluit, voorkomt dat dauw of rijp je noorderlichtfoto's onscherp maakt. Het is ook verstandig om een kleine set reserveonderdelen mee te nemen, zoals een extra statiefplaatje en lensdopjes, want een verloren onderdeel is op het platteland van IJsland niet zomaar vervangen. Juist die kleine voorbereidingen zorgen ervoor dat je je volledig kunt richten op het licht en het landschap, in plaats van op wat er ontbreekt in je tas.
Je apparatuur beschermen tegen regen, wind en kou
Het weer in IJsland is minstens zo bepalend voor je fotoreis als het licht of het landschap. Op één dag kun je te maken krijgen met stralende zon, horizontale regen, natte sneeuw en windstoten die zand over het strand jagen. Zelfs in de zomer is het zelden echt warm, en bij watervallen en langs de kust hangt bijna altijd een fijne nevel in de lucht. Voor je apparatuur betekent dat een voortdurende aanslag van vocht, zout, stof en kou. Weerbestendige camera's en objectieven kunnen veel hebben, maar ze zijn niet onverwoestbaar. Met een paar eenvoudige gewoontes en de juiste bescherming voorkom je dat je reis eindigt met een beslagen lens, een krassende sensor of een camera die het halverwege de dag opgeeft.
Een regenhoes is een van de goedkoopste en tegelijk meest effectieve manieren om je camera te beschermen. Er zijn eenvoudige plastic hoezen te koop die je voor een paar euro over camera en objectief schuift, en stevigere modellen van ademend nylon met mouwen waardoor je je handen naar binnen kunt steken om de knoppen te bedienen. De lichte wegwerpvarianten zijn handig om altijd in een jaszak mee te nemen, terwijl een degelijke hoes beter bestand is tegen langdurige regen en wind. Kies een hoes die past bij de lengte van je langste objectief en die aan de voorkant strak om de zonnekap sluit, zodat er geen water langs de lens naar binnen loopt. De zonnekap zelf verdient trouwens ook een plek op je lens, ook wanneer de zon zich niet laat zien. Hij houdt een groot deel van de regendruppels en nevel tegen die anders direct op je voorlens of filter terechtkomen. Wie geen regenhoes bij de hand heeft, kan in noodgevallen een plastic boterhamzakje of een douchemutsje uit de accommodatie gebruiken, al is dat vooral een tijdelijke oplossing.
Bij watervallen is nevel de grootste vijand van een scherpe foto. Op plekken als Skógafoss, Seljalandsfoss en Dettifoss waait het opspattende water vaak tientallen meters ver, en binnen enkele seconden zit je lens vol kleine druppeltjes. Neem daarom altijd meerdere microvezeldoekjes mee en bewaar ze in een afsluitbaar zakje, zodat je steeds een droog exemplaar hebt. Een vochtig doekje verspreidt het water alleen maar over de lens en laat strepen achter. Een handige werkwijze is om eerst je compositie volledig in te stellen met de lensdop of een doekje voor het objectief, de lens vlak voor de opname droog te vegen en dan direct af te drukken. Draai daarbij jezelf en je camera zo dat de wind de nevel van je af blaast, of zoek een standpunt een paar meter opzij waar de waterwolk minder dicht is. Een filter met een speciale waterafstotende coating maakt het verschil, omdat druppels er sneller vanaf rollen en zich gemakkelijker laten wegvegen. Ook een kleine paraplu kan bij windstil weer wonderen doen, mits iemand anders hem voor je kan vasthouden.
Condens is een probleem dat veel fotografen pas ontdekken wanneer het al te laat is. Wanneer je een koude camera vanuit de vrieskou een warme auto, hut of hotelkamer binnenbrengt, slaat het vocht uit de warme lucht direct neer op de koude onderdelen. Dat gebeurt niet alleen op de buitenkant van de lens, maar ook binnen in het objectief en op de elektronica, waar het vocht weken kan blijven zitten of zelfs schimmel kan veroorzaken. De eenvoudigste oplossing is om je camera al buiten in een luchtdichte plastic zak te stoppen of in je gesloten cameratas te laten zitten voordat je naar binnen gaat. Het vocht condenseert dan op de buitenkant van de zak in plaats van op je apparatuur. Laat de camera vervolgens een uur of twee langzaam op temperatuur komen voordat je hem eruit haalt. Een paar zakjes silicagel in je tas helpen om resterend vocht op te nemen. Heb je haast, haal dan alleen de geheugenkaart en de accu eruit wanneer de zak al gesloten is, of doe dat vóór je naar binnen gaat. Omgekeerd kan het ook misgaan: wanneer je een warme camera uit de auto in de koude, vochtige buitenlucht haalt, kan de lens beslaan. Zet de verwarming in de auto daarom niet op de hoogste stand vlak voor je bij een locatie aankomt, of leg je cameratas in de koele kofferbak in plaats van naast de verwarming.
Een goede cameratas is in IJsland meer dan een opbergplek. Een rugzak van waterafstotend materiaal met een ingebouwde regenhoes beschermt je apparatuur tijdens wandelingen naar een waterval of gletsjer, wanneer het onverwacht begint te regenen. Let erop dat de rits aan de lichaamskant van de tas zit, zodat de opening niet direct in de regen of het zand ligt wanneer je de tas op de grond zet. Op plekken met veel water, zoals bij watervallen, aan het strand of tijdens een boottocht, is een volledig waterdichte tas of een rolltop zak een verstandige aanvulling. Je kunt ook binnenin je gewone tas een waterdichte zak gebruiken als extra laag, zodat je camera droog blijft, zelfs wanneer de buitenkant van de tas doorweekt raakt. Houd je tas tussen de opnames door zo veel mogelijk gesloten, want elke keer dat hij openstaat, waaien er regen, zand en stuifsneeuw naar binnen. Na een natte dag is het belangrijk om de tas open te laten drogen in je accommodatie en de apparatuur er even uit te halen, zodat vocht niet dagenlang in de vakken blijft hangen.
Zand en vulkanisch stof vormen een minder zichtbaar, maar minstens zo groot gevaar. Het zwarte zand op de stranden van de zuidkust is fijn en scherp, en op winderige dagen waait het met kracht over de vlakten. Ook in de hooglanden en op de zandvlakten bij de gletsjers kan het vulkanische stof bij droog weer flink opwaaien, soms zo erg dat het zicht er door wordt beperkt. Die deeltjes kunnen krassen op je lens veroorzaken en, nog vervelender, op je sensor terechtkomen wanneer je van objectief wisselt. Wissel daarom bij voorkeur nooit van lens in de open lucht wanneer het waait. Doe het in de auto met de deuren dicht, of zoek beschutting achter een rots of je eigen lichaam, met de camera naar beneden gericht zodat stof er minder gemakkelijk in valt. Houd de tijd dat de camera zonder objectief is zo kort mogelijk en zorg dat de lensdoppen en bodydop direct binnen handbereik zijn. Zit er toch zand op je lens, veeg het dan nooit meteen weg met een doekje, want dan schuur je de korrels over het glas. Blaas het eerst weg met een blaasbalgje en gebruik pas daarna een schoon microvezeldoekje. Na een dag op het strand is het verstandig om ook de buitenkant van je camera en de ringen van je objectieven voorzichtig schoon te maken, omdat zout en zand in zoomringen en knoppen kunnen gaan knarsen. Ontdek je vlekken op je sensor, gebruik dan bij voorkeur eerst de ingebouwde reinigingsfunctie van je camera en een blaasbalg, en reinig de sensor alleen met speciale wattenstaafjes als je daar ervaring mee hebt.
Ook de fotograaf zelf heeft goede bescherming nodig, want wie koud en nat is, verliest snel zijn geduld en concentratie. Het principe van kleden in lagen werkt in IJsland het best. Begin met een thermisch onderhemd van merinowol of synthetisch materiaal dat vocht afvoert, daarboven een warme tussenlaag van fleece of dons en tot slot een wind- en waterdichte jas met capuchon. Een waterdichte broek is onmisbaar, zeker als je bij watervallen, aan het strand of in de sneeuw laag bij de grond wilt fotograferen. Stevige, waterdichte wandelschoenen met een goed profiel zijn nodig voor gladde rotsen, natte paden en lavavelden, en in de winter zijn eenvoudige spikes die je onder je schoenen schuift een uitkomst op bevroren parkeerplaatsen en paden. Vergeet ook een warme muts en een col of buff niet, want de wind voelt op open vlakten vaak een stuk kouder aan dan de thermometer aangeeft.
Handschoenen zijn voor fotografen misschien wel het belangrijkste kledingstuk. Dikke wanten houden je handen warm, maar maken het vrijwel onmogelijk om kleine knoppen, draaiwieltjes en de focusring nauwkeurig te bedienen. Veel fotografen kiezen daarom voor een combinatie van dunne binnenhandschoenen en warme overhandschoenen. De dunne laag laat je de camera bedienen, terwijl je de dikke laag tussen de opnames door weer aantrekt. Er zijn ook speciale fotohandschoenen te koop waarbij je de toppen van duim en wijsvinger kunt openklappen, of handschoenen met geleidende vingertoppen waarmee je een aanraakscherm kunt gebruiken. Raak metalen onderdelen van je camera en statief bij strenge vorst liever niet met blote handen aan, omdat de kou dan heel snel je vingers in trekt. Een paar handwarmers in je jaszakken zorgen ervoor dat je je vingers tussendoor snel weer op temperatuur brengt, en een extra paar droge handschoenen in de auto is na een middag bij een waterval geen overbodige luxe. Wie goed beschermd is tegen regen, wind en kou, kan het langer volhouden op een locatie en is er nog als het licht eindelijk doorbreekt.
Je fotoreis plannen: route, timing en flexibiliteit
Een goede fotoreis door IJsland begint lang voordat je in het vliegtuig stapt. Het eiland is groter dan veel mensen denken, en de afstanden tussen de mooiste locaties zijn vaak aanzienlijk. Tegelijk wil je als fotograaf niet de hele dag achter het stuur zitten, maar juist de tijd hebben om te wachten op het juiste licht, een plek meerdere keren te bezoeken of spontaan te stoppen wanneer de wolken openbreken boven een bergtop. Een fotografische route vraagt daarom om een andere aanpak dan een gewone rondreis. Waar een toerist misschien vijf hoogtepunten op één dag afvinkt, kies je als fotograaf liever voor minder locaties met meer tijd per plek, en een planning die ruimte laat voor het onverwachte.
De Ringweg, die over een lengte van ruim 1300 kilometer rond het hele eiland loopt, is voor veel bezoekers de ultieme IJslandroute. Je ziet in één reis de watervallen en zwarte stranden van het zuiden, de gletsjerlagunes rond Vatnajökull, de fjorden in het oosten, het geothermische gebied rond Mývatn en de ruige kusten in het noorden. Voor fotografen is het een prachtige optie, maar alleen als je er genoeg tijd voor uittrekt. Waar een gewone reiziger de Ringweg in een dag of acht kan rijden, is het voor fotografen verstandig om minimaal twaalf tot veertien dagen te plannen. Reken per dag op hooguit drie tot vier uur rijden, want in de praktijk stop je veel vaker dan je verwacht en verlies je tijd aan wachten op licht of het uitproberen van verschillende standpunten. In de winter is de Ringweg minder geschikt. Vooral het oosten en noorden kampen dan met korte dagen, sneeuwstormen en afgesloten bergpassen, waardoor een strak schema al snel in de war loopt. Wie in deze maanden toch het hele eiland wil rondrijden, doet er goed aan extra reservedagen in te bouwen en de route alleen met een ervaren winterchauffeur en een geschikte auto aan te pakken.
Heb je minder tijd, dan is een route met een focus op het zuiden en het schiereiland Snæfellsnes een uitstekende keuze. Deze combinatie biedt een groot deel van de meest iconische fotolocaties van het land op relatief korte afstand van Reykjavik. Langs de zuidkust volgen Seljalandsfoss, Skógafoss, Reynisfjara, Vík, de mosvelden van Eldhraun, de kloof Fjaðrárgljúfur, Skaftafell, Jökulsárlón en Diamond Beach elkaar in hoog tempo op. Wie nog iets verder doorrijdt, bereikt de bergen van Vestrahorn bij Stokksnes, een van de mooiste plekken voor zonsopkomst en noorderlicht. Snæfellsnes, op ongeveer twee uur rijden ten noorden van de hoofdstad, wordt niet voor niets IJsland in het klein genoemd. Kirkjufell, de zwarte kerk van Búðir, de kliffen van Arnarstapi en de stranden van Djúpalónssandur liggen er dicht bij elkaar, en de gletsjer Snæfellsjökull torent boven alles uit. Met een dag of acht tot tien kun je deze twee gebieden in een rustig tempo verkennen, en ook in de winter is deze route goed te doen, omdat de wegen hier vaker worden geveegd en je minder vaak over hoge passen hoeft.
De Gouden Cirkel is de bekendste dagtocht van IJsland en voert langs het nationaal park Þingvellir, het geothermische gebied van Geysir en de waterval Gullfoss. Voor fotografen is deze route een prettige start of afsluiter van een reis, zeker als je de eerste of laatste dagen in de buurt van Reykjavik verblijft. De kloven en breuklijnen van Þingvellir, waar de Noord-Amerikaanse en Euraziatische plaat uit elkaar drijven, leveren mooie beelden op in het zachte ochtendlicht. Bij Geysir barst de spuitbron Strokkur ongeveer elke vijf tot tien minuten uit, wat je de kans geeft om met een snelle reeks opnames het perfecte moment te vangen, bijvoorbeeld wanneer de waterbel net voor de uitbarsting turquoise oplicht. Wie de Gouden Cirkel uitbreidt met minder bekende plekken als de kraterwand van Kerið, de helderblauwe waterval Brúarfoss of de brede waterval Faxi, vindt bovendien composities die veel minder vaak zijn vastgelegd. Omdat de route zo dicht bij de hoofdstad ligt, is het ook een goede uitwijkmogelijkheid wanneer het weer elders in het land tegenvalt.
Wat de route ook wordt, het belangrijkste advies is om ruimte in te bouwen voor slecht weer. IJsland laat zich nu eenmaal niet plannen, en een dag met dichte mist, aanhoudende regen of een storm kan je hele programma op losse schroeven zetten. Wie elke nacht in een andere accommodatie slaapt op grote afstand van de vorige, heeft weinig speelruimte en moet bij slecht weer toch doorrijden, vaak langs locaties die dan nauwelijks zichtbaar zijn. Kies daarom liever voor een paar vaste uitvalsbases, bijvoorbeeld in de buurt van Vík, Höfn of op Snæfellsnes, van waaruit je meerdere locaties in verschillende richtingen kunt bereiken. Zo kun je per dag kiezen waar het licht en het weer het gunstigst zijn. Plan daarnaast een of twee reservedagen, die je kunt inzetten wanneer een weg is afgesloten of wanneer je een locatie nog een keer wilt bezoeken omdat het licht de eerste keer tegenviel. Boek accommodaties bij voorkeur met een flexibele annuleringsregeling, zodat je je route zonder al te hoge kosten kunt aanpassen. Juist die flexibiliteit levert vaak de mooiste beelden op, want wie op een gunstig moment op de juiste plek kan zijn, heeft een enorme voorsprong.
Moderne apps en websites maken het een stuk eenvoudiger om je dagen slim in te delen. De website en app van het IJslandse weerinstituut Veðurstofa Íslands geven gedetailleerde voorspellingen over neerslag, wind, temperatuur en bewolking, met kaarten waarop je per uur ziet waar de wolken zich bevinden. Ook de Noorse weerdienst yr.no en de app Windy worden door veel fotografen gebruikt, vooral om de windsnelheid en de richting van buien in de gaten te houden. Voor actuele informatie over de wegen raadpleeg je de kaart van de IJslandse wegbeheerder Vegagerðin op umferdin.is, waarop je per traject ziet of een weg open, glad, sneeuwvrij of afgesloten is. Safetravel.is geeft daarnaast waarschuwingen over gevaarlijke omstandigheden, en met de app 112 Iceland kun je je reisplan achterlaten en in noodgevallen snel hulp inschakelen. Om het licht te plannen, zijn PhotoPills en The Photographer's Ephemeris onmisbaar. Daarmee zie je precies waar de zon en de maan op een bepaalde datum opkomen en ondergaan, zodat je kunt bepalen of het licht bij zonsopkomst bijvoorbeeld achter Kirkjufell vandaan komt of juist de wand van Vestrahorn verlicht. Voor het noorderlicht zijn de aurora-voorspelling van het weerinstituut en apps als My Aurora Forecast de belangrijkste hulpmiddelen. Maak er een gewoonte van om elke avond de voorspellingen voor de volgende dag door te nemen en je plannen daarop af te stemmen, en controleer de wegcondities nog een keer voordat je 's ochtends vertrekt.
Vroeg opstaan is misschien het eenvoudigste en tegelijk meest effectieve advies voor een fotoreis door IJsland. De populairste locaties, zoals Seljalandsfoss, Skógafoss, Reynisfjara, Gullfoss en Kirkjufell, trekken overdag grote aantallen bezoekers. Veel dagtochten vertrekken rond acht of negen uur uit Reykjavik, waardoor de eerste bussen halverwege de ochtend bij de bekende plekken aankomen. Wie voor die tijd ter plaatse is, heeft de locatie vaak bijna voor zich alleen en kan in alle rust een statief neerzetten en experimenteren met composities. In de zomer betekent dat soms dat je al om vier of vijf uur 's ochtends op pad gaat, of dat je je dag helemaal omdraait en juist in de lichte nacht fotografeert. In de winter valt vroeg opstaan mee, omdat de zon pas laat opkomt en je zonder veel moeite bij het eerste licht op een locatie kunt zijn. Plan je accommodatie daarom bij voorkeur zo dicht mogelijk bij de plekken die je bij zonsopkomst wilt bezoeken, zodat je niet eerst een uur hoeft te rijden. Een rustig ontbijt kan daarna altijd nog, op het moment dat de touringcars arriveren en jij je mooiste beelden van de dag al op je geheugenkaart hebt staan.
Klaar om IJsland door je lens te ontdekken
IJsland is een land dat je niet in één reis leert kennen, en misschien is dat precies wat het zo bijzonder maakt. Elke keer dat je terugkomt, ligt er een andere ijsberg op het zwarte strand, heeft een gletsjer zich verder teruggetrokken of hangt er een wolkenpartij boven een bergtop die je nooit eerder zo zag. Voor fotografen is het eiland daardoor een plek die blijft uitdagen en verrassen. Wie er eenmaal met een camera heeft gestaan, bij het eerste licht aan de rand van een gletsjerlagune of midden in de nacht onder een hemel vol groen poollicht, begrijpt waarom zoveel fotografen er telkens opnieuw naartoe trekken.
De belangrijkste keuze die je vooraf maakt, is het seizoen. De zomer schenkt je eindeloze gouden uren, groene landschappen, papegaaiduikers en toegang tot de kleurrijke hooglanden. De winter verandert het eiland in een stil, wit decor met bevroren watervallen, blauwe ijsgrotten en lange nachten waarin het noorderlicht danst. De lente en herfst bieden een verrassend evenwicht tussen die twee werelden, met rustigere locaties, warme kleuren en de eerste of laatste kans op poollicht. Er is geen seizoen dat beter is dan het andere. Het gaat erom welke beelden jij wilt maken en welke omstandigheden je aandurft.
Daarnaast maakt een goede voorbereiding van je uitrusting een groot verschil. Een weerbestendige camera, een doordachte selectie objectieven, een stevig statief en een paar goede filters vormen de basis. Kleine zaken als extra accu's, droge microvezeldoekjes, een regenhoes en handschoenen waarmee je de knoppen kunt bedienen, bepalen vaak of je het volhoudt op een winderig strand of bij een druipnatte waterval. Wie zijn route slim plant, met vaste uitvalsbases, reservedagen en de juiste apps voor weer, wegen en licht, geeft zichzelf de ruimte om op het goede moment op de goede plek te zijn.
Toch ontstaan de mooiste foto's in IJsland zelden volgens plan. Het zijn de momenten waarop een zonnestraal heel even door de regen breekt, een regenboog opduikt boven een kloof of een kudde IJslandse paarden zich in het laatste avondlicht bij een hek verzamelt. Wie met een open blik reist, bereid is om te wachten en durft af te wijken van het geplande schema, komt thuis met beelden die meer vertellen dan een perfect plaatje. Juist het grillige weer, het wisselende licht en de onvoorspelbare natuur maken je foto's persoonlijk en onvergetelijk.
Misschien zie je de basaltzuilen van Reynisfjara al voor je, of droom je van Kirkjufell onder een sluier van noorderlicht. Begin met het kiezen van je seizoen, stel je route samen en pak je tas in met de zorg die dit ruige eiland verdient. Daarna is het aan jou om IJsland op je eigen manier vast te leggen, met jouw blik, jouw composities en jouw verhaal. Het land ligt klaar, het licht verandert elke minuut, en de volgende bijzondere foto wacht ergens langs de weg op je.










